XXVII.

Wronsky en Anna brachten den geheelen zomer en nog een gedeelte van

den herfst in dezelfde omstandigheden door, zonder den minsten stap

tot de scheiding te doen. Zij hadden besloten nergens heen te reizen,

maar beiden gevoelden, vooral in den herfst dat zij, hoe langer zij

alleen met elkander en zonder gasten waren, zulk een leven steeds

minder zouden kunnen uithouden.

Hun leven scheen zoodanig, als men het slechts kon wenschen; het was

vol overvloed en gezondheid, beiden hadden hun bezigheid en bovendien

een kind.

Anna hield zich, als er geen bezoek was, met zich zelf bezig en met

de lectuur van romans en andere boeken, die in de mode waren. Zij

liet zich alle boeken zenden, die in de door haar aangehouden

buitenlandsche tijdschriften met verlof vermeld werden, en wijdde

hare geheele opmerkzaamheid aan het lezen, zooals men dit slechts in

de eenzaamheid kent. Buitendien leerde zij alle zaken, waar Wronsky

belang bij had, uit zijn boeken en vakschriften kennen, zoodat hij zich

dikwijls tot haar wendde met vragen over landhuishoudkunde, bouwkunde

en zelfs over paardenteelt en sport. Hij bewonderde haar kennis en haar

geheugen. Ook voor den bouw van het ziekenhuis interesseerde zij zich,

en dat niet alleen, maar zij maakte zelf ook allerhande plannen en

liet de zaken daarnaar inrichten. Maar de voornaamste zorg voor haar

was toch zij zelf, dat zij voor Wronsky dierbaar mocht zijn, dat zij

hem alles vergoeden mocht, wat hij voor haar had verlaten. Wronsky

wist het te waardeeren, dat zij het zich tot levenstaak gesteld had

hem niet alleen te behagen, maar hem ook te dienen; toch werden hem

soms deze liefdenetten, waarmee zij hem zocht te omspannen, lastig:

hij wenschte soms, en met den tijd steeds vaker, niet zoozeer zich

er van te bevrijden, dan wel te beproeven, of zij zijn vrijheid ook

in den weg stonden. Waren op dezen immer sterker wordenden wensch

naar vrijheid niet telkens, wanneer hij eens naar de stad of naar

een wedren reed of zich naar een vergadering wilde begeven, hevige

scènes gevolgd en er aan voorafgegaan, dan zou Wronsky met zijn leven

volkomen tevreden geweest zijn. De rol, die hij zich nu gekozen had,

de rol van een rijk grondbezitter, waaruit de kern der Russische

aristocratie moest bestaan, was niet alleen geheel naar zijn smaak,

maar zij schonk hem, nadat hij ze nu een halfjaar gespeeld had, een

steeds grooter voldoening. En zijn arbeid, die hem steeds sterker

aantrok, had uitstekende gevolgen. Ondanks de kolossale sommen, die

hem het ziekenhuis, de machines en de onmiddellijk uit Zwitserland

gekomen koeien gekost hadden, was hij toch overtuigd, dat zij zijn

vermogen niet verminderd, maar vergroot hadden. Als het op geld

verdienen aankwam, b.v. bij het verkoopen van hout, koren en wol en

bij de landverpachting, was Wronsky zoo hard als steen en verstond

hij het gunstige gelegenheden af te wachten. Wat de zaken op dit en

zijn overige landgoederen betrof, hield hij zich aan de eenvoudigste

en niets risqueerende methode en was in alle kleinigheden hoogst

spaarzaam en berekenend. Ondanks alle slimheid en behendigheid van zijn

Duitschen rentmeester, die hem gaarne tot allerlei kostbare proeven en

aankoopen wilde verleiden, liet hij door dezen geen invloed op zich

uitoefenen. Hij hoorde hem aan, vroeg hem uit en was het slechts dan

met hem eens, wanneer hetgeen aangeschaft of ingericht moest worden

iets nieuws was, maar dat toch de proef reeds had doorgestaan, iets

dat tot nu toe in Rusland onbekend was en waardoor hij dus opzien

kon baren. Bovendien stelde hij geen geld beschikbaar, voor hij tot

in de kleinste bizonderheden wist, waarvoor het werd uitgegeven,

en zag er op toe, dat hij voor zijn geld het beste kreeg.

In October zou in het gouvernement, waarin de goederen der Wronsky's,

der Swijaschsky's, der Kosnischews, der Lewins en der Oblonsky's lagen,

de keuze van een nieuwen maarschalk voor den adel plaats hebben.

Deze verkiezingen trokken tengevolge van verschillende omstandigheden

de algemeene opmerkzaamheid tot zich. Er werd veel over gesproken en

groote toebereidselen werden er gemaakt. Kort voor deze verkiezingen

kwam Schwijaschsky, die zeer dikwijls op Wosdwijanskoje was, om

Wronsky af te halen.

Den vorigen dag waren Anna en Wronsky om dezen tocht bijna vertoornd op

elkander geworden. Het was in den herfst, juist in den moeielijksten

en vervelendsten tijd op het land. Wronsky was daarom reeds op

een strijd met Anna voorbereid, toen hij op een zoo ernstigen en

kouden toon, als hij nog nooit tegen haar had aangeslagen, haar

de mededeeling van zijn afreis deed. Tot zijn verwondering nam zij

echter het bericht zeer kalm op en vroeg slechts, wanneer hij terug

dacht te komen. Hij zag haar opmerkzaam aan, daar hij deze kalmte

niet begreep. Zij glimlachte om dezen blik. Hij kende deze gewoonte

van haar, zich geheel in zich zelf terug te trekken en wist, dat dit

slechts dan geschiedde, wanneer zij een vast besluit genomen had,

dat zij niet van plan was hem mee te deelen. Hij vreesde daarvoor,

maar hij wenschte zoozeer een scène te vermijden, dat hij het zocht

te ignoreeren, en hij geloofde inderdaad ook half, wat hij zoo gaarne

wilde gelooven, dat zij haar verstand gebruikte.

"Ik hoop, dat ge u niet zult vervelen."

"Dat hoop ik ook," zei Anna. "Ik heb gisteren een kist vol boeken

van Gautier ontvangen. Neen, ik zal mij niet vervelen."

"Zij wil dezen toon aanslaan, des te beter!" dacht hij. "Anders is

het altijd hetzelfde lied!"--

Zoo ging hij, zonder dat het tusschen hen tot een oprechte verklaring

gekomen was, naar de verkiezingen. Dit was de eerste maal sedert hun

verbintenis, dat zij vóór een scheiding niet ten volle hun gemoed voor

elkander hadden uitgestort. Aan den eenen kant verontrustte hem dit,

aan den anderen kant vond hij, dat het zóó beter was.

"Vooreerst zal de toestand bij deze onklaarheid en veinzerij zooals

nu blijven--maar later zal zij zich daaraan gewennen. In ieder geval

kan ik alles voor haar opofferen--slechts niet mijn zelfstandigheid

als man," dacht hij.

Anna Karenina(#13214) · 第 154 / 196 题