XXII.

De wedren ving niet aan in de baan zelf, maar drie honderd meter

buiten dezelve, en op dit gedeelte bevond zich de eerste hindernis,

een gracht van drie meter breed, die de ruiters naar believen konden

overspringen of doorrijden. Driemaal plaatsten de ruiters zich in

een rij, maar telkens kwam een paard te ver naar voren en men moest

andermaal de rij formeeren. Eindelijk, de vierdemaal gelukte het

en "voorwaarts!" klonk het commando. Alle oogen en kijkers van de

tribune waren op den bonten ruitertroep op het oogenblik van zijn

afrijden gericht.

De opgewonden, zenuwachtige Froe-Froe verzuimde het eerste oogenblik,

meerdere paarden waren haar al voorgekomen, maar nog vóór het water

achterhaalde zij zonder moeite drie van hen, en slechts de met het

achterlijf licht en gelijkmatig werkende Gladiator bleef haar voor

en buitendien geheel vooraan de bevallige Diana, die den meer dooden

dan levenden Kusowlew droeg.

In de eerste oogenblikken had Wronsky noch zich zelf noch het paard

in zijn macht. Tot aan de eerste hindernis, de gracht, vermocht

hij zijn paard niet te besturen. Gladiator en Diana kwamen bijna te

gelijk aan dezelve--een, twee! hieven zij zich op en vlogen naar de

andere zijde over; onmiddellijk achter hen hief zich ook Froe-Froe op,

maar op het oogenblik dat Wronsky zich nog in de lucht voelde zweven,

zag hij plotseling schier onder de hoeven van zijn paard Kusowlew,

die aan den anderen oever met zijn Diana uit het water omhoog

zocht te krabbelen. Kusowlew had namelijk dadelijk bij den sprong

van zijn paard den teugel losgelaten en natuurlijk moest dit deze

gevolgen hebben. Wronsky vernam dit later, nu bemerkte hij slechts,

dat zich daar, waar Froe-Froe haar voeten moest neerzetten. Diana's

kop bevond. Maar als een kat onder het vallen maakte Froe-Froe onder

den sprong een krachtige beweging in den rug en met de beenen, zoodat

zij, zonder Diana aan te raken, voorbij vloog. Van nu af had Wronsky

zijn paard geheel in zijn macht. Hij hield het terug met het oogmerk,

de groote barrière eerst na Machatin over te springen, en hem dan op

de eerste vrije ruimte voorbij te komen.

De groote barrière stond recht voor de tribune van het hof. De keizer,

het geheele hof en een menigte volks, allen hadden het oog op hem

gevestigd en op Machatin, die een paardlengte voor hem reed, toen zij

een bedekte barrière, den zoogenaamden "duivel", naderden. Wronsky

besefte dit, hoewel hij niets zag als de ooren en den kop van zijn

paard, die hem tegen vliegenden grond en Gladiators witte voeten, die

snel en steeds op denzelfden afstand voor hem de maat sloegen. Daar

hief Gladiator zich op en zonder ergens aan te stooten en terwijl

zijn korte staart hoog opfladderde, verdween hij voor Wronky's

oogen. "Bravo!" hoorde men ergens een stem roepen. Op hetzelfde

oogenblik schemerden voor hem de planken der barrière. Zonder de

beweging te veranderen hief zijn paard zich onder hem op, de planken

verdwenen en slechts hoorde hij achter zich een lichten klop. Door het

zien van den vooruitgaanden Gladiator vurig geworden, had Froe-Froe

zich wat te vroeg voor de barrière opgeheven en deze derhalve met een

achterhoef aangeraakt. Maar haar gang bleef onveranderd en Wronsky zag,

dat hij nauwkeurig den ouden afstand van Gladiator had behouden. Hij

zag weer diens kruis, den korten staart en de snel uitslaande witte

voeten voor zich.

Op dit oogenblik, toen Wronsky dacht, dat wel de tijd daar was om

Machatin voorbij te komen, begon Froe-Froe, alsof zij de gedachten

van haar heer had geraden, van zelf Gladiator te naderen en wel aan

de voordeeligtse zijde van de lijn. Maar Machatin gaf de lijn niet

vrij. Wronsky overlegde, of men wellicht op de bocht van buiten voorbij

zou kunnen komen, toen Froe-Froe dit reeds van zelf deed en al begon

te vorderen. Haar van zweet al donker gekleurde schouder bevond zich

reeds naast Gladiators kruis. Toen liepen zij een poos geheel naast

elkander. Maar nu kwamen zij aan een hindernis en om deze niet in de

groote bocht te nemen, begon Wronsky met den teugel te werken, en

spoedig kwam hij Machatin op de schuinsche hoogte voorbij. Wronsky

zag zijn met modder bespat gezicht, het scheen hem zelfs toe te

lachen. Wronsky was nu Machatin vooruit, maar hij bemerkte hem dicht

achter zich en hoorde voortdurend den gelijkmatigen hoefslag en het

korte, krachtige snuiven uit de neusgaten van Gladiator.

De beide naaste hindernissen, een gracht en een barrière, werden

zonder veel moeite overwonnen, maar Wronsky hoorde nu den hoefslag en

het snuiven achter zich naderen. Hij bestuurde Froe-Froe en voelde

met blijdschap, dat haar gang zich versnelde en Gladiators hoefslag

weer was als te voren.

Wronsky leidde nu den ren van het paard, zooals Kord hem had geraden en

hij zelf voornemens was geweest. Nu was hij van den uitslag zeker. Zijn

opgewondenheid, zijn blijdschap, zijn teederheid voor Froe-Froe werden

steeds grooter. Hij had gaarne eens omgezien, maar dat durfde hij niet,

en hij trachtte slechts zijn kalmte te vermeerderen en zijn paard niet

sterker aan te drijven, ten einde het den voorraad kracht te laten

behouden, waarover, zooals hij bemerkte, Gladiator nog beschikte. Er

bleef nu nog maar ééne, doch de bezwaarlijkste hindernis over. Kon

hij deze te boven komen, dan was hij overwinnaar. Hij naderde de

barricade. Hij en Froe-Froe bemerkte haar te gelijk en oogenblikkelijk

beving hen dezelfde twijfel. Hij bemerkte de weifeling van zijn paard

aan diens ooren en hief reeds de karwats op, maar zag nog tijdig,

dat zijn twijfel ongegrond was. Froe-Froe verzamelde haar kracht

juist zooals hij het dacht en wenschte, verhief zich en de kracht

harer energie droeg haar ver over de gracht en in gelijken gang en

dezelfde snelheid, zonder veel inspanning, ging zij met rennen voort.

"Bravo, Wronsky!" hoorde hij uit een menschenhoop roepen; hij wist,

dat het lieden en kameraden uit zijn regiment waren, en hij meende

Jawschins stem te herkennen, maar hij zag hem niet. Hij luisterde

rugwaarts, wat achter hem geschiedde. "Overgesprongen!" dacht hij,

toen hij Gladiators hoefslagen weer achter zich hoorde.

Er bleef nu nog een natte gracht van twee meter breedte over. Wronsky

vestigde er zijn aandacht niet eens op; maar wenschende een zoo

groot mogelijken voorsprong te gewinnen, begon hij met de teugels

te werken en ze naar de maat op te heffen en weder op den hals van

het paard te laten dalen. Hij bemerkte dat Froe-Froe haar laatste

krachten bezigde. Hals en schouders waren wit, maar ook aan de manen,

aan den kop en aan de spitse ooren hing het zweet bij droppels en

zij ademde kort en scherp. Maar hij wist ook, dat haar voorraad

van kracht voor de nog ontbrekende zeshonderd meter toereikend zou

zijn. Slechts daaraan, dat hij zich nader bij den grond bevond en

aan een bizondere elasticiteit van beweging bespeurde Wronsky, hoe

zich de snelheid van zijn paard had vergroot. De gracht sprong het

zonder bezwaar over. Het schoot er als een vogel over heen, maar op

hetzelfde oogenblik bemerkte Wronsky tot zijn schrik, dat hij zelf

de beweging van zijn paard niet gevolgd had, maar onbegrijpelijker

wijze zich met een onvergefelijk slechte beweging op den zadel

had laten vallen. Daardoor werd de situatie plotseling een geheel

andere; Wronsky zag, dat iets ongehoords was geschied; het was

hem niet duidelijk wat, toen eensklaps dicht voorbij hem de voeten

van Gladiator schemerden en Machatin in den snelsten galop voorbij

suisde. Wronsky raakte met een voet den grond en op dezen voet zonk de

zwaarte van zijn paard. Nog nauwelijks had hij zijn voet vrijgemaakt,

toen ook Froe-Froe reeds zwaar rochelend op zijde viel, en met haar

fijnen met zweet bedekten hals vergeefsche pogingen aanwendde om zich

weer op te richten. Zij lag aan zijn voeten bevende op den grond als

een aangeschoten vogel. Wronsky's valsche beweging had haar den rug

gebroken. Dat vernam hij veel later. Nu zag hij slechts dit eene,

dat Machatin zich snel verwijderde en dat hij alleen wankelend op

den modderigen grond stond en dat Froe-Froe zwaar rochelend voor hem

lag, met den kop naar hem toegekeerd en hem met haar schoone oogen

aanstarende. Nog steeds niet begrijpend, wat er gebeurd was, rukte hij

het paard aan den teugel. Het sloeg om zich als een visch in het net,

trok de voorpooten bijeen, maar, niet in staat zich van achteren op

te richten, sloeg het weder om zich en viel andermaal op zijde. Met

hartstochtelijk ontsteld gelaat, bleek en met sidderende lippen,

sloeg Wronsky het met de sporen onder den buik en begon weer aan den

teugel te rukken--maar Froe-Froe bewoog zich niet, zij drukte den muil

op den grond en zag haar meester met de schoone, sprekende oogen aan.

"A--h!" kermde Wronsky, met de handen naar het hoofd grijpend, "wat heb

ik gedaan! De ren is verloren! En dat door eigen schuld. Beschamend,

onvergefelijk! En dat arme, lieve, te gronde gerichte paard; ach! wat

heb ik gedaan!"

Een troep volks, officieren van het regiment, de dokter met zijn

helpers kwamen toegesneld en deden allerlei vragen. Tot zijn ongeluk

voelde hij zich zelf ongedeerd. Maar het paard had den rug gebroken

en moest dood geschoten worden. Wronsky kon op de aan hem gerichte

vragen niet antwoorden. Hij kon met niemand spreken. Hij wendde zich

af en zonder de hem ontvallen muts op te nemen ging hij van de renbaan

zonder te weten waarheen. Hij gevoelde zich diep ongelukkig. Voor de

eerste maal in zijn leven ondervond hij een niet meer goed te maken

ongeluk, waarvan hij zelf alleen de schuld droeg.

Jawschin haalde hem met zijn muts in de hand in en begeleidde hem

naar huis. Een half uur daarna kwam Wronsky weer tot zich zelf. Maar

de herinnering aan dezen wedren zou in zijn ziel blijven hechten als

een der zwaarste en meest kwellende van zijn geheele leven.

Anna Karenina(#13214) · 第 53 / 196 题