Daar zaten ze nu, gevangen op de Haarsteeg, terwijl ze brandden van
verlangen om op de plaats des onheils te zijn. Eerst om 11 uur in den
voormiddag werden zij verlost door een voorbijvarend schuitje. De
heeren spoedden zich verder en Toon met hen. Een van hen moest te
Vlijmen blijven, uitgeput van vermoeienis. De heemraad zette zijn tocht
voort en ontmoette op de plaats van het ongeluk den heer Commissaris
des Konings, die reeds was aangekomen.