De wedren ving niet aan in de baan zelf, maar drie honderd meter
buiten dezelve, en op dit gedeelte bevond zich de eerste hindernis,
een gracht van drie meter breed, die de ruiters naar believen konden
overspringen of doorrijden. Driemaal plaatsten de ruiters zich in
een rij, maar telkens kwam een paard te ver naar voren en men moest
andermaal de rij formeeren. Eindelijk, de vierdemaal gelukte het
en "voorwaarts!" klonk het commando. Alle oogen en kijkers van de
tribune waren op den bonten ruitertroep op het oogenblik van zijn
afrijden gericht.
De opgewonden, zenuwachtige Froe-Froe verzuimde het eerste oogenblik,
meerdere paarden waren haar al voorgekomen, maar nog vóór het water
achterhaalde zij zonder moeite drie van hen, en slechts de met het
achterlijf licht en gelijkmatig werkende Gladiator bleef haar voor
en buitendien geheel vooraan de bevallige Diana, die den meer dooden
dan levenden Kusowlew droeg.
In de eerste oogenblikken had Wronsky noch zich zelf noch het paard
in zijn macht. Tot aan de eerste hindernis, de gracht, vermocht
hij zijn paard niet te besturen. Gladiator en Diana kwamen bijna te
gelijk aan dezelve--een, twee! hieven zij zich op en vlogen naar de
andere zijde over; onmiddellijk achter hen hief zich ook Froe-Froe op,
maar op het oogenblik dat Wronsky zich nog in de lucht voelde zweven,
zag hij plotseling schier onder de hoeven van zijn paard Kusowlew,
die aan den anderen oever met zijn Diana uit het water omhoog
zocht te krabbelen. Kusowlew had namelijk dadelijk bij den sprong
van zijn paard den teugel losgelaten en natuurlijk moest dit deze
gevolgen hebben. Wronsky vernam dit later, nu bemerkte hij slechts,
dat zich daar, waar Froe-Froe haar voeten moest neerzetten. Diana's
kop bevond. Maar als een kat onder het vallen maakte Froe-Froe onder
den sprong een krachtige beweging in den rug en met de beenen, zoodat
zij, zonder Diana aan te raken, voorbij vloog. Van nu af had Wronsky
zijn paard geheel in zijn macht. Hij hield het terug met het oogmerk,
de groote barrière eerst na Machatin over te springen, en hem dan op
de eerste vrije ruimte voorbij te komen.
De groote barrière stond recht voor de tribune van het hof. De keizer,
het geheele hof en een menigte volks, allen hadden het oog op hem
gevestigd en op Machatin, die een paardlengte voor hem reed, toen zij
een bedekte barrière, den zoogenaamden "duivel", naderden. Wronsky
besefte dit, hoewel hij niets zag als de ooren en den kop van zijn
paard, die hem tegen vliegenden grond en Gladiators witte voeten, die
snel en steeds op denzelfden afstand voor hem de maat sloegen. Daar
hief Gladiator zich op en zonder ergens aan te stooten en terwijl
zijn korte staart hoog opfladderde, verdween hij voor Wronky's
oogen. "Bravo!" hoorde men ergens een stem roepen. Op hetzelfde
oogenblik schemerden voor hem de planken der barrière. Zonder de
beweging te veranderen hief zijn paard zich onder hem op, de planken
verdwenen en slechts hoorde hij achter zich een lichten klop. Door het
zien van den vooruitgaanden Gladiator vurig geworden, had Froe-Froe
zich wat te vroeg voor de barrière opgeheven en deze derhalve met een
achterhoef aangeraakt. Maar haar gang bleef onveranderd en Wronsky zag,
dat hij nauwkeurig den ouden afstand van Gladiator had behouden. Hij
zag weer diens kruis, den korten staart en de snel uitslaande witte
voeten voor zich.
Op dit oogenblik, toen Wronsky dacht, dat wel de tijd daar was om
Machatin voorbij te komen, begon Froe-Froe, alsof zij de gedachten
van haar heer had geraden, van zelf Gladiator te naderen en wel aan
de voordeeligtse zijde van de lijn. Maar Machatin gaf de lijn niet
vrij. Wronsky overlegde, of men wellicht op de bocht van buiten voorbij
zou kunnen komen, toen Froe-Froe dit reeds van zelf deed en al begon
te vorderen. Haar van zweet al donker gekleurde schouder bevond zich
reeds naast Gladiators kruis. Toen liepen zij een poos geheel naast
elkander. Maar nu kwamen zij aan een hindernis en om deze niet in de
groote bocht te nemen, begon Wronsky met den teugel te werken, en
spoedig kwam hij Machatin op de schuinsche hoogte voorbij. Wronsky
zag zijn met modder bespat gezicht, het scheen hem zelfs toe te
lachen. Wronsky was nu Machatin vooruit, maar hij bemerkte hem dicht
achter zich en hoorde voortdurend den gelijkmatigen hoefslag en het
korte, krachtige snuiven uit de neusgaten van Gladiator.
De beide naaste hindernissen, een gracht en een barrière, werden
zonder veel moeite overwonnen, maar Wronsky hoorde nu den hoefslag en
het snuiven achter zich naderen. Hij bestuurde Froe-Froe en voelde
met blijdschap, dat haar gang zich versnelde en Gladiators hoefslag
weer was als te voren.
Wronsky leidde nu den ren van het paard, zooals Kord hem had geraden en
hij zelf voornemens was geweest. Nu was hij van den uitslag zeker. Zijn
opgewondenheid, zijn blijdschap, zijn teederheid voor Froe-Froe werden
steeds grooter. Hij had gaarne eens omgezien, maar dat durfde hij niet,
en hij trachtte slechts zijn kalmte te vermeerderen en zijn paard niet
sterker aan te drijven, ten einde het den voorraad kracht te laten
behouden, waarover, zooals hij bemerkte, Gladiator nog beschikte. Er
bleef nu nog maar ééne, doch de bezwaarlijkste hindernis over. Kon
hij deze te boven komen, dan was hij overwinnaar. Hij naderde de
barricade. Hij en Froe-Froe bemerkte haar te gelijk en oogenblikkelijk
beving hen dezelfde twijfel. Hij bemerkte de weifeling van zijn paard
aan diens ooren en hief reeds de karwats op, maar zag nog tijdig,
dat zijn twijfel ongegrond was. Froe-Froe verzamelde haar kracht
juist zooals hij het dacht en wenschte, verhief zich en de kracht
harer energie droeg haar ver over de gracht en in gelijken gang en
dezelfde snelheid, zonder veel inspanning, ging zij met rennen voort.
"Bravo, Wronsky!" hoorde hij uit een menschenhoop roepen; hij wist,
dat het lieden en kameraden uit zijn regiment waren, en hij meende
Jawschins stem te herkennen, maar hij zag hem niet. Hij luisterde
rugwaarts, wat achter hem geschiedde. "Overgesprongen!" dacht hij,
toen hij Gladiators hoefslagen weer achter zich hoorde.
Er bleef nu nog een natte gracht van twee meter breedte over. Wronsky
vestigde er zijn aandacht niet eens op; maar wenschende een zoo
groot mogelijken voorsprong te gewinnen, begon hij met de teugels
te werken en ze naar de maat op te heffen en weder op den hals van
het paard te laten dalen. Hij bemerkte dat Froe-Froe haar laatste
krachten bezigde. Hals en schouders waren wit, maar ook aan de manen,
aan den kop en aan de spitse ooren hing het zweet bij droppels en
zij ademde kort en scherp. Maar hij wist ook, dat haar voorraad
van kracht voor de nog ontbrekende zeshonderd meter toereikend zou
zijn. Slechts daaraan, dat hij zich nader bij den grond bevond en
aan een bizondere elasticiteit van beweging bespeurde Wronsky, hoe
zich de snelheid van zijn paard had vergroot. De gracht sprong het
zonder bezwaar over. Het schoot er als een vogel over heen, maar op
hetzelfde oogenblik bemerkte Wronsky tot zijn schrik, dat hij zelf
de beweging van zijn paard niet gevolgd had, maar onbegrijpelijker
wijze zich met een onvergefelijk slechte beweging op den zadel
had laten vallen. Daardoor werd de situatie plotseling een geheel
andere; Wronsky zag, dat iets ongehoords was geschied; het was
hem niet duidelijk wat, toen eensklaps dicht voorbij hem de voeten
van Gladiator schemerden en Machatin in den snelsten galop voorbij
suisde. Wronsky raakte met een voet den grond en op dezen voet zonk de
zwaarte van zijn paard. Nog nauwelijks had hij zijn voet vrijgemaakt,
toen ook Froe-Froe reeds zwaar rochelend op zijde viel, en met haar
fijnen met zweet bedekten hals vergeefsche pogingen aanwendde om zich
weer op te richten. Zij lag aan zijn voeten bevende op den grond als
een aangeschoten vogel. Wronsky's valsche beweging had haar den rug
gebroken. Dat vernam hij veel later. Nu zag hij slechts dit eene,
dat Machatin zich snel verwijderde en dat hij alleen wankelend op
den modderigen grond stond en dat Froe-Froe zwaar rochelend voor hem
lag, met den kop naar hem toegekeerd en hem met haar schoone oogen
aanstarende. Nog steeds niet begrijpend, wat er gebeurd was, rukte hij
het paard aan den teugel. Het sloeg om zich als een visch in het net,
trok de voorpooten bijeen, maar, niet in staat zich van achteren op
te richten, sloeg het weder om zich en viel andermaal op zijde. Met
hartstochtelijk ontsteld gelaat, bleek en met sidderende lippen,
sloeg Wronsky het met de sporen onder den buik en begon weer aan den
teugel te rukken--maar Froe-Froe bewoog zich niet, zij drukte den muil
op den grond en zag haar meester met de schoone, sprekende oogen aan.
"A--h!" kermde Wronsky, met de handen naar het hoofd grijpend, "wat heb
ik gedaan! De ren is verloren! En dat door eigen schuld. Beschamend,
onvergefelijk! En dat arme, lieve, te gronde gerichte paard; ach! wat
heb ik gedaan!"
Een troep volks, officieren van het regiment, de dokter met zijn
helpers kwamen toegesneld en deden allerlei vragen. Tot zijn ongeluk
voelde hij zich zelf ongedeerd. Maar het paard had den rug gebroken
en moest dood geschoten worden. Wronsky kon op de aan hem gerichte
vragen niet antwoorden. Hij kon met niemand spreken. Hij wendde zich
af en zonder de hem ontvallen muts op te nemen ging hij van de renbaan
zonder te weten waarheen. Hij gevoelde zich diep ongelukkig. Voor de
eerste maal in zijn leven ondervond hij een niet meer goed te maken
ongeluk, waarvan hij zelf alleen de schuld droeg.
Jawschin haalde hem met zijn muts in de hand in en begeleidde hem
naar huis. Een half uur daarna kwam Wronsky weer tot zich zelf. Maar
de herinnering aan dezen wedren zou in zijn ziel blijven hechten als
een der zwaarste en meest kwellende van zijn geheele leven.