Hier riep een Spanjaard: "Slaat dood, slaat dood die heiligschenners!"

Daar schreeuwde een: "Steekt den rooden haan in de huizen der

beeldenstormers!"

Ginds juichte men bij het vinden van buit: "Hier, hier moet je

zijn! Hier maakte men van kennep goud!"

Vreeselijk klonk het geschrei der weerlooze kinderen en vrouwen.

De Spanjaard kende geen genade! Vrouwen, meisjes, zuigelingen, mannen,

grijsaards en knapen,--ze waren allen oproermakers, beeldenstormers

en heiligschenners!

Hier hielden eenige vluchtende mannen stand en verdedigden zich

wanhopig! Maar wat baatte het? De partij stond tien tegen één!

De vlammen stegen aan alle zijden op!

"Als je de stad verbrandt, valt er niets te plunderen!" sprak een

Capitano.

"Don Setubal heeft gelijk!" riepen enkelen en dwongen vluchtende

mannen, vrouwen en kinderen den brand te blusschen.

Ook Arend was naar zijn woning gesneld, maar kwam te laat om zijn

Moeder te waarschuwen. De Spanjaard was er al geweest en had zijn

Moeder met zijn broertjes en zusjes voor zich uit gedreven.

Waar zouden ze zijn? Dieper de stad in, veel dieper! Ginds liep een

vrouw! Dat is ze! Voort, voort, hij moet bij zijn Moeder zijn!

Hij nadert haar al meer en meer en.... het is zijn Moeder niet!

"Hier, galgenaas," roept een Spanjaard en houdt hem bij den arm

tegen. "Hier, helpen blusschen!"

Wat zal de jongen doen? Hij moet wel! Maar als hij water aandraagt

om de woedende vlammen te keeren, ziet hij naar alle zijden rond,

of hij zijn Moeder niet ergens ontdekt. Eensklaps richten zich aller

blikken naar het Raadhuis bij de Kapelstraat.

Een groot gebouw staat daar in brand en vlak voor dat gebouw,--hu,

zelfs de ruwe Spanjaard huivert,--daar staat een vrouw met loshangende

haren te dansen.

"Simpele Griet," mompelen de Oudewaters. "Hoor, zij zingt!"

"Heysa, vlammeken, lustig op!

Lek en schroey den want!

Kyk, die schoenre kennepstadt

Staet gheheel in brandt.

Vlammeken, vlammeken, vlammeken myn,

Simple Griet magh vroolyck syn!"

Uit Ouden Tijd · 第 12 / 18 题