XII.

De dokters hadden Anna's ziekte voor een kraamvrouwenkoorts

verklaard, die in honderd gevallen negen en negentig maal met

den dood eindigde. Den geheelen dag lag zij in koorts, delirium of

bewusteloosheid. Tegen middernacht lag de zieke bewusteloos en bijna

zonder dat men kon bespeuren, dat het hart nog sloeg. Men verwachtte

elk oogenblik haar einde.

Wronsky was naar huis gereden, maar kwam vroeg in den morgen weer om

naar Anna's toestand te vernemen. Karenin ontmoette hem in de voorkamer

en zeide: "Blijf. Wellicht vraagt zij naar u." Daarop bracht hij zelf

hem naar het boudoir zijner vrouw.

Tegen den morgen begon zij weer zeer opgewonden te worden, haar

gedachten en woorden overstroomden elkander en dan zonk zij weer

in bewusteloosheid terug. Den derden dag herhaalden zich dezelfde

verschijnselen, en de dokters verklaarden nu, dat er hoop op herstel

bestond.

Dien dag kwam Alexei Alexandrowitsch in Anna's boudoir, trad op Wronsky

toe en na de deur gesloten te hebben ging hij tegenover hem zitten.

"Alexei Alexandrowitsch," zeide Wronsky, die zag, dat het

nu tot een verklaring zou komen, "ik kan niet spreken en niets

begrijpen. Verschoon mij. Hoe zwaar het u ook vallen mag, geloof mij,

dat ik nog verschrikkelijker lijd."

Hij wilde opstaan. Maar Karenin greep zijn hand en zeide: "Wat ik u

bidden mag, hoor mij aan. Het is noodzakelijk. Ik moet u de gevoelens

verklaren, die mij nu leiden en die mij in de toekomst leiden zullen. U

moet ten mijnen opzichte niet in dwaling vervallen. U weet, dat ik tot

echtscheiding was besloten en deze zaak reeds had ingeleid. Ik wil u

niet verbergen, dat ik wankelde en mij zeer kwelde; ik beken, dat ik

daarbij in de eerste plaats door den wensch geleid werd mij op u en op

haar te wreken." Hij zag Wronsky openhartig en welwillend aan. "Toen

ik dat telegram ontving, ging ik met dezelfde gevoelens hierheen,

ja ik wil nog meer zeggen: ik wenschte zelfs haar dood. Maar ..." Hij

zweeg een oogenblik, overleggende, of hij hem al zijn gevoelens zou

openleggen of niet.--"Maar ik zag haar en heb haar vergeven. En de

zaligheid van het vergeven heeft mij geopenbaard, wat mijn plicht

is. Ik heb volkomen vergeven. Ik wil ook de andere wang toekeeren,

ik wil ook den mantel laten aan hem, die mij den rok heeft ontnomen

en ik wil slechts God bidden, dat Hij mij de zaligheid van vergiffenis

schenken niet ontneemt."

Tranen stonden in zijn oogen. Hun aanhoudende glans trof Wronsky.

"Ziet u, dat is mijn toestand. U kan mij in het slijk treden, tot spot

der wereld maken, maar ik kan haar niet verlaten en zal haar geen enkel

woord van verwijt toevoegen. Mijn plicht is mij nu duidelijk: ik moet

aan haar zijde blijven. Als zij wenscht u te zien, zal ik het u laten

weten, maar nu, dunkt mij, is het beter u verwijderd te houden...."

Hij stond op en kon van ontroering niet verder spreken. Ook Wronsky

stond op en zag hem in gebogen houding eenigszins schuin aan. Hij

begreep Karenins gevoelens niet. Maar hij besefte, dat in diens

levensbeschouwing iets hoogers, voor hem onbereikbaars was gelegen.

Anna Karenina(#13214) · 第 98 / 196 题