XXIII.

Uitwendig was Karenins verhouding tot zijn vrouw dezelfde gebleven. Er

was slechts dit onderscheid, dat hij nog meer met bezigheden overladen

scheen dan te voren. Zooals in alle vroegere jaren, begaf hij zich

ook nu naar een buitenlandsch bad om zijn gezondheid te herstellen

en keerde als gewoonlijk in Juli naar huis terug om dadelijk met

verdubbelde energie weer aan den arbeid te gaan. Zijn vrouw daarentegen

verhuisde zooals gewoonlijk naar hun buitenverblijf, terwijl hij in

Petersburg bleef.

Sedert haar gesprek na de soirée bij vorstin Twersky had hij niet

meer met Anna over zijn verdenking en zijn ijverzucht gesproken,

en zijn eigenaardige manier van zoo te spreken, alsof hij een ander

voorstelde, paste juist voor zijn tegenwoordige verhouding tot zijn

vrouw. Hij was tegen haar wel wat koeler geworden, maar niet meer

dan of hij slechts een kleine grief tegen haar had wegens gebrek aan

vertrouwen harerzijds bij gelegenheid van hun toenmalig nachtelijk

gesprek; zijn gedachte was ongeveer: "Gij wilt tegenover mij niet

openhartig zijn,--des te erger voor u; al zoudt ge mij nu er ook om

smeeken, nu zou ik niet rechtuit spreken!" Zoo dacht hij als iemand,

die zich vergeefs beijverd had een uitbarstend vuur te verstikken en

eindelijk vertoornd over zijn vergeefsche moeite uitroept: "Nu goed,

als ge u niet wilt laten blusschen, brand dan maar voort!"

Hij, deze zoo schrandere en in alle ambtszaken zoo fijngevoelige man,

zag de dwaasheid van zulk een verhouding tot zijn vrouw niet in. Hij

zag haar niet in, omdat het hem verschrikkelijk was haar zoo te zien,

als zij in werkelijkheid was; hij sloot en verzegelde in zekere

mate de kamer zijns harten, waarin de gevoelens voor zijn familie,

dat is voor zijn vrouw en zijn zoon, woonden. Hij, vroeger zulk een

nauwgezet vader, verkoelde in dezen winter vooral jegens zijn zoon

en zooals met zijn vrouw sprak hij ook met hem op ironischen toon.

Alexei Alexandrowitsch was er van overtuigd en beweerde ook, dat

hij nog in geen jaar zoo met bezigheden overstelpt was geweest als

in het tegenwoordige, maar hij bekende zich zelf niet, dat hij zich

deze drukten zelf uitdacht, omdat hij daarin het beste middel zag

om de kamer, waarin de gevoelens voor vrouw en kind verborgen lagen,

en die steeds sterker werden, hoe langer hij ze daar bewaarde, niet

open te sluiten, in zijn gelaat lag steeds, zoodra iemand naar zijn

vrouw vroeg, een strenge en trotsche uitdrukking.

Karenins landhuis lag in Pargalewo, en gewoonlijk placht ook gravin

Lydia Iwanowna daar te wonen en als buurvrouw en vriendin, op intiemen

voet met Anna te verkeeren. Dit jaar echter gaf zij er de voorkeur

aan daar niet te wonen; zij had geen enkel bezoek bij Anna gebracht,

maar maakte Karenin op Anna's verkeer met vorstin Betsy en Wronsky

als iets onbetamelijks opmerkzaam. Doch hij wees haar streng terug

en zeide, dat zijn vrouw boven alle verdenking was verheven, en

sedert vermeed hij de gravin. Hij wilde niet opmerken, dat velen in

de conversatie Anna scheef aanzagen, en hij wilde niet begrijpen,

waarom Anna zoo levendig wenschte van Pargalewo naar Zarskoë te

verhuizen, waar Betsy woonde en in welks nabijheid Wronsky's regiment

gelegerd was. Hij veroorloofde zich niet daarover na te denken,

maar in den grond zijns harten was hij, ofschoon zonder bewijzen,

vast overtuigd, dat hij een bedrogen echtgenoot was, en voelde zich

diep ongelukkig. Hoe dikwijls had hij in de verloopen gelukkige jaren

zijns levens bij den aanblik van andere bedrogen echtgenooten gezegd:

"Hoe kan men zoo iets ook toelaten? Waarom verbreekt men zulk een

ondragelijken toestand niet?" Maar nu, nu het ongeluk op zijn eigen

hoofd was gevallen, dacht hij er niet aan, hoe zulk een verhouding

kon opgelost worden, en wilde er zelfs niets van weten, omdat het te

verschrikkelijk, te ondragelijk was.

Na zijn terugkomst uit het buitenland was Karenin slechts tweemaal in

zijn landhuis geweest; de eerste maal toen hij er dineerde, den anderen

keer met eenige gasten; maar hij was er geen nacht overgebleven,

zooals hij vroeger placht te doen.

Den dag van den wedren was hij door zijn bezigheden bizonder bezet

geweest; maar hij had reeds des morgens het zoo geschikt, dat hij

na een vroegtijdig middagmaal naar zijn vrouw kon rijden en dan

naar den wedren, dien het geheele hof zou bijwonen en waarbij hij

derhalve niet mocht ontbreken. Bij zijn vrouw wilde hij slechts

aanrijden om welstaanshalve ten minste eens in de week haar bezocht

te hebben. Ook moest hij haar, daar het de vijftiende der maand was,

het huishoudgeld overhandigen.

Anna Karenina(#13214) · 第 54 / 196 题