DE RONDWORMEN (Nemathelminthes).
Meer dan tot dusver moet bij de beschrijving van het leven der nu
nog te behandelen dieren gelet worden op hun inwendig samenstel;
alleen hierdoor kan men een inzicht krijgen in de veranderingen,
die zij ondergaan; de uitwendige kenmerken zijn op verre na niet
voldoende voor hun signalement, voor het bepalen van de plaats,
die zij in het stelsel behooren in te nemen. Wij zullen de dikwijls
niet zeer aesthetische kronkelpaden van de ontwikkelingsgeschiedenis
moeten bewandelen, daar het "leven" van vele Rondwormen een langzame
opklimming tot hoogeren trap van organisatie is, die met verwisseling
van verblijfplaats gepaard gaat. Wij zullen hen moeten volgen bij hun
verhuizing uit het vleesch van den eenen gastheer in den darm van een
anderen (zelfs van den mensch), uit het water in het lichaam van een
dier, uit den vochtigen bodem in een Kikkerlong, uit de lichaamsholte
van een rups of een Sprinkhaan in den bodem. Het zal u blijken,
dat deze veranderingen en verhuizingen van Ingewandswormen in hooge
mate boeiend en leerrijk zijn, en dat vele moeielijke proefnemingen
en tijdroovende nasporingen noodig zijn geweest om de parasitisch
levende dieren, waarbij zich eenige van onze allergevaarlijkste
vijanden bevinden, te ontmaskeren, hun herkomst op te sporen.
De Rondwormen (Nemathelminthes) hebben een draad- of buisvormig
lichaam, dat altijd ongeleed is en nimmer ledematen heeft. De huid
is taai en stevig, de onmiddellijk hiermede verbonden spierlaag
dikwijls zeer ontwikkeld. Met uitzondering van enkele soorten, zijn
alle Draadwormen eenslachtig. Afzonderlijke organen voor de ademhaling
ontbreken. Een vaatstelsel komt nooit tot ontwikkeling; het kleurlooze
bloed vult de ruimten, die in de lichaamsholte tusschen de ingewanden
overblijven. De meeste Nematoden leggen eieren. Bij een groot aantal
is echter de ontwikkeling van de kiem reeds in den eileider zoo ver
voortgeschreden, dat het uitkomen van de jongen met het eierenleggen
samenvalt en de jongen, zooals men het noemt, "levend geboren worden".
Wij verdeelen de Rondwormen in 4 orden: de Hakenwormen
(Acanthocephali), de Draadwormen (Nematodes), de Snaarwormen
(Gordiacei) en de Pijlwormen of Borstelkakigen (Chaetognathi).