De dijk was dus bezweken, er was geen twijfel meer aan.—

Daar zaten ze nu, gevangen op de Haarsteeg, terwijl ze brandden van

verlangen om op de plaats des onheils te zijn. Eerst om 11 uur in den

voormiddag werden zij verlost door een voorbijvarend schuitje. De

heeren spoedden zich verder en Toon met hen. Een van hen moest te

Vlijmen blijven, uitgeput van vermoeienis. De heemraad zette zijn tocht

voort en ontmoette op de plaats van het ongeluk den heer Commissaris

des Konings, die reeds was aangekomen.

Toon van 't Veer · 第 9 / 26 题