Ik word nooit een askeet." [7]

Tagore's vriend, Dr. Brajendranath Seal, zegt van hem met recht: "Hij

is de eerste onder onze heiligen, die niet weigerde te leven, maar van

uit het Leven zelf sprak, en dàt is waarom wij hem onze liefde geven".

Bijna bedwelmende levensvreugde en jubelende levensaanvaarding spreken

uit het volgende gedicht:

"Verlossing is voor mij niet in verloochening. Ik voelde de

omarming der vrijheid in duizend banden van lust.

Gij stort altijd de frissche dronk van Uw verschillend gekleurde

en geurige wijn voor mij uit, dit aarden vat vullend tot den rand.

Mijn waereld zal haar honderde lampen met Uw vlam ontsteken en

ze voor het altaar van Uw tempel zetten.

Neen, ik zal de deur mijner zinnen nooit sluiten. De lusten van

zien en hooren en voelen zullen Uwe lust dragen.

Ja, al mijn illuzies zullen branden in vreugdeluister, en al mijn

begeerten zullen rijpen in vruchten van Liefde." [8]

Wij hebben den teederen "zanger der liefde" leeren kennen en bewonderen

en het zal thans belangwekkend zijn den dichter te zien optreden als

voorvechter van de maatschappelijke rechten der vrouw. Een van de

allereerste dingen, waaraan Rabindranath, als opvolger der sociale

hervormers Ram Mohan Roy, Debendranath, Keshab Chandra Sen en anderen,

zijn aandacht wijdde, was de verheffing van den toestand der vrouwen

in Indië door middel van opvoeding. Hij heeft nimmer geloofd in

de minderwaardigheid van de vrouw. Steeds heeft hij geloofd in wat

Comte zegt: "Elke sexe heeft dat, wat de andere niet heeft; elk vult

de andere aan en wordt door de andere aangevuld; zij zijn in niets

gelijk en het geluk en de volmaking van beiden hangt af van vragen

en ontvangen door de eene van wat slechts de andere geven kan".

Lang vóór de komst van de moderne vrouwenbeweging was Tagore

reeds een krachtig feminist. Echter is hij geen voorstander van

onvoorwaardelijk vrouwenkiesrecht; hij is van meening, dat, indien

de mannen hun plicht in politieke zaken hadden gedaan, de vrouwen in

het geheel niet zouden hebben willen stemmen. Maar indien de mannen

niet goed kunnen besturen, dan is het gerechtvaardigd, dat vrouwen

aanspraak maken op stemrecht en er zelfs voor vechten. Het sterke

feministische accent van de volgende vertaling van een zijner brieven,

meer dan 25 jaren geleden geschreven, is de aandacht waard:

"Na behoorlijk nadenken, ben ik tot de conclusie gekomen, dat er in

het leven van een man niet die volheid is, welke het leven van een

vrouw kenmerkt. Er is een samenhang van eenheid in vrouwelijke taal,

kleeding, gedrag en plichten. De hoofdoorzaak daarvan is, dat hier

de natuur eeuwenlang haar rijk van werkzaamheid bepaald heeft. Tot

dusverre heeft geen revolutie, geen verandering van idealen of

van beschaving de vrouwen afgeleid van haar pad van onafgebroken

verband. Ze hebben al dien tijd gediend, bemind, getroost en hebben

niets anders gedaan. De bekwaamheid en schoonheid in deze verrichtingen

hebben zich op bekoorlijke wijze verbonden met hare gestalte, met hare

taal, en in haren gang. Haar sfeer van werkzaamheid en haar natuur

zijn dooreen vermengd, gelijk de bloem en hare geur. Zoo heeft niets

als harmonie in haar de overhand gekregen.

"Daarentegen is er zeer veel onevenwichtigheid in het leven van

een man. De teekenen, dat zij door verschillende veranderingen en

functies zijn gekomen, zijn kenbaar aan hun vorm en in hun natuur. De

abnormale verheffing van het voorhoofd, het leelijke van den neus, de

onbekoorlijke ontwikkeling van de kaken zijn alledaagsheden bij mannen,

maar niet bij vrouwen. Had de man denzelfden gang gegaan gedurende de

eeuwen, was hij geoefend in het doen van dezelfde verrichtingen, dan

zou er als het ware een gietvorm voor mannen ontstaan en er zou een

harmonie gekomen zijn tusschen zijn natuur en zijn werkzaamheid. In

dat geval zouden ze het niet zoo hard gehad hebben in hun denken en

in hun worstelen bij het vervullen van hun plicht. Alles zou zeer

geleidelijk en prachtig voortgegaan zijn. En ze zouden een aard

ontwikkeld hebben, en hun geest zou niet van het pad der plichten,

bij de minst mogelijke aanleiding, weggelokt worden.

"Moeder Natuur heeft vrouwen gevormd in een gietvorm. De man heeft

niet zoo'n oorspronkelijken band, zoodat hij niet tot eigen volheid

rond een centraal idee ontwikkeld is. Zijn verschillende ontembare

hartstochten en gevoelens stonden zijner harmonieuse ontwikkeling

in den weg. Zooals het gebonden zijn aan maten de oorzaak van de

schoonheid der poëzie is, zoo is ook de gebondenheid aan de maat van

vastgestelde wetten de oorzaak van de algeheele volheid en schoonheid

der vrouw. Daarom hebben de dichters steeds de vrouwen vergeleken met

zang, poëzie, bloem en rivier, en hebben er nimmer aan gedacht mannen

hiermede te vergelijken. De vrouw, evenals de schoonste dingen in de

natuur, is in samenhang, goed ontwikkeld.... en goed opgevoed. Zonder

twijfel, geen ongepaste gedachte en geen academische discussie kan

het rhythme van een vrouwenleven verbreken. De vrouw is volmaakt".

De toestand van de vrouwen in het Oosten en in het Westen is een

voortdurend thema van levendige discussie geweest. De Christelijke

zendeling, met zijn diepe onwetendheid omtrent den geest van de

Hindoe-maatschappelijke organisatie, ziet niets dan verachtelijke

ellende in het lot van de Hindoe-vrouw. De orthodoxe Hindoe aan

den anderen kant, met zijn gelijke diepe onwetendheid omtrent de

buitenwereld, ziet op het lot van de Hindoe-vrouw als op iets, dat

aan zegeningen niets te kort komt.

Maar Tagore met zijn practische kennis van beide maatschappijen,

is er zich van bewust, dat er goed en kwaad in beide is, en dat een

juiste opvoeding de euvelen zal genezen en de goede eigenschappen

zal versterken. Over de positie van de vrouw in het Oosten en in het

Westen, zegt hij aldus:

"Van buitenaf geoordeeld voel ik, dat in de mate als de Europeesche

beschaving voortschrijdt, de vrouw voortdurend ongelukkiger wordt. De

vrouw fungeert in de maatschappij gelijk de middelpuntzoekende

kracht bij de planeten. Maar in Europa blijkt deze middelpuntzoekende

kracht van vrouwelijke energie vruchteloos om op te wegen tegen de

centrifugale kracht van de waanzinnige maatschappij. De mannen zoeken

schuilplaats in afgelegen hoeken en gaten van de aarde; zij zijn

terneergebogen onder de verpletterende worsteling om het bestaan,

welke ten deele ontstaat door kunstmatig geschapen behoeften. In

Europa wordt een man totaal onwillig om zichzelven een gezin op

den hals te halen; als gevolg daarvan zijn de gezinsplichten van de

vrouw aan het afnemen. Het jonge meisje heeft lang op een minnaar te

wachten, en de vrouw lijdt aan liefdesziekte, omdat haar echtgenoot

afwezig is om den kost voor de familie te verdienen. De volwassen

zoon aarzelt niet in het minst zijn moeders huis te verlaten. Zelfs,

ofschoon haar opvoeding, traditie en natuur er tegen zijn, moet de

vrouw in het Westen toch er op uit gaan om te werken en te worstelen

voor het bestaan.

"Deze wanklank in sociale harmonie, is, naar het mij voorkomt, de

voornaamste reden, waarom de vrouw in het Westen voor gelijke rechten

met den man vecht. De vrouwelijke karakters in vele van Ibsen's

stukken toonen wrevel tegen den huidigen staat van zaken, terwijl

de mannelijke karakters dezen steunen. Dit brengt iemand er toe te

denken, dat de positie van de vrouw in de hedendaagsche Europeesche

samenleving geheel misplaatst is. De man heeft er een afkeer van

om een tehuis voor de vrouw te bouwen, en is tegelijkertijd koppig

in zijn weigering om haar gelijke rechten toe te staan, welke haar

in staat stellen het strijdperk van vruchtdragenden arbeid binnen

te treden. Bij de eerste gedachte moge het getal van vrouwen in de

Nihilistische legers in Rusland verbijsterend schijnen, maar rijpere

overweging overtuigt iemand van het feit, dat de tijd zoowat rijp is

voor de strijdbaarheid van de vrouw in Europa.

"Kracht is het wachtwoord van de Europeesche maatschappij van heden ten

dage. Er is geen plaats voor den zwakke, hetzij man of vrouw. Daarom

beginnen de vrouwen zich te schamen over haar vrouwelijkheid en streven

zij er naar haar kracht te toonen, zoowel van lichaam als van geest....

Het is onmogelijk voor een vrouw in een Europeesche familie om de

verschillende volmaaktheden te bereiken, welke een vrouw kan doormaken

in een Hindoe-tehuis. Daarom wordt het een ernstig ongeluk geacht

een ongetrouwde vrouw in Engeland te wezen. Haar hart wordt zuur,

en ze vindt troost in het "oppassen van jonge hondjes" of in het doen

van "barmhartig" en "maatschappelijk" werk. Zooals soms de melk van

de borst kunstmatig uitgeperst moet worden om de moeder gezond te

houden, zoo moet ook de teederheid van een Europeesche ongetrouwde

dame uitgeperst worden ten bate van liefdadigheidsorganisaties; maar

het blijft in gebreke bij te dragen tot de ingeboren bevrediging van

haar gemoed.

Ik ben bang, dat de hedendaagsche beschaving van Europa onmerkbaar zich

uitbreidt over de onvruchtbare zône in het maatschappelijk leven. De

buitensporige overvloed van weelde-artikelen verstikt de ziel van het

tehuis--het tehuis, dat juist de verblijfplaats der liefde, teederheid

en weldadigheid moest zijn--iets dat boven alles het wezenlijkste is

voor een gezonde ontwikkeling van het menschelijk hart. In Europa

verdwijnen de tehuizen en hotels zijn in aantal toenemende. Als

we zien, hoe mannen gelukkig kunnen zijn met hun paarden, honden,

kanonnen, pijpen en speelclubs, dan kunnen wij veilig de conclusie

trekken, dat de levens der vrouwen langzamerhand gebroken worden. Vóór

dezen plachten de mannelijke bijen den honing buiten te verzamelen en

in de korf op te zamelen, waar de koningin oppermachtig heerschte. Nu

verkiest de bij een cel te huren en op zichzelf te leven, zoodat hij

alleen al den honing 's avonds op kan drinken, welken hij overdag

verzameld heeft. Daarom is de bijenkoningin verplicht de wereld van

strijd in te gaan om honing te verzamelen, opdat ze kan leven. Ze

is nog niet in staat geweest aan de veranderde condities van leven

en samenleving gewend te raken. Het resultaat is ongerustheid en

gegons....

"Zoo is in het kort de tegenwoordige toestand van de vrouw in

het Westen. En wanneer Engelsche philantropisten krokodillentranen

storten over "den ellendigen toestand der vrouwen in Indië", dan sta

ik verstomd bij zulk een verspilling van sympathie, vooral als die

zulk een zeldzaam ding is als bij de Engelschen.

"Onze vrouwen doen onze huizen glimlachen van zoetheid, teederheid

en liefde.... Wij zijn zeer gelukkig met de godinnen onzer

huishouding, en zijzelve hebben ons nimmer van haar "ellendigen

toestand" gesproken. Waarom zouden dan de bemoeiallen van overzee

zoo slecht denken over de veronderstelde smarten onzer vrouwen? Men

begaat vergissingen door zich te veel voor te stellen omtrent hetgeen

anderen gelukkig of ongelukkig zou maken. Indien bij toeval de visschen

philantropisten waren, zouden hunne teedere harten alleen voldoening

vinden door het gansche menschelijke geslacht in de diepten der

wateren onder te dompelen.

"Zonder twijfel, wanneer een Engelsche dame de kleine vertrekken ziet

met het ruwe ameublement en de ouderwetsche schilderijen in de zenana

(vrouwenverblijf), dan trekt ze dadelijk de conclusie, dat de mannen

de Hindoe-vrouwen tot slavinnen hebben gemaakt. Maar ze vergeet,

dat we allen te zamen op dezelfde wijze leven. We lezen Spencer,

Ruskin en Mill, we geven geïllustreerde bladen uit en schrijven

boeken, maar we zitten op een matras op den vloer, en we gebruiken

een aarden olielampje om er bij te studeeren. We koopen juweelen voor

onze vrouwen als we geld hebben, en we slapen binnen een met touwen

vastgemaakt muskietennet, en op warme nachten bewaaieren wij ons met

een waaier van palmblad.

"We hebben geen sofa's of hoogop gestoffeerde stoelen, maar we

voelen ons niet ongelukkig, dat we ze niet bezitten. Maar tezelfder

tijd zijn wij geheel en al in staat om lief te hebben en om bemind te

worden. De westersche volkeren houden van huisraad, vermakelijkheden en

de weelderigheden van het leven zóózeer, dat velen onder hen er niets

om geven echtgenooten te hebben,--en zoo al gehuwd, dan positief geen

kinderen. Bij hen gaat gemak boven liefde, terwijl liefde en een tehuis

de hoogste dingen in ons leven zijn. Daarom moeten we vaak gemakken

opofferen, opdat we kunnen genieten van het leven thuis en van liefde."

De edele taak in de menschelijke samenleving, welke Tagore aan de

Hindoe-vrouw heeft toegedacht kan men behalve uit zijne beschouwingen

nog het best aanvoelen uit het volgende gedicht:

"De moeiten en ellenden van den krijg zijn voorbij.

Kom, o vrouw met uw bekorende macht! kom mij reinigen en troosten;

zegen mij met uwe aanwezigheid, die zacht is als balsem op

mijn wonden.

Kom, bekoorlijke vrouw! kom met uw gouden schenkkan om mij te

reinigen.

De marktdag is heen. De menigte heb ik verlaten en ik heb mijn

hut in het dorp gebouwd.

O vrouw met uw edele inborst! met uw hemelschen glimlach en met

een vermiljoen-roode lijn op de scheiding van uw haar.

Kom het eenzame huis zegenen en het liefelijk maken.

Kom met uw kruik vol wij-water, edele vrouw, o kom!

De zon schijnt hevig in den middag, en een vreemde reiziger is

aan onze deur.

Kom o vrouw met uw zegenende kracht! kom met uw schenkkan

vol honigwater en met de reine muziek uwer polsbanden, om den

onbekenden gast te verwelkomen en te zegenen.

Kom met uw schenkkan vol honigwater, zegenrijke vrouw, o kom!

De nacht is donker en het huis is stil.

Kom, o vrouw met uw vroom gemoed! kom in het wit gekleed met

het offerwater; steek, met loshangend haar, het licht aan op het

altaar en open dan de deuren van uw hart in stil gebed.

Kom met het offerwater, vrome vrouw, o kom!

Nu is de tijd van scheiden daar.

Kom, o vrouw met uw minnend hart! kom met uwe tranen.

Laat uw rouwvol gelaat een regen van zegen doen dalen op den weg,

die mij van hier leidt.

Laat de angstige aanraking van uw gezegende handen een wijding

geven aan de laatste oogenblikken van mijn aardsch bestaan.

Rabindranath Tagore: Een biografische Schets · 第 7 / 11 题