VIJFDE KLASSE.

DE RONDWORMEN (Nemathelminthes).

Meer dan tot dusver moet bij de beschrijving van het leven der nu

nog te behandelen dieren gelet worden op hun inwendig samenstel;

alleen hierdoor kan men een inzicht krijgen in de veranderingen,

die zij ondergaan; de uitwendige kenmerken zijn op verre na niet

voldoende voor hun signalement, voor het bepalen van de plaats,

die zij in het stelsel behooren in te nemen. Wij zullen de dikwijls

niet zeer aesthetische kronkelpaden van de ontwikkelingsgeschiedenis

moeten bewandelen, daar het "leven" van vele Rondwormen een langzame

opklimming tot hoogeren trap van organisatie is, die met verwisseling

van verblijfplaats gepaard gaat. Wij zullen hen moeten volgen bij hun

verhuizing uit het vleesch van den eenen gastheer in den darm van een

anderen (zelfs van den mensch), uit het water in het lichaam van een

dier, uit den vochtigen bodem in een Kikkerlong, uit de lichaamsholte

van een rups of een Sprinkhaan in den bodem. Het zal u blijken,

dat deze veranderingen en verhuizingen van Ingewandswormen in hooge

mate boeiend en leerrijk zijn, en dat vele moeielijke proefnemingen

en tijdroovende nasporingen noodig zijn geweest om de parasitisch

levende dieren, waarbij zich eenige van onze allergevaarlijkste

vijanden bevinden, te ontmaskeren, hun herkomst op te sporen.

De Rondwormen (Nemathelminthes) hebben een draad- of buisvormig

lichaam, dat altijd ongeleed is en nimmer ledematen heeft. De huid

is taai en stevig, de onmiddellijk hiermede verbonden spierlaag

dikwijls zeer ontwikkeld. Met uitzondering van enkele soorten, zijn

alle Draadwormen eenslachtig. Afzonderlijke organen voor de ademhaling

ontbreken. Een vaatstelsel komt nooit tot ontwikkeling; het kleurlooze

bloed vult de ruimten, die in de lichaamsholte tusschen de ingewanden

overblijven. De meeste Nematoden leggen eieren. Bij een groot aantal

is echter de ontwikkeling van de kiem reeds in den eileider zoo ver

voortgeschreden, dat het uitkomen van de jongen met het eierenleggen

samenvalt en de jongen, zooals men het noemt, "levend geboren worden".

Wij verdeelen de Rondwormen in 4 orden: de Hakenwormen

(Acanthocephali), de Draadwormen (Nematodes), de Snaarwormen

(Gordiacei) en de Pijlwormen of Borstelkakigen (Chaetognathi).

Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 6: De Wormen · 第 12 / 25 题