Zachtjes herhaalde hij: "aland! aland! aland!"

Hij was opgestaan. Hij had het dagblad opgeraapt. Hij schudde het heen

en weer om de woorden terug te houden, die hem op de tong lagen.

Lady Helena, Mary, Robert, Glenarvan, zagen hem aan, zonder iets van die

onverklaarbare ontroering te begrijpen.

Paganel geleek iemand, die plotseling waanzinnig wordt. Maar die

toestand van zenuwachtige overspanning duurde niet lang. Langzamerhand

kwam hij tot bedaren; de vreugde die in zijn oogen blonk, verminderde;

hij ging weer zitten en zeide op bedaarden toon:

"Wanneer gij wilt, mylord! ik ben tot uw bevelen."

Glenarvan begon zijn brief weer op te geven, die den volgenden inhoud

had:

"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de _Duncan_ te

brengen op zeven en dertig graden op de oostkust van Australië...."

"Van Australië?" zeide Paganel. "O ja! van Australië!"

Daarop voltooide hij den brief en legde hem aan Glenarvan ter teekening

voor. Door zijn versche wond gehinderd, volbragt deze zoo goed en kwaad

als het ging die formaliteit. De brief werd gesloten en verzegeld. Met

van ontroering bevende hand schreef Paganel er het volgende adres op:

_Aan Tom Austin,_

_eersten stuurman, aan boord van het jagt_ de Duncan,

_te

Melbourne_.

Daarop ging hij uit den wagen, en herhaalde met driftige gebaren de

onbegrijpelijke woorden: "_Aland! Aland! Zealand!_"

De kinderen van Kapitein Grant, tweede deel (van 3) Australië · 第 26 / 29 题