DERDE KLASSE.

DE KIEUWSPLEETWORMEN (Enteropneusta).

De 6 soorten van het geslacht Balanoglossus (Eikeltong), die de

bovengenoemde klasse vormen, komen in lichaamsbouw het meest met

Wormen overeen, maar ontwikkelen zich uit larven, welke op die der

Stekelhuidigen gelijken. Door de geheel afwijkende inrichting der

ademhalingsorganen herinneren zij aan sommige Manteldieren en zelfs

aan de laagst ontwikkelde Visschen, hetgeen een nadere verwantschap

van de Balanoglossen tot de Gewervelde Dieren doet vermoeden. Sommige

dierkundigen willen daarom aan deze groep den rang van hoofdafdeeling

toekennen.

De hiernevens afgebeelde soort leeft in de Middellandsche Zee op 1 of

2 vademen diepte. De eivormige voorste afdeeling van het langwerpige,

cilindervormige, slijmerige lichaam, de eikel, is van den daarop

volgenden kraag gescheiden door een diepe insnoering, waarin zich de

mondopening bevindt. De eikel, welks groote inwendige holte door twee

openingen met water gevuld en geledigd kan worden, verandert hierdoor

van vorm en omvang; hij dient, behalve als hechtorgaan bij het kruipen,

als boor bij het graven van gangen in den zeebodem, waarin het lichaam

gewoonlijk tot aan den mond verborgen is. Het spijskanaal, waarin,

behalve voedsel, ook water wordt opgenomen, staat in gemeenschap

met twee overlangsche reeksen van kieuwzakken, die in het voorste

of kieuwgedeelte van den romp aan de rugzijde liggen. Het water,

dat voor de ademhaling heeft gediend, stroomt weg door een reeks van

ongeveer 20 fijne spleten aan de buikzijde. De wijdste afdeeling van

het spijskanaal bevindt zich in het maaggegedeelte van den romp;

zij is steeds gevuld met zand, welks organische bestanddeelen het

dier tot voedsel dienen. De staart is ringvormig gegroefd; door de

eindstandige aarsopening wordt het zand uitgeworpen, dat naast de

opening van de gang, hoopjes vormt.

Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 6: De Wormen · 第 8 / 25 题