Tagore's vriend, Dr. Brajendranath Seal, zegt van hem met recht: "Hij
is de eerste onder onze heiligen, die niet weigerde te leven, maar van
uit het Leven zelf sprak, en dàt is waarom wij hem onze liefde geven".
Bijna bedwelmende levensvreugde en jubelende levensaanvaarding spreken
uit het volgende gedicht:
"Verlossing is voor mij niet in verloochening. Ik voelde de
omarming der vrijheid in duizend banden van lust.
Gij stort altijd de frissche dronk van Uw verschillend gekleurde
en geurige wijn voor mij uit, dit aarden vat vullend tot den rand.
Mijn waereld zal haar honderde lampen met Uw vlam ontsteken en
ze voor het altaar van Uw tempel zetten.
Neen, ik zal de deur mijner zinnen nooit sluiten. De lusten van
zien en hooren en voelen zullen Uwe lust dragen.
Ja, al mijn illuzies zullen branden in vreugdeluister, en al mijn
begeerten zullen rijpen in vruchten van Liefde." [8]
Wij hebben den teederen "zanger der liefde" leeren kennen en bewonderen
en het zal thans belangwekkend zijn den dichter te zien optreden als
voorvechter van de maatschappelijke rechten der vrouw. Een van de
allereerste dingen, waaraan Rabindranath, als opvolger der sociale
hervormers Ram Mohan Roy, Debendranath, Keshab Chandra Sen en anderen,
zijn aandacht wijdde, was de verheffing van den toestand der vrouwen
in Indië door middel van opvoeding. Hij heeft nimmer geloofd in
de minderwaardigheid van de vrouw. Steeds heeft hij geloofd in wat
Comte zegt: "Elke sexe heeft dat, wat de andere niet heeft; elk vult
de andere aan en wordt door de andere aangevuld; zij zijn in niets
gelijk en het geluk en de volmaking van beiden hangt af van vragen
en ontvangen door de eene van wat slechts de andere geven kan".
Lang vóór de komst van de moderne vrouwenbeweging was Tagore
reeds een krachtig feminist. Echter is hij geen voorstander van
onvoorwaardelijk vrouwenkiesrecht; hij is van meening, dat, indien
de mannen hun plicht in politieke zaken hadden gedaan, de vrouwen in
het geheel niet zouden hebben willen stemmen. Maar indien de mannen
niet goed kunnen besturen, dan is het gerechtvaardigd, dat vrouwen
aanspraak maken op stemrecht en er zelfs voor vechten. Het sterke
feministische accent van de volgende vertaling van een zijner brieven,
meer dan 25 jaren geleden geschreven, is de aandacht waard:
"Na behoorlijk nadenken, ben ik tot de conclusie gekomen, dat er in
het leven van een man niet die volheid is, welke het leven van een
vrouw kenmerkt. Er is een samenhang van eenheid in vrouwelijke taal,
kleeding, gedrag en plichten. De hoofdoorzaak daarvan is, dat hier
de natuur eeuwenlang haar rijk van werkzaamheid bepaald heeft. Tot
dusverre heeft geen revolutie, geen verandering van idealen of
van beschaving de vrouwen afgeleid van haar pad van onafgebroken
verband. Ze hebben al dien tijd gediend, bemind, getroost en hebben
niets anders gedaan. De bekwaamheid en schoonheid in deze verrichtingen
hebben zich op bekoorlijke wijze verbonden met hare gestalte, met hare
taal, en in haren gang. Haar sfeer van werkzaamheid en haar natuur
zijn dooreen vermengd, gelijk de bloem en hare geur. Zoo heeft niets
als harmonie in haar de overhand gekregen.
"Daarentegen is er zeer veel onevenwichtigheid in het leven van
een man. De teekenen, dat zij door verschillende veranderingen en
functies zijn gekomen, zijn kenbaar aan hun vorm en in hun natuur. De
abnormale verheffing van het voorhoofd, het leelijke van den neus, de
onbekoorlijke ontwikkeling van de kaken zijn alledaagsheden bij mannen,
maar niet bij vrouwen. Had de man denzelfden gang gegaan gedurende de
eeuwen, was hij geoefend in het doen van dezelfde verrichtingen, dan
zou er als het ware een gietvorm voor mannen ontstaan en er zou een
harmonie gekomen zijn tusschen zijn natuur en zijn werkzaamheid. In
dat geval zouden ze het niet zoo hard gehad hebben in hun denken en
in hun worstelen bij het vervullen van hun plicht. Alles zou zeer
geleidelijk en prachtig voortgegaan zijn. En ze zouden een aard
ontwikkeld hebben, en hun geest zou niet van het pad der plichten,
bij de minst mogelijke aanleiding, weggelokt worden.
"Moeder Natuur heeft vrouwen gevormd in een gietvorm. De man heeft
niet zoo'n oorspronkelijken band, zoodat hij niet tot eigen volheid
rond een centraal idee ontwikkeld is. Zijn verschillende ontembare
hartstochten en gevoelens stonden zijner harmonieuse ontwikkeling
in den weg. Zooals het gebonden zijn aan maten de oorzaak van de
schoonheid der poëzie is, zoo is ook de gebondenheid aan de maat van
vastgestelde wetten de oorzaak van de algeheele volheid en schoonheid
der vrouw. Daarom hebben de dichters steeds de vrouwen vergeleken met
zang, poëzie, bloem en rivier, en hebben er nimmer aan gedacht mannen
hiermede te vergelijken. De vrouw, evenals de schoonste dingen in de
natuur, is in samenhang, goed ontwikkeld.... en goed opgevoed. Zonder
twijfel, geen ongepaste gedachte en geen academische discussie kan
het rhythme van een vrouwenleven verbreken. De vrouw is volmaakt".
De toestand van de vrouwen in het Oosten en in het Westen is een
voortdurend thema van levendige discussie geweest. De Christelijke
zendeling, met zijn diepe onwetendheid omtrent den geest van de
Hindoe-maatschappelijke organisatie, ziet niets dan verachtelijke
ellende in het lot van de Hindoe-vrouw. De orthodoxe Hindoe aan
den anderen kant, met zijn gelijke diepe onwetendheid omtrent de
buitenwereld, ziet op het lot van de Hindoe-vrouw als op iets, dat
aan zegeningen niets te kort komt.
Maar Tagore met zijn practische kennis van beide maatschappijen,
is er zich van bewust, dat er goed en kwaad in beide is, en dat een
juiste opvoeding de euvelen zal genezen en de goede eigenschappen
zal versterken. Over de positie van de vrouw in het Oosten en in het
Westen, zegt hij aldus:
"Van buitenaf geoordeeld voel ik, dat in de mate als de Europeesche
beschaving voortschrijdt, de vrouw voortdurend ongelukkiger wordt. De
vrouw fungeert in de maatschappij gelijk de middelpuntzoekende
kracht bij de planeten. Maar in Europa blijkt deze middelpuntzoekende
kracht van vrouwelijke energie vruchteloos om op te wegen tegen de
centrifugale kracht van de waanzinnige maatschappij. De mannen zoeken
schuilplaats in afgelegen hoeken en gaten van de aarde; zij zijn
terneergebogen onder de verpletterende worsteling om het bestaan,
welke ten deele ontstaat door kunstmatig geschapen behoeften. In
Europa wordt een man totaal onwillig om zichzelven een gezin op
den hals te halen; als gevolg daarvan zijn de gezinsplichten van de
vrouw aan het afnemen. Het jonge meisje heeft lang op een minnaar te
wachten, en de vrouw lijdt aan liefdesziekte, omdat haar echtgenoot
afwezig is om den kost voor de familie te verdienen. De volwassen
zoon aarzelt niet in het minst zijn moeders huis te verlaten. Zelfs,
ofschoon haar opvoeding, traditie en natuur er tegen zijn, moet de
vrouw in het Westen toch er op uit gaan om te werken en te worstelen
voor het bestaan.
"Deze wanklank in sociale harmonie, is, naar het mij voorkomt, de
voornaamste reden, waarom de vrouw in het Westen voor gelijke rechten
met den man vecht. De vrouwelijke karakters in vele van Ibsen's
stukken toonen wrevel tegen den huidigen staat van zaken, terwijl
de mannelijke karakters dezen steunen. Dit brengt iemand er toe te
denken, dat de positie van de vrouw in de hedendaagsche Europeesche
samenleving geheel misplaatst is. De man heeft er een afkeer van
om een tehuis voor de vrouw te bouwen, en is tegelijkertijd koppig
in zijn weigering om haar gelijke rechten toe te staan, welke haar
in staat stellen het strijdperk van vruchtdragenden arbeid binnen
te treden. Bij de eerste gedachte moge het getal van vrouwen in de
Nihilistische legers in Rusland verbijsterend schijnen, maar rijpere
overweging overtuigt iemand van het feit, dat de tijd zoowat rijp is
voor de strijdbaarheid van de vrouw in Europa.
"Kracht is het wachtwoord van de Europeesche maatschappij van heden ten
dage. Er is geen plaats voor den zwakke, hetzij man of vrouw. Daarom
beginnen de vrouwen zich te schamen over haar vrouwelijkheid en streven
zij er naar haar kracht te toonen, zoowel van lichaam als van geest....
Het is onmogelijk voor een vrouw in een Europeesche familie om de
verschillende volmaaktheden te bereiken, welke een vrouw kan doormaken
in een Hindoe-tehuis. Daarom wordt het een ernstig ongeluk geacht
een ongetrouwde vrouw in Engeland te wezen. Haar hart wordt zuur,
en ze vindt troost in het "oppassen van jonge hondjes" of in het doen
van "barmhartig" en "maatschappelijk" werk. Zooals soms de melk van
de borst kunstmatig uitgeperst moet worden om de moeder gezond te
houden, zoo moet ook de teederheid van een Europeesche ongetrouwde
dame uitgeperst worden ten bate van liefdadigheidsorganisaties; maar
het blijft in gebreke bij te dragen tot de ingeboren bevrediging van
haar gemoed.
Ik ben bang, dat de hedendaagsche beschaving van Europa onmerkbaar zich
uitbreidt over de onvruchtbare zône in het maatschappelijk leven. De
buitensporige overvloed van weelde-artikelen verstikt de ziel van het
tehuis--het tehuis, dat juist de verblijfplaats der liefde, teederheid
en weldadigheid moest zijn--iets dat boven alles het wezenlijkste is
voor een gezonde ontwikkeling van het menschelijk hart. In Europa
verdwijnen de tehuizen en hotels zijn in aantal toenemende. Als
we zien, hoe mannen gelukkig kunnen zijn met hun paarden, honden,
kanonnen, pijpen en speelclubs, dan kunnen wij veilig de conclusie
trekken, dat de levens der vrouwen langzamerhand gebroken worden. Vóór
dezen plachten de mannelijke bijen den honing buiten te verzamelen en
in de korf op te zamelen, waar de koningin oppermachtig heerschte. Nu
verkiest de bij een cel te huren en op zichzelf te leven, zoodat hij
alleen al den honing 's avonds op kan drinken, welken hij overdag
verzameld heeft. Daarom is de bijenkoningin verplicht de wereld van
strijd in te gaan om honing te verzamelen, opdat ze kan leven. Ze
is nog niet in staat geweest aan de veranderde condities van leven
en samenleving gewend te raken. Het resultaat is ongerustheid en
gegons....
"Zoo is in het kort de tegenwoordige toestand van de vrouw in
het Westen. En wanneer Engelsche philantropisten krokodillentranen
storten over "den ellendigen toestand der vrouwen in Indië", dan sta
ik verstomd bij zulk een verspilling van sympathie, vooral als die
zulk een zeldzaam ding is als bij de Engelschen.
"Onze vrouwen doen onze huizen glimlachen van zoetheid, teederheid
en liefde.... Wij zijn zeer gelukkig met de godinnen onzer
huishouding, en zijzelve hebben ons nimmer van haar "ellendigen
toestand" gesproken. Waarom zouden dan de bemoeiallen van overzee
zoo slecht denken over de veronderstelde smarten onzer vrouwen? Men
begaat vergissingen door zich te veel voor te stellen omtrent hetgeen
anderen gelukkig of ongelukkig zou maken. Indien bij toeval de visschen
philantropisten waren, zouden hunne teedere harten alleen voldoening
vinden door het gansche menschelijke geslacht in de diepten der
wateren onder te dompelen.
"Zonder twijfel, wanneer een Engelsche dame de kleine vertrekken ziet
met het ruwe ameublement en de ouderwetsche schilderijen in de zenana
(vrouwenverblijf), dan trekt ze dadelijk de conclusie, dat de mannen
de Hindoe-vrouwen tot slavinnen hebben gemaakt. Maar ze vergeet,
dat we allen te zamen op dezelfde wijze leven. We lezen Spencer,
Ruskin en Mill, we geven geïllustreerde bladen uit en schrijven
boeken, maar we zitten op een matras op den vloer, en we gebruiken
een aarden olielampje om er bij te studeeren. We koopen juweelen voor
onze vrouwen als we geld hebben, en we slapen binnen een met touwen
vastgemaakt muskietennet, en op warme nachten bewaaieren wij ons met
een waaier van palmblad.
"We hebben geen sofa's of hoogop gestoffeerde stoelen, maar we
voelen ons niet ongelukkig, dat we ze niet bezitten. Maar tezelfder
tijd zijn wij geheel en al in staat om lief te hebben en om bemind te
worden. De westersche volkeren houden van huisraad, vermakelijkheden en
de weelderigheden van het leven zóózeer, dat velen onder hen er niets
om geven echtgenooten te hebben,--en zoo al gehuwd, dan positief geen
kinderen. Bij hen gaat gemak boven liefde, terwijl liefde en een tehuis
de hoogste dingen in ons leven zijn. Daarom moeten we vaak gemakken
opofferen, opdat we kunnen genieten van het leven thuis en van liefde."
De edele taak in de menschelijke samenleving, welke Tagore aan de
Hindoe-vrouw heeft toegedacht kan men behalve uit zijne beschouwingen
nog het best aanvoelen uit het volgende gedicht:
"De moeiten en ellenden van den krijg zijn voorbij.
Kom, o vrouw met uw bekorende macht! kom mij reinigen en troosten;
zegen mij met uwe aanwezigheid, die zacht is als balsem op
mijn wonden.
Kom, bekoorlijke vrouw! kom met uw gouden schenkkan om mij te
reinigen.
De marktdag is heen. De menigte heb ik verlaten en ik heb mijn
hut in het dorp gebouwd.
O vrouw met uw edele inborst! met uw hemelschen glimlach en met
een vermiljoen-roode lijn op de scheiding van uw haar.
Kom het eenzame huis zegenen en het liefelijk maken.
Kom met uw kruik vol wij-water, edele vrouw, o kom!
De zon schijnt hevig in den middag, en een vreemde reiziger is
aan onze deur.
Kom o vrouw met uw zegenende kracht! kom met uw schenkkan
vol honigwater en met de reine muziek uwer polsbanden, om den
onbekenden gast te verwelkomen en te zegenen.
Kom met uw schenkkan vol honigwater, zegenrijke vrouw, o kom!
De nacht is donker en het huis is stil.
Kom, o vrouw met uw vroom gemoed! kom in het wit gekleed met
het offerwater; steek, met loshangend haar, het licht aan op het
altaar en open dan de deuren van uw hart in stil gebed.
Kom met het offerwater, vrome vrouw, o kom!
Nu is de tijd van scheiden daar.
Kom, o vrouw met uw minnend hart! kom met uwe tranen.
Laat uw rouwvol gelaat een regen van zegen doen dalen op den weg,
die mij van hier leidt.
Laat de angstige aanraking van uw gezegende handen een wijding
geven aan de laatste oogenblikken van mijn aardsch bestaan.