Toen het diner was geëindigd, wilde Lewin zich met Kitty naar het salon
begeven, maar hij vreesde, dat hij haar door haar zoo blijkbaar het hof
te maken lastig zou vallen. Derhalve bleef hij in het gezelschap der
heeren terug en nam deel aan het algemeen gesprek; maar zonder Kitty
te zien, droeg hij toch kennis van haar bewegingen, van haar blik
en de plaats, waar zij zich in het salon had nedergezet. Plotseling
was het hem, alsof zij hem naderde; hij keerde zich om en zag haar
werkelijk met Tscherbatzky in de deur staan en naar hem kijken. Hij
stond op en ging naar haar toe.
"Ik dacht," zeide hij, "dat u zich aan de piano had gezet. Muziek is
iets, dat mij op het land ontbreekt."
"Neen, wij zijn gekomen om u te roepen. Ik dank u, dat u gekomen
zijt." En zij beloonde hem met een lach als met een geschenk. "Welk
genoegen kan het u geven, hier te zitten strijden. Men overtuigt
elkander toch niet."
"Ja, dat is waar," antwoordde Lewin. "Meestal strijdt men opgewonden
voor eigen meening zonder te begrijpen, wat de tegenpartij bewijzen
wil."
Tscherbatzky verwijderde zich van hem, en terwijl Kitty aan een
opgeslagen speeltafeltje ging zitten, nam zij een stukje krijt in
de hand en begon allerlei strepen en kringen op het groene doek te
teekenen. In haar oogen lag een stille glans, en hij, zich geheel
in haar toestand verplaatsend, gevoelde door geheel zijn wezen een
immer sterker wordende, gelukkige spanning.
"Ik wilde u al lang iets vragen," zeide hij en ging naast haar
zitten. Hij zag in een paar vriendelijke, hoewel verschrikte oogen.
"Ik bid u, vraag het."
"Hier!" zeide hij, nam het krijt en schreef de eerste letters van
den volgenden zin:
"Toen u mij zeide: het kan niet zijn, beteekende dit nimmer of
slechts toenmaals?"
Het was onmogelijk, dat zij dezen gecompliceerden zin zou begrijpen,
maar hij zag haar zoo aan, alsof zijn leven er van af hing, dat zij
deze woorden wist te raden.
Zij zag hem vrijmoedig aan, toen steunde zij nadenkend het gefronst
voorhoofd met de hand en bestudeerde de letters. Een paar maal zag
zij hem vragend aan: "Is het dat wel, wat ik denk?"
"Ik heb het verstaan," zeide zij eindelijk blozend.
"Wat beduidt dat woord?" vroeg hij en wees op de n, die "nimmer"
moest beteekenen.
"Dat wil zeggen "nimmer," maar het is niet waar." Hij wischte
het haastig weer uit en reikte haar het krijt over. Zij schreef
T.k.i.n.a.a.
Dolly had zich reeds eenigszins van de bekommering, door haar gesprek
met Karenin bij haar verwekt, hersteld, toen zij bij haar binnenkomst
dadelijk deze beide gestalten aanschouwde. Kitty met het krijt in de
hand, den schuchteren, gelukkigen blik naar boven op Lewin gericht,
en zijn schoone over de tafel gebogen gestalte, zooals hij met
schitterende oogen nu op haar, dan op de tafel nederzag.
Plotseling ontvlamden zijn oogen; hij had begrepen, dat de letters
beteekenden: "Toen kon ik niet anders antwoorden."