Het litausche leger in statu nascendi vertoont het beeld, dat men in

't oosten overal kan aantreffen, n.l. bijna geen troepen maar wel een

groot aantal keurig gekleede officieren, die den geheelen dag in de

koffiehuizen doorbrengen.

Wanneer men dan ook in 't vaderland een litausch legerbericht leest,

b.v., zooals laatst, dat Uzjani door de litausche troepen bezet is,

dan wil dat zeggen, dat de Duitschers Uzjani veroverd hebben en de

Litauers er den volgenden dag zijn binnengerukt, nadat alle gevaar

geweken was.

De Duitschers doen werkelijk hun best er van te maken wat er van te

maken is, maar het gebrek aan intellectueelen is bij de kadervorming

het groote bezwaar en de Polen denken er natuurlijk niet aan zich bij

het litausche leger te laten inlijven.

Het zal dus wel een tijdje duren voor men met recht van een litausch

leger kan spreken.

Kowno zelf is een vrij groote stad, in een heel mooi dal, door groene

heuvels omgeven, gelegen.

Er zijn een paar hoofdstraten, met een eigenaardige bestrating, daar

de Duitschers overal flinke trottoirs hebben aangelegd, aangezien in

den winter de modder en sneeuw het verkeer anders geheel onmogelijk

zouden maken.

Men vraagt zich met verbazing af, hoe het mogelijk is, dat Kowno

vroeger tot de groote russische steden gerekend werd, als men de

kleine, voor 't meerendeel houten huizen ziet, en verder de geweldige

armoede, die 't grootste deel van de stad ten toon spreidt, en die

niet het gevolg van den wereldoorlog schijnt te zijn.

Het geheel is typisch russisch. Vooral ook de kleine voertuigjes met

de gebaarde koetsiers en de kleine op vreemde wijze ingespannen

paardjes.

Voor reizigers die naar Rusland willen, is Kowno een belangrijke

pleisterplaats, vanwaar men dan door de linies moet trachten Dunaburg

te bereiken, waar de spoorlijn naar Moskou begint.

De Polen zijn echter druk bezig een poging te doen deze sterke

vesting te veroveren, en dan wordt het moeilijker, omdat dan de heele

reisroute veranderd wordt en over het naaste groote russische station

Minsk, dat van uit Duitschland veel moeilijker te bereiken is, gaat

loopen.

Aan het front is de toestand zeer eigenaardig; in de vesting Dunaburg

vechten Duitschers en Polen naast elkaar tegen de bolsjewiki; in het

zuiden echter staan ze tegenover elkaar. Alles wijst er op, dat de

poolsche troepen het vaste plan hebben tot de bezetting van geheel

Litauen over te gaan.

Daar zij tegenover Duitschland hetzelfde voornemen koesteren, vraagt

men zich met verbazing af waar dat heen moet, en, gelijk ik ook reeds

telegrafeerde, ziet de toekomst van Oost-Europa, en daarmee van ons

geheele werelddeel, er inderdaad zeer somber uit.

*

* *

OP WEG NAAR HET OOSTEN

Kowno, 16 Juni

Ik tracht mij steeds voor te stellen, dat ik alleen en uitsluitend

voor mijn pleizier op reis ben, en dikwijls gaat dat ook heel goed,

maar zoo nu en dan wordt het toch wel lastig, vooral als de derde

klasse coupé, waarin geen ruit meer heel is, overvol is met menschen,

die in alle mogelijke houdingen tegen elkaar geleund trachten te

slapen.

Zoo'n heelen nacht in zittende houding door te brengen op een harde

bank, terwijl je je bijna niet bewegen kunt, maakt dat men zich den

volgenden morgen als geradbraakt voelt, en dan komt daarbij, dat alle

waschgelegenheid ontbreekt en men tot zijn schrik gaat ontdekken, dat

alle middelen, waarmee de kleeren volgedrenkt zijn, niet geholpen

hebben en een bezoek aan de "Entläusungs"-inrichting toch

noodzakelijk zal blijken.

Het is echter ook alweer een zaak van wennen, en ik heb de gelukkige

eigenschap altijd te kunnen slapen, hetgeen in deze dagen op reis

naar het oosten niet genoeg te waardeeren is.

Over afstanden krijgt men wel een ander idee dan bij ons thuis, waar

we nu eenmaal niet langer dan zeven uur in een trein kunnen zitten.

Tweehonderd kilometer noemt men hier vlakbij, een treinreis van drie

dagen is een kleinigheid, een reis van vierentwintig uur is heelemaal

niets.

Heeft men zich daar eenmaal ingedacht, en dat is noodzakelijk, dan

gaat alles ook vanzelf, en dat is maar goed ook, want naast de

reismoeilijkheden zijn er nog zooveel andere van heel wat meer

beteekenis te overwinnen, dat alles er bij in het niet verdwijnt.

Er is nu bijna vijf jaar oorlog in Europa, bij ons te lande is men

het al weer haast vergeten, maar hier in het Oosten, waar we nog in

de oude, toch alweer voor een serie nieuwe oorlogen staan, herinnert

alles er aan. Langer dan vierentwintig uur van te voren een plan

maken gaat niet, want dan is de militaire en politieke toestand

alweer zooveel veranderd, dat niets meer klopt.

Ik wil naar Rusland, naar Moskou. Dat is te doen; het allereerste wat

noodig is, is passen en geld.

Goed, ik ga een paar dagen naar Berlijn, verschaf mij de noodige

passen, met al de noodige visa, krijg geld gestuurd, huur een tolk en

wij gaan op reis, om te beginnen terug naar Kowno.

Mijn tolk, een brave jonge man, die uitstekend poolsch en russisch

spreekt, wil zijn vrouw, een Russische, naar Rusland brengen, nu

bewijzen wij elkaar een dienst: ik zal hem door de linies, hij moet

me in Rusland verder helpen.

Het jonge paar, dat voor deze gelegenheid geheel in mijn dienst komt,

zij als secretaresse, hij als tolk, zal met mij de reis van Berlijn

uit maken.

Daar begint het al: terwijl ik, mijn Pappenheimers en de

reisgelegenheid kennend, niet anders mee heb dan een leeren jekker,

een overjas, een rugzak en een handkoffer, hebben de brave

echtelieden ongeveer een taxi vol bagage bij zich.

Ik kijk natuurlijk direct bedenkelijk, maar zwicht voor de

gevaarlijkste aller elementen, n.l. vrouwentranen, die opwellen als

ik drie-vierde wil achterlaten.

Gelukkig helpen de spoorwegbeambten goed mee, en toen wij gisteren in

Kowno aankwamen, was juist de helft al zoek, tot mijn heimelijk

genoegen natuurlijk.

Zij zijn echter wijs geworden en houden hier op 't oogenblik

uitverkoop.

Nu moeten wij zien hoe wij hier vandaan komen, en liefst zoo spoedig

mogelijk, want het oorlogsgevaar komt met den dag dichterbij.

De Oost- en West-Pruisische pers geeft hoofdartikelen, die aan

duidelijkheid niets te wenschen laten, en de poolsche troepen worden

met den dag roeriger.

Ik reken dan ook met alle mogelijkheden; er is dan ook nu geen terug

meer mogelijk, voorwaarts dus!

In groote lijnen staat mijn plan vast. Moskou is het einddoel, hoe ik

vandaar terug kom weet ik nog niet; dit is ook niet vooruit te

zeggen.

Het eenige wat te doen is, is de kaart van het land kennen, iedereen,

die in Rusland geweest is, ieder ambtelijk bureau, waar ze ook maar

iets weten, uithooren.

Elken dag bestudeer ik de kaart, lees alle mogelijke bladen, mijn

notitieboekje is bijna vol.

Ik moet weten, hoe de stemming in Rusland is tegenover vreemdelingen,

hoe de treinverbindingen zijn, of Dunaburg een betere verbinding met

Moskou heeft dan Minsk. Welke waarde de Kerenskyroebel op het

oogenblik heeft. Wat zijn de plannen der Duitschers Wat doet de

Entente? Wat de Polen?

Zoo groeit een plan; het wordt gewijzigd, nog eens gewijzigd, dan

staat het vast. De reis zal gaan over Wildomir--Dunaburg. Voor

Dunaburg staan de bolsjewiki, daar moet ik er door zien te komen.

Dan ineens komt het bericht: over Dunaburg is het onmogelijk te

reizen, want de Litauers en Polen vallen aan.

Waarschijnlijk; nooit krijg je een zéker bericht; dus er op uit om te

vernemen wat er van waar is.

Zoo is het mij heden ook gegaan; alles was klaar om over Dunaburg te

reizen, en nu komt het bericht: Dunaburg wordt dezer dagen

aangevallen.

Den geheelen middag ben ik er op uit geweest om te onderzoeken wat er

waar aan is, en het resultaat is, dat het in elk geval onraadzaam zal

zijn dezen weg te nemen.

Nu moet een ander plan gemaakt worden; de kaart wijst aan over

Wilna-Minsk; nu er weer op uit om te onderzoeken of het mogelijk zal

zijn, eerst door de duitsch-poolsche, dan door de poolsch-russische

linies te geraken.

Dat geeft weer heel wat arbeid -- de weg moet verkend, de noodige

visa verschaft, poolsch geld gewisseld, geïnformeerd worden hoe ik

gaan moet, per trein of per wagen, en dan komt weer het voornaamste:

de militaire en politieke toestand.

Wanneer zal de poolsch-duitsche oorlog uitbreken, hoe zal het front

daar loopen, wat doen de bolsjewiki Daar tusschen door hoor je

duizend en een nieuwtjes, die soms gelijkluidend, soms geheel

tegenstrijdig zijn, en dan moet er geschift, gecombineerd worden, en

dan nog eens een of andere autoriteit die het weten kan geïnterviewd,

en dan eindelijk besluit ik, weer eens een telegram naar Nederland te

zenden.

Men zal vragen: maar wat heeft het voor iemand in Kowno voor

beteekenis of Koltsjak verslagen is of niet, wat beteekent het voor

hem of de tsaar al dan niet dood is.

Toch zijn dit uiterst gewichtige zaken. Is Koltsjak verslagen, wat ik

thans als zeker moet aannemen, dan moet er rekening mee gehouden

worden, dat er binnen drie weken russische versterkingen naar het

westfront komen en dat dus ongeveer binnen een maand Russische

aanvallen te verwachten zijn.

Leeft de tsaar, zoo is de kans op reactie in Rusland veel grooter,

hetgeen natuurlijk voor een buitenlander van zeer veel beteekenis is.

Zoo ben ik den ganschen dag druk bezig en schiet er bijna geen tijd

over om eens rustig een brief te schrijven en eens indrukken te geven

van deze typisch russisch-oostersche omgeving.

Misschien krijg ik er den tijd voor, want hoewel ik het plan heb

overmorgen naar Wilna te trekken, ben ik in een ernstig conflict

geraakt met de litausche autoriteiten.

Mijn pas is n.l. niet voorzien van een litausch visum, dat bij een

gezantschap in Berlijn te verkrijgen schijnt te zijn. Nu was het

echter niemand in Berlijn bekend, dat daar een litausche

vertegenwoordiger zijn tenten heeft opgeslagen. Men weigerde mij

daarom hedenmorgen een permissie te geven om door het front te komen

en stuurde mij, volgens het in het heele Oosten bekende recept, van

het kastje naar den muur.

Ik heb de noodige ervaring op dit gebied, en al sigaretten

aanbiedende kwam ik toch langzaam voorwaarts, totdat ik ontdekte dat

de helft van het beambtendom niet lezen of schrijven kon.

Toen werd de zaak lastiger en aangezien de heeren niet erg vast in

de geografie bleken te zijn, was ook het feit dat ik Hollander was

voor hen van weinig beteekenis. Een toeval bracht mij echter in

contact met den litauschen opperbevelhebber.

Ik heb onder niemand minder dan mannen als Bennett Burleigh, Ludovic

Naudeon, Barzini en anderen geleerd, hoe men als journalist de

rechten van de pers verdedigen moet en heb dan ook dien generaal

behoorlijk de waarheid gezegd; ik ben wat de Duitschers zouden noemen

"saugrob" geworden en heb mij vervolgens direct beklaagd bij den

duitschen gezant en bij de entente-missies, om neutraal te blijven.

De heeren Litauers zullen moeten leeren dat er ergens in Rotterdam

een wereldblad verschijnt, welks vertegenwoordigers verlangen

behoorlijk behandeld te worden.

Ik heb heden den minister-president laten aanzeggen dat ik hem morgen

spreken wil, en dan zullen we hem eens behoorlijk à faire nemen.

Het is te hopen dat de man kan lezen, hetgeen hoogst vermoedelijk van

alle ministers niet gezegd kan worden.

Het is hier erger dan ik ooit beleefd heb, niettegenstaande ik, sinds

ik den minister van buitenlandsche zaken van een Baltenland eens

achter een toonbank in een soort snoepwinkeltje aantrof, niet gauw

meer verbaasd sta.

Een duitsch boekje over Litauen begint dan ook met de opmerking: na

de Albaneezen zijn de Litauers het domste volk ter wereld.

Hetgeen m.i. beslist onjuist is; de Albanees is n.l. volstrekt niet

dom, de Litauer echter zeer, ook in zijn politiek, want hij maakt het

de Duitschers zeer onaangenaam, terwijl hij het tegelijkertijd ook

bij de Entente verbruit.

De gelegenheid om die twee tegen elkaar uit te spelen, gebruikt hij

absoluut niet, vandaar dat de Polen zeer wel gewonnen spel zullen

hebben, en het land kalmweg inrekenen, hetgeen wel niet in de lijn

der Amerikanen en Engelschen schijnt te liggen, maar den Franschen

niet onwelgevallig zal zijn.

Ik maakte heden kennis met den chef der fransche missie, die uiterst

vriendelijk en voorkomend was, maar die uitnemend de kunst verstond

om even charmant als gesloten te blijven, terwijl ik hem juist graag

eens aan 't praten had gehad over de poolsche plannen.

Het is echter wel merkwaardig, hoe verschillend de opvattingen bij de

Duitschers en bij de entente zijn omtrent de militaire kracht der

Russen.

De Duitschers meenen dat de bolsjewiki een zeer goed en sterk leger

hebben, dat alle aanvallers de baas zal blijven; de entente denkt er

blijkbaar juist anders over.

M.i. is er meer kans dat de Duitschers gelijk hebben en schijnt het

niet uitgesloten dat van dien kant nog allerlei verrassingen te

wachten zijn.

*

* *

TE WILNA AANGELAND

Wilna, 18 Juni

Zooeven ben ik in Wilna aangekomen, na een tocht van 75 KM.,

gedeeltelijk per wagen, gedeeltelijk te voet afgelegd, en thans haast

ik mij om nog voordat hier 't licht wordt uitgedraaid mijn ervaringen

te boek te stellen, in de hoop dat deze brief aankomt, want morgen

vroeg gaat de man, die mij hierheen bracht, weer terug, en neemt dan

dit schrijven mee. Wanneer het dus in Rotterdam zal aankomen, zal mij

voorloopig wel een raadsel blijven, geheel afgesneden als ik hier van

elke verbinding ben. Ik moet er dus maar op vertrouwen, dat mijn bode

dezen brief niet verliest en hem al dan niet opzettelijk niet vergeet

te posten.

Het is nu eenmaal het lot van den correspondent in deze streken, dat

hij nooit weet of al zijn geschrijf wel ooit de redactie bereikt.

Mijn plan om over Dunaburg Rusland binnen te trekken moest ik op het

allerlaatste oogenblik opgeven, aangezien de Litauers bezig zijn een

poging te wagen om het te veroveren, en daarom schoot mij niets

anders over dan te trachten over Wilna naar Minsk te komen. Hetgeen

al dadelijk dit bezwaar had, dat ik nu twee maal een front moest

passeeren, n.l. te het duitsch-litausch-poolsche en 2e het

poolsch-bolsjewistische.

Vanmorgen om vier uur gingen wij er dus op uit, mijn dolmetscher met

zijn vrouw, nog altijd belast en beladen met veel te veel bagage, en

ondergeteekende met een minimum dat tegelijkertijd het maximum van

zijn draagvermogen is.

De trein bracht ons naar Koschedory, waar we voor 't laatst de

duitsche linie passeerden, hetgeen zonder eenig bezwaar gebeurde,

omdat het front veel meer naar voren ligt en bezet is door Litauers.

Nu kwam het er op aan een voerman te vinden, genegen om ons door de

linies naar Wilna te brengen.

Gelukkig bleek er eenige concurrentie, zoodat dank zij mede het

pingeltalent van mijn dolmetscher de brave "panje" aannam om mijn

heele gezelschap met bagage en al voor 1000 roebel te vervoeren.

Het daarvoor bestemde vehikel was niets anders dan een eenvoudig

panje-wagentje, zooals ze hier zeggen, op vier wielen, zonder veeren

natuurlijk en met een klein, maar ongelooflijk taai paardje

bespannen.

Wat het natuurschoon betreft was het een van de mooiste tochten die

ik ooit gemaakt heb, maar mijn verwachting dat het een van de meest

romantische zou zijn -- denk maar eens aan, dwars door twee elkaar

vijandelijke linies -- werd niet verwezenlijkt, om de eenvoudige

reden dat de linies om te beginnen al ontbraken; alleen de hoofdwegen

zijn door enkele posten afgezet.

Toen we dan ook het punt, in mijn gedachten reeds het fatale punt,

naderden, bleken de vijandelijke voorposten op 10 M. van elkaar,

langs den weg, in de zon te zitten knikkebollen.

Wij werden eerst door de Litauers aangehouden, daarna, om zoo te

zeggen, een seconde later door de Polen, lieten onze passen zien,

deelden, om het nazien der bagage te voorkomen, eenige cigaretten

uit, en de gevaarlijke tocht dwars door de linies was volbracht en we

sjokten en hotsten nog 30 KM. verder door naar Wilna.

De moeilijkheid ligt ook volstrekt niet in het passeeren der fronten,

maar veel meer is het kunnen vertoonen van de juiste visa op je

paspoort.

Want dat is eigenlijk de heele zaak, het visum, zoowel van de eene

partij als van de andere, en dat is lang niet gemakkelijk, vooral in

deze streken die vroeger onder russisch bewind stonden, en die, als

erfenis, een geweldige dosis bureaucratisme hebben overgenomen.

Dat is voor mij een vaststaand feit geworden: elk normaal ontwikkeld

persoon, die langer dan vijf jaar ambtenaar is, is niet heelemaal

normaal meer, en wanneer hij dan nog aan een pascentrale werkt, is

zijn toestand hopeloos.

Spreek mij niet tegen. Ik heb in zes weken tijd 87 visa op mijn

passen verzameld, en meen dus over eenige ervaring te kunnen

beschikken.

Het meest dramatisch moment had dus een eenigszins alledaagsch

verloop, en hoewel 't mij aan den eenen kant speet, was ik toch ook

maar weer blij dat het zoo afliep.

Intusschen ben ik geradbraakt, door een heelen dag door te brengen op

een wagentje zonder veeren, in de gloeiende zon, op deze meer dan

ellendige wegen, waarbij dan, en dat was per slot van rekening nog

maar gelukkig, heele einden geloopen moesten worden, tegen de

hellingen op, want het terrein in deze streken is zeer heuvelachtig.

Zooals ik boven reeds schreef, is het een buitengewoon mooi

landschap, maar zeer eenzaam; de enkele dorpjes, die men tegenkomt,

uit een paar verspreide, armelijke houten woninkjes bestaande, maken

een triestigen indruk.

Overal langs den weg vindt men soldatenkerkhofjes; sommige zijn al

oud, ze dateeren van 1915. Dit was in 't begin van den wereldoorlog;

dat zijn we nu bijna weer vergeten.

Tegen het donker bereikten wij Wilna, en of het daardoor komt, maar

de stad, die anders schitterend mooi op en tegen een paar heuvels

gelegen is, maakte een uiterst triestigen en verwaarloosden indruk.

Er zijn zoo van die oogenblikken, zelfs wanneer je veel gereisd hebt,

dat er een melancholieke stemming over je komt als je met niemand

spreken kunt die je verstaat; je hebt een heelen dag niet gegeten, en

bent moe, en dan kom je daarbij een stad als Wilna binnen, in

zooverre niet typisch russisch, aangezien er veel hooge en steenen

huisjes zijn, maar voor de rest toch ook al weer geheel aziatisch,

het meer dan middeleeuwsche plaveisel, de vele joden met lange

baarden en kaftans, het stof, de vuilnis op straat enz. enz.

Maar als je eenmaal weer eens goed gegeten hebt, in een goed verlicht

lokaal, met veel menschen, vooral officieren, om je heen, dan

verandert de stemming toch al weer gauw en wordt besloten den brief

toch maar voor het naar bed gaan te schrijven, ten einde hem nog

bijtijds den volgenden morgen weg te sturen.

Goedkoop is het leven hier anders ook niet; mijn middagmaal, zij het

ook het eenige dat ik heden genoot, was wel is waar goed maar kostte

toch alweer 100 roebel. Toen ik af wilde rekenen werd het me geel en

groen voor de oogen, want de kellner gaf me van zooveel landen

zooveel verschillend geld terug, dat ik er geen steek meer van

begreep.

De vriendelijke poolsche luitenant hielp me er mee, en met mijn reeds

opgedane ervaring in deze richting kan ik u thans een verhandeling

geven over den roebel. Er zijn in Rusland drie soorten: de oude

roebel van voor de revolutie, d.i. de czaren-roebel; daarvan is de

waarde iets meer dan een mark; dan heeft men het doemageld, dat wel

in Rusland voor hetzelfde moet gelden als de czaren-roebel, maar toch

maar de helft van dezen waard is. Daarnaast staat de door het

duitsche gouvernement uitgegeven z.g.n. Oostroebel, die een gedwongen

koers van twee mark heeft en merkwaardigerwijze daarvoor in Polen ook

wordt aangenomen, en dan is er nog de Kerenskyroebel; dien kan men

bij het pond krijgen, of zoo men wil bij de el, want hij is als

naamkaartje gedrukt en heeft practisch geen waarde meer.

19 Juni

Het is vanmorgen prachtig weer en in een heel wat betere stemming dan

gisteravond ontwaakte ik; ik kon tot mijn genoegen constateeren dat

mijn hotelkamer alleen door mij bewoond werd, en dat is in deze

streken zeer veel waard.

Het schijnt vandaag een poolsche feestdag te zijn; processies trekken

door de straten, en troepen soldaten met volle muziek aan het hoofd.

Deze laatsten maakten een zeer goeden indruk, en waren op het eerste

gezicht niet van Duitschers te onderscheiden, aangezien zij ook allen

den bekenden duitschen helm dragen.

Wilna schijnt op 't oogenblik een sterk garnizoen te hebben en men

ziet veel officieren, vooral uhlanen, langs de straten flaneeren.

Of het aan mij ligt weet ik natuurlijk niet, maar het geheel maakt op

mij een zeer Napoleontischen indruk, de wijze waarop de officieren

hun lange kromme sabels dragen, hun eigenaardige hoofddeksels, hun

geheele optreden enz.

Het zou ook niet zoo verwonderlijk zijn, want de laatste keer, dat ze

zoo ongeveer onafhankelijk waren dateert ook uit die dagen.

Met passen is men hier bijzonder streng en daarnaast zeer

antisemitisch. Mijn Dolmetscher, die een half joodje is, zat

vanochtend dan al direct vanwege deze reden in 't arrest, waaruit ik

hem niet dan met veel moeite kon bevrijden. Gelukkig is hij voor 't

oogenblik weer vrij, maar nu zijn ze bezig zijn heele bagage te

onderzoeken.

Het gebeurt in de kamer vlak naast mij, en ik ga er nu en dan eens

even bij kijken; met de grootste minutieusheid wordt alles

onderzocht, maar vinden zullen ze wel niets, want de enkele dingen

die verdacht zouden kunnen zijn, zitten in mijn koffer, en die wordt

niet onderzocht.

Thans help ik mijn braven Dolmetscher en over een paar dagen moet hij

't in Rusland mij doen.

*

* *

UIT LITAUEN

Wilna, 20 Juni

Vandaag is het hier feestdag, een katholiek-nationale feestdag, en

zijn dus alle bureaux gesloten, zoodat er niet aan mijn passen

gewerkt kan worden, en nu wil ik deze gelegenheid gebruiken om u

eenigszins met de geschiedenis van Litauen vertrouwd te maken. Schrik

echter maar niet, ik zal niet in geleerde bespiegelingen vervallen,

maar onderweg kort ik mij meest den tijd, en vooral de lange avonden,

met het bestudeeren van al de boeken die ik machtig kan worden en die

mij behulpzaam kunnen zijn bij mijn, zij het ook zeer oppervlakkige,

studie van land en volk.

Dat is wel noodig, want zij hebben er hier een handje van om in het

verleden te leven, waar een normaal mensch van om zou vallen. Ik ken

dat echter; dat kunnen ze in Bulgarije en Servië precies zoo. Ook

daar kan een Bulgaar je met het ernstigste gezicht van de wereld

verzekeren, dat deze of gene stad eigenlijk bulgaarsch moest wezen,

omdat in het jaar 1200 Tsaar zooveel die stad op de Serviërs veroverd

had; en precies zoo doen ze hier.

Toen ik het laatst met een Litauer over de grenzen van Litauen had,

kwam hij met een kaart aanzetten waarop het litausche rijk in het

jaar 1200 afgebeeld was, en op grond daarvan wilde hij o.a.

Koningsbergen eigenlijk tot Litauen rekenen.

Of men wil of niet, men moet hier wel eenigszins van de geschiedenis

van het land op de hoogte zijn, omdat deze bij de tegenwoordige

generatie nog zoo'n groote rol speelt.

Ik laat mij de hoofdartikelen uit de poolsche pers door mijn

dolmetscher vertalen en telkens vindt men daarin toespelingen op de

geschiedenis.

Nu moet het mij van 't hart, dat men hier wel wat al te hard van

stapel loopt, en het jonggeboren Polen al te veel naar het verre

verleden wijst, aangezien het heel Polen van voor de eerste deeling

terug wil. Nu kan men m.i. 150 jaar wereldhistorie wel niet absoluut

negeeren, en ook is het waar dat de Polen alle recht hebben op een

onafhankelijk nationaal bestaan, -- zij hebben er genoeg voor geleden

--, maar ik vind in de duitsche argumenten, die wijzen op hun

150-jarigen cultureelen arbeid in Posen, Silezië en Oost- en

West-Pruisen, ook veel waars en het is wel zeer hard om hun dit

gebied nu toch maar weer ineens af te nemen.

Helaas, de mogelijkheid om tot een compromis te komen is daarom zoo

gering, omdat de fransche missies hier overal met alle mogelijke

middelen een zeer krachtige anti-duitsche campagne voeren, en niet

zonder succes.

Wilna, de eigenlijke hoofdstad van Litauen, met ongeveer 200,000

inwoners, heeft al heel wat meegemaakt. Duitschers, Franschen,

Zweden, Tartaren, Polen, Russen hebben er op hun beurt den scepter

gezwaaid. Zoo was het voor 100 jaren het hoofdkwartier van Napoleon

toen hij zijn tocht naar Rusland begon.

In het Hol van den Leeuw: Reisschetsen uit Sovjet-Rusland · 第 2 / 11 段