IV.

Het liep al naar zes uur en reeds waren eenige gasten verschenen,

voor de gastheer zelf te huis was gekomen. Hij kwam te gelijk met

Peszow en Kosnischew binnen. In het salon bevonden zich reeds vorst

Tscherbatzky, de vader, en de jonge Tscherbatzky, verder Turowzin,

Stipans metgezel bij zijn drinkgelagen, een goedhartige jonkman van

vijf en twintig jaren, en Kitty.

Stipan zag dadelijk, dat in het salon niet alles in orde was. Darja

Alexandrowna, in haar grijs zijden paradekleed, was blijkbaar

bekommerd, omdat de kinderen in hun kamer alleen moesten eten, en ook,

omdat haar man zoolang uitbleef. Zij verstond het niet het gezelschap

naar behooren te vermengen. Allen zaten, volgens de uitdrukking van

den ouden vorst, als poppenvrouwtjes op een visite, in het onzekere

waarom zij eigenlijk hierheen geraakt waren, en zij persten er eenige

woorden uit om niet geheel te zwijgen. De goedhartige Turowzin gevoelde

zich blijkbaar niet op zijn plaats, en het lachen zijner dikke lippen,

toen Stipan binnen kwam, scheen te zeggen: "Nu, vriendje, hier heb je

mij onder pleizierige lui geplakt! In het Chateau de fleurs behoor

ik beter thuis!"--De oude vorst zat daar zwijgend en beschouwde met

zijn kleine oogen van ter zijde Karenin, en Stipan zag het hem aan,

dat hij reeds een kwinkslag had uitgedacht, waardoor hij dezen grooten

staatsman wilde stempelen.--Kitty keek naar de deur en verzamelde

al haar krachten om bij het binnenkomen van Constantin Lewin niet

te blozen. De jonge Tscherbatzky, dien men verzuimd had aan Karenin

voor te stellen, beijverde zich te toonen, dat hij zich deswege niet

geneerde, en Karenin zelf was, naar Petersburgsche zeden, als dames

aan het diner deel nemen, in rok en witte das verschenen. Stipan zag

het hem aan, dat hij slechts gekomen was om zijn woord te houden en

dat hij met zijn aanwezigheid in dit gezelschap een zwaren plicht

vervulde. Hij droeg ook de schuld van de kilheid, die alle gasten

tot aan Stipans komst bevangen hield.

Bij zijn intrede in het salon verontschuldigde Stipan zich met

de verklaring, dat hij door zekeren vorst lang was opgehouden

(deze was de bestendige zondenbok zoo dikwijls hij zich verlaatte)

en toen stelde hij in een oogenblik allen aan elkander voor: Alexei

Alexandrowitsch bracht hij bij Sergej Kosnischew en gaf hun tot thema

de Russificeering van Polen, waarover zij terstond met Peszow in

gesprek geraakten. Terwijl hij daarop Turowzin op den schouder klopte,

fluisterde iemand hem iets zots in en zette hem tusschen zijn vrouw en

den ouden vorst. Daarop zeide hij tot Kitty, dat zij er heden bizonder

goed uitzag en stelde den jongen Tscherbatzky aan Karenin voor. Op

die wijze had hij spoedig het gezelschappelijk deeg bijeen gekneed,

zoodat het in het salon recht levendig werd en de stemmen luid klonken.

Alleen Constantin Lewin was er nog niet. Maar dat was ook recht

goed, want toen Stipan door de eetzaal ging, bemerkte hij dadelijk,

dat de portwijn en sherry van Depré en niet van Lewé gehaald waren;

hij gebood daarom den koetsier nog aanstonds naar Lewé te rijden. In

de eetzaal ontmoette Lewin hem.

"Kom ik te laat?"

"Wanneer kom je niet te laat?" antwoordde Stipan en nam Lewins arm

onder den zijnen.

"Heb je groot gezelschap? Wie zijn er?" vroeg Lewin onwillekeurig

blozend, terwijl hij met de handschoenen de sneeuw van zijn muts

klopte.

"Alleen onze intiemste vrienden. Kitty is ook hier. Kom ik zal je

aan Karenin voorstellen." In weerwil van zijn liberale gevoelens was

Stipan Arkadiewitsch toch overtuigd, dat de bekendheid met Karenin voor

ieder vleiend moest zijn, en daarom tracteerde hij nu zijn vrienden

op hem. Maar op dit oogenblik was Lewin niet in de stemming om de eer

van die kennismaking ten volle te waardeeren. Sedert dien avond, toen

hij Wronsky bij haar had getroffen, had hij Kitty niet wedergezien,

behalve in dat oogenblik toen zij hem op de landstraat voorbij reed.

Hij had het vermoed, dat hij haar heden hier vinden zou; maar,

om de vrijheid zijner gevoelens te bewaren, had hij getracht zich

zelf te overreden, dat hij er niets van wist. Toen hij nu van haar

aanwezigheid hoorde, overviel hem plotseling zulk een blijde schrik,

dat hij geen woord kon spreken. Hoe zou hij haar wedervinden? Als

dezelfde, die zij vroeger was, of als degene, die hij in het rijtuig

gezien had? Maar wat, als Dolly de waarheid had gezegd? En waarom

zou dat ook niet waar zijn?" Dit waren ten naastebij zijn gedachten.

"Och wees zoo goed en stel me aan Karenin voor," zeide hij, met

moeite eenigszins zijn bedaardheid hernemende, ging met gedwongen

vaste schreden het salon binnen en--zag haar.

Zij was niet meer de vroegere, ook niet degene, die hij in het rijtuig

gezien had, zij was een geheel andere en Dolly had de waarheid

gesproken. Zij was verschrikt, schuchter, beschaamd en daardoor

een des te bekoorlijker jong meisje. Zij zag hem dadelijk, toen hij

binnen kwam. Zij was verheugd en schaamde zich over haar blijdschap

in dier mate, dat er een oogenblik was--namelijk dat, waarin hij

de gastvrouw naderde en daarop haar weer aanzag--waarin het Dolly,

die alles opmerkte, toescheen, alsof zij wilde weenen. Zij bloosde,

verbleekte, bloosde weer en verwachtte hem met bevende lippen. Hij trad

op haar toe, boog zich en reikte haar zwijgend de hand. Hadden haar

lippen niet getrild en had een vochtig waas haar oogen niet beneveld,

dan had haar lachje kalm kunnen schijnen, terwijl zij tot hem sprak:

"Wij hebben elkander in langen tijd niet gezien!" en met een wanhopig

besluit drukte haar koude hand de zijne.

"U heeft mij niet gezien, maar ik u wel!" antwoordde Lewin, terwijl

hij van geluk straalde. "Ik heb u gezien, toen u van het station naar

Pokrowka reed."

"Wanneer?" vroeg zij verwonderd.

"U reed naar Pokrowka," antwoordde Lewin, die gevoelde, dat het geluk

zoozeer zijn hart overstroomde, dat hij er bijna in stikte. "En,"

dacht hij: "hoe heb ik met dit fijn gevoelend wezentje iets kunnen

verbinden, dat niet volkomen onschuldig is? Ja het schijnt waar te

zijn, wat Dolly gezegd heeft."

Stipan Arkadiewitsch nam hem bij de hand en geleidde hem naar Karenin.

"Zeer aangenaam de bekendschap te vernieuwen," zeide Karenin koel en

drukte Lewin de hand.

"Hoe? reeds met elkander bekend?" vroeg Stipan verwonderd.

"Wij hebben op reis drie uren te zamen in een waggon gezeten,"

antwoordde Lewin lachend.

"O zoo! Maar ik verzoek u," zeide Stipan en wees in de richting

der spijszaal.

De heeren traden binnen en begaven zich naar de tafel voor het tweede

ontbijt, waarop zes verschillende soorten van wotki en even zooveel

verschillende soorten van kaas, kaviaar, haring en conserven benevens

borden en wittebrood gereed stonden.

Door de nabijheid van den geurigen wotki en de verwachting van den

maaltijd werd het gesprek over de Russificeering van Polen tusschen

Kosnischew, Karenin en Peszow gestaakt.

"Deze kaas kan ik u aanbevelen. Verkiest u?" zeide de gastheer. "Doet

ge nu weer aan de gymnastiek?" wendde hij zich tot Lewin en bevoelde

met de linkerhand diens spieren. Lewin lachte, kromde den arm en

onder Stipans vingers vormde zich een veerkrachtige ronding als van

kneedbaar staal, voelbaar door het fijne laken van den jas.

"Wat een Simson!"

"De berenjacht vereischt wel een groote kracht?" meende Alexei

Alexandrowitsch, die van zulk een jacht een zeer onduidelijk begrip

had. Lewin lachte.

"Volstrekt niet. Een kind kan een beer nederleggen," antwoordde hij

en maakte met een lichte buiging voor de dames plaats, die met de

gastvrouw bij het buffet kwamen.

"Ik hoor, u heeft een beer geschoten?" vroeg Kitty, terwijl zij

tevergeefs trachtte met den vork een glibberigen paddestoel op te nemen

en daarbij het geborduurd bezetsel van haar mouw terugschoof. "Heeft

u dan beren in uw streek?" liet zij volgen, haar bekoorlijk hoofdje

half naar hem omkeerend.

Het was niets bizonders wat zij zeide, maar welk een niet te

beschrijven beteekenis lag in elken klank, in elke beweging der lippen,

der oogen en der handen, terwijl zij sprak! Er lag daarin een bede om

vergeving en vertrouwen, een schuchtere en teruggehouden teederheid,

een beloven, een hopen en een liefde jegens hem, waaraan hij gelooven

moest en die hem met een onmetelijk geluk vervulde.

"Neen, maar in het gouvernement Twersk. Op de terugreis van daar

ontmoette ik uw zwager in den spoortrein. Dat was een komieke

ontmoeting."

En schertsend en levendig vertelde hij, hoe hij na een doorwaakten

nacht, in een boerenpels gehuld, Karenins coupé was binnengestormd. "De

conducteur wilde mij uithoofde van mijn gewaad er uit transporteeren;

toen begon ik hem met groote woorden te imponeeren; "maar ook u,"

wendde hij zich tot Karenin, "wilde eerst den boerenpels er uitjagen,

doch daarna nam u mijn partij, waarvoor ik u zeer dankbaar ben."

"De rechten der passagiers in de keuze hunner plaatsen zijn in het

algemeen moeielijk te bepalen," zeide Karenin.

"Ik zag ook, dat u in het onzekere waart," antwoordde Lewin met een

goedig lachje, "en daarom haastte ik mij om door een beschaafd gesprek

mijn schaappels weer van schuld te bevrijden."

Sergej Iwanowitsch, die, terwijl hij zich met de gastvrouw onderhield,

met een half oor naar zijn broeder luisterde, zag hem nu van ter

zijde aan en dacht: "Wat is er met hem vandaag?" Hij vermoedde

niet, dat Lewin zich vleugels voelde wassen, want--zij luisterde

naar zijn woorden en dat alleen interesseerde hem; dat gaf hem heden

zelfvertrouwen en hij gevoelde zich op een hoogte geheven, waarop hem

schier het hoofd duizelde en daar ergens ver beneden hem waren deze

goede, prachtige Karenins, Oblonsky's en de geheele overige wereld!

Als toevallig en zonder het te bedoelen, plaatste Stipan Kitty

naast Lewin, alsof voor haar geen andere plaats meer over was. Het

diner was even kostbaar als het tafelgereedschap. De soep Louise was

voortreffelijk uitgevallen. De kleine pasteitjes waren onberispelijk;

zij smolten in den mond. Behalve Matjeff vervulden twee bedienden

met witte dassen hun plicht onmerkbaar, stil en rustig.

Doch niet slechts de materiëele zijde van het diner was gelukt, maar

ook de minder materiëele. Het gesprek was algemeen en opgewekt, het

stokte nergens en werd tegen het einde zoo levendig, dat de heeren,

zelfs nadat zij opgestaan waren, hun thema niet loslieten en dat

zelfs Alexei Alexandrowitsch zich opgewekt gevoelde.

Anna Karenina(#13214) · 第 89 / 196 题