Het lichaam der Gelede dieren is tweezijdig symmetrisch, en bestaat
uit een bij de verschillende soorten zeer ongelijk aantal achter elkaar
gelegen leden (fig. 112). Wel zijn deze leden oorspronkelijk alle aan
elkaar gelijk; maar gedurende de ontwikkeling van het dier treden de
onderscheiden leden in dienst van verschillende verrichtingen, en
zoo ontstaat er soms een zeer groot onderscheid. (Vergel. bijv. de
in fig. 113, 1 afgebeelde sluipwesp met den vorm, dien dit dier in
zijn eerste jeugd heeft: 2). Dikwijls vergroeien verschillende leden
met elkander, en dan vertoont het lichaam eene indeeling in enkele
lichaamsafdeelingen (insekten); of zelfs alle leden versmelten tot één
geheel (mijten). In 't laatstbedoelde geval kan men nog slechts aan
de gelede pooten zien, dat men met een Geleed dier te doen heeft. Wel
behooren ook tot de wormen (3e Hoofdafdeeling van het Dierenrijk)
dieren, welke uit leden bestaan (bijv. de regenworm); maar deze wormen
hebben òf geene òf slechts kleine, ongelede pootjes; nooit gelede
pooten, zooals de Gelede dieren bezitten. Slechts in hunne eerste
jeugd kunnen de insekten pootloos zijn (fig. 113, 2) of ongelede
lichaamsaanhangselen hebben (de achterste pooten van eene rups:
fig. 114).--De kop der Gelede dieren bezit verschillende op elkaar
volgende paren kaken, die zich van links naar rechts en van rechts
naar links, heen en weer, bewegen.--De lichaamsbekleeding bestaat bij
de volwassen Gelede dieren uit eene huid met harde pantserstukken;
slechts bij de eerste ontwikkelingstoestanden ("larven") is de huid
van verschillende soorten meer zacht.--De Gelede dieren hebben geen
inwendig skelet; de spieren zijn aan de uitwendige huid bevestigd.--De
centrale deelen van het zenuwstelsel (bl. 19) liggen bij de Gelede
dieren bijkans alle aan de buikzijde. In den kop ligt de "hersenknoop",
dit is eene knoopvormige, boven den slokdarm gelegen zenuwmassa, van
waaruit zenuwen naar de oogen en de sprieten zich begeven. Verder vindt
men aan de buikzijde des diers de zoogenoemde "buikzenuwstreng", die
beneden het darmkanaal zich uitstrekt en uit verschillende zenuwknoopen
(fig. 115, z) bestaat, welke door zenuwdraden aan elkander verbonden
zijn. Er is geene afzonderlijke lichaamsholte voor de centrale
deelen van het zenuwstelsel. De ademhalingsorganen zijn bij eenige
Gelede dieren (Schaaldieren, zooals kreeften en krabben) kieuwen; de
Insekten en Duizendpooten ademen door luchtbuizen of tracheeën (zie
beneden), en ook de Spinachtigen bezitten meer of minder gewijzigde
luchtbuizen.--In hoofdzaken is de bouw van het luchtbuizenstelsel het
volgende: aan iederen kant van het lichaam bevindt zich eene reeks
luchtgaten (fig. 115, lb), door welke de lucht in de luchtbuizen
wordt binnengevoerd. Deze laatsten vertakken zich herhaaldelijk,
zoodat zij ten slotte zich in zeer fijne huisjes splitsen, welke de
verschillende organen omspinnen. De lucht wordt aldus naar alle deelen
des lichaams heengevoerd. In fig. 114 zijn de luchtgaten van eene rups,
in fig. 113, 2 die van eene sluipwesplarve duidelijk zichtbaar.
Tot de Gelede dieren behooren vier klassen: die der Insekten,
Duizendpooten, Spinachtigen en Schaaldieren.