ACHTSTE KLASSE.

DE PLATWORMEN (Plathelminthes).

De Platwormen, die in zóó belangrijke opzichten van alle vroeger

genoemde Wormen verschillen, dat zij naar het oordeel van sommige

dierkundigen een afzonderlijke hoofdafdeeling moeten vormen,

danken hieraan hun plaatsing in 't laatste gelid. Een enkele

vertegenwoordiger van deze klasse is aan iedereen, althans bij name,

bekend, n.l. de een of andere soort van Lintworm. Een in spiritus

geconserveerd exemplaar van dezen parasiet kan de behoefte bevredigen

aan minstens één voorwerp, waarop bij een algemeene bespreking de

gedachten gevestigd blijven. Bij 't beschouwen van een Lintworm treden

echter eigenaardigheden, die voor het recht begrip van de klasse in

't algemeen niet van 't allerhoogste belang zijn, op den voorgrond en

doen hierdoor andere van meer gewicht minder duidelijk uitkomen. In

het niet onwaarschijnlijke geval, dat de lezer geen anderen Platworm

kent, meenen wij hem te moeten aanraden, voor de eerste kennismaking

met deze vormenrijke klasse een harer vrij levende vertegenwoordigers

te kiezen, b.v. den 12 à 25 mM. langen, (half-schematisch) afgebeelden

Melkwitten Platworm (Dendrocoelum lacteum), die op vele plaatsen van

ons land in stilstaand water veelvuldig voorkomt. Den meesten uwer zal

trouwens het nagaan van dit bevallige diertje meer aanlokken dan het

beschouwen van een dooden parasiet. Ofschoon de Dendrocoelum misschien

sommigen eenigszins aan een Naakten Slak herinnert, zal men in hem,

zelfs zonder nader onderzoek, allicht een Worm herkennen. Pogingen

om hem met de vingers of, zoo het een klein exemplaar is, met een

tangetje te vatten, zullen dikwijls tot de ervaring leiden, dat het

diertje betrekkelijk teer is en licht beschadigd wordt. Bij zulk een

onwillekeurige verscheuring en bij het opzettelijk ontleden van de

buit gemaakte exemplaren zal men opmerken, dat hunne organen niet,

gelijk die der meeste Ring- en Rondwormen, min of meer vrij liggen in

een door den huidspierzak omhulde lichaamsholte, maar dicht omgeven

zijn door een vlokkig en vezelachtig weefsel, dat parenchym wordt

genoemd. Soortgelijke ervaringen, als men bij de hier tot voorbeeld

gekozene, vrij levende Platwormen opdoet, leveren de talrijke,

parasiteerende leden van dezelfde klasse, b.v. de Lintwormen en de

Leverbotten. Op den regel, dat de meeste Platwormen een platte gedaante

hebben, komen niet minder uitzonderingen voor dan op dien, dat de

meeste Rondwormen op de dwarsdoorsnede cirkelrond zijn. De toevoeging

"in den regel" kan men evenmin ontberen bij een omschrijving van de

overige eigenaardigheden. De lichaamsholte ontbreekt in den regel,

zooals reeds gezegd is, maar wordt bij de Nemertinen duidelijk

waargenomen. Van een spijskanaal is soms geen spoor voorhanden

(Cestoden); waar het aanwezig is, ontbreekt meestal de aarsopening

(Zuigwormen, Trilwormen); bij de Snoerwormen komt zoowel een mond-

als een aarsopening voor. Alleen bij deze treft men afzonderlijke

organen voor bloedsomloop en ademhaling aan. Nagenoeg alleen bij hen

zijn de geslachten gescheiden. Als hoofddeelen van het zenuwstelsel

zijn in den regel één paar zenuwknoopen aanwezig in 't voorste deel

van 't lichaam (boven den slokdarm bij de vormen, die een spijskanaal

bezitten); alleen bij de Nemertinen is dit gangliënpaar verbonden met

een tweede onder den slokdarm. Van de centrale deelen gaan, behalve

zenuwtakken naar voren en naar de zijden, twee achterwaarts gerichte

zenuwstammen uit. Oogvlekken met of zonder lichtbrekende organen zijn

bij vele groepen aanwezig; een gehoorblaasje komt slechts bij enkele

soorten voor.

Wij verdeelen de Platwormen in 4 orden: 1) de Lintwormen (Cestodes),

2) de Zuigwormen (Trematodes), 3) de Trilwormen (Turbellaria) en 4)

de Snoerwormen (Nemertini).

Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 6: De Wormen · 第 18 / 25 题