De woorden zijner vrouw, die zijn ergste vrees bevestigden, hadden
Alexei Alexandrowitsch een gruwelijke smart veroorzaakt. Deze smart
was nog vermeerderd door het gevoel van medelijden, dat haar tranen
steeds bij hem verwekten. Want weenende vrouwen en kinderen kon hij
nooit zien. Toen Anna hem haar verhouding tot Wronsky verhaald had
en daarbij in tranen was uitgebarsten, ontwaarde hij, in weerwil
van zijn toorn en opgewondenheid, dien aandrang van een medelijdend
gevoel, dat haar tranen steeds bij hem opwekten. Maar nu hij alleen
in het rijtuig was achtergebleven, gevoelde hij zich plotseling van
alle mededoogen bevrijd, maar ook van de kwellingen van twijfel en
ijverzucht, die in den laatsten tijd hem geplaagd hadden. Het was
hem alsof men hem een tand had uitgetrokken, die hem langen tijd
pijn had veroorzaakt. De smart was hevig, maar toch voorbijgaande
geweest. Slechts één gevoel bleef over, dat van toorn tegen haar,
omdat zij al zoo lang zijn leven had bedorven.
"Zonder eer, zonder gevoel, zonder godsdienst! Een geheel bedorven
vrouw! Ik heb gedwaald, toen ik mijn leven met haar verbond, maar in
deze dwaling ligt geen slechtheid en daarom kan ik niet ongelukkig
worden. Ik heb geen schuld, maar zij. Zij gaat mij niets meer aan. Zij
bestaat voor mij niet meer...." Alles, wat haar en haar zoon, jegens
wien zijn gevoel eveneens was veranderd, betrof, hield hem niet
meer bezig. Hij stelde er nu slechts belang in, hoe hij op de beste,
welvoegelijkste, geschikste en derhalve ook rechtmatigste wijze zich
van het vuil, waarmede zij hem in haar val bespat had, kon reinigen,
om daarna zijn werkzaam, eerlijk en nuttig leven voort te zetten.
"Darjalow had deswege een duel.... Maar is de moord eens menschen een
verstandig middel om den toestand te ontwarren en de positie eener
eerlooze vrouw en haar zoon te bepalen? Of wat mogelijk, ja, zeker
geschieden zou--ik zou gedood of gewond worden--ik, de onschuldige
partij, werd gewond of gedood. Dat zou nog onzinniger zijn. Maar
ook geheel daarvan afgezien, zou de uitdaging van mijn zijde een
oneerlijke daad zijn. Want ik weet al vooruit, dat mijn vrienden
zulk een duel nimmer zouden toelaten; zij zouden niet dulden, dat
het leven van een staatsman, dat voor Rusland noodig is, aan zulk
een gevaar werd blootgesteld. Het zou slechts beteekenen, dat ik
mij door zulk een duel een valschen schijn zou geven. Derhalve, een
duel is onmogelijk en niemand zal het van mij verlangen. Een proces
tot scheiding zou een schandaal verwekken, dat mijn vijanden zouden
bezigen om mij voor de wereld te belasteren en te vernederen...."
"Bovendien was het duidelijk, dat, als door een scheiding Anna's
betrekking tot haar man werd verbroken, zij zich dan dadelijk
met haar minnaar zou vereenigen. Maar in weerwil van de volkomen
onverschilligheid voor Anna, die hij zich zelf toekende, had hij toch
een gevoel voor haar, dat hem deed wenschen, dat zij zich niet met
Wronsky vereenigen en uit haar misdrijf voordeel trekken mocht. De
voorstelling van dit laatste verbitterde hem zoozeer, dat hij reeds
bij de bloote gedachte daaraan van smart steunde en van plaats in de
coupé verwisselde; en nog lang daarna wikkelde hij met een gefronst
voorhoofd zijn magere beenen in den donzigen plaid. Na langdurig
overleg kwam Karenin tot het besluit, dat er maar één uitweg voor
hem was: haar bij zich te behouden, het gebeurde voor de wereld te
verbergen en alle hem ten dienste staande middelen te bezigen om die
liefdesbetrekking te verhinderen en te doen eindigen en wel, hetgeen
hij zich zelf echter niet beleed, hoofdzakelijk om haar te straffen.
"Zoo handel ik overeenkomstig de voorschriften van den godsdienst,"
zeide hij tot zich zelf. "Ik stoot de gevallen vrouw niet van mij,
maar geef haar de mogelijkheid om zich te verbeteren, en hoe zwaar
het mij ook vallen moge, ik zal een deel mijner krachten aan haar
verbetering en redding wijden."
Hij dacht er met voldoening aan, dat ook in deze moeielijke zaak
niemand hem zou kunnen verwijten, dat hij niet gehandeld had naar de
voorschriften van den godsdienst, welks banier hij, te midden van de
algemeene koelheid en onverschilligheid, zoo hoog had gehouden. Alexei
Alexandrowitsch zag volstrekt niet in, waarom zijn verhouding tot
zijn vrouw nu niet dezelfde zou kunnen blijven als vroeger. Wel is
waar zou hij haar zijn achting niet kunnen teruggeven, maar er waren
geen gronden voorhanden, waarom hij zich zijn leven moest laten
bederven, dewijl zij een slechte en ontrouwe vrouw was. De tijd,
de alles terechtbrengende tijd zal verloopen en onze verhouding zal
weer eenigszins als te voren worden, ten minste in zoover, dat niets
den rustigen gang van mijn leven zal storen. Zij moet zich ongelukkig
gevoelen, maar ik, de onschuldige, mag niet ongelukkig zijn.