Zonderling koud en bleek teekende de heilige berg zich af tegen den
donkerblauwen hemel, toen ik in het heldere maanlicht weer naar zee
stevende. Het was mijn laatste nacht op den weg naar het Oosten, de
laatste van een lange zeereis, die in Bombay was begonnen. Aan den
rechter kant, lieten wij Oschima of „het groote eiland” achter ons, een
nog werkende vulkaan, boven welks vlakken top dunne rookwolkjes
zweefden. In Japan heeft Vulcanus, de god van het vernietigend vuur en
der onderaardsche krachten, een harer hoofdzetels. Er zijn hier wel
honderd uitgewerkte en een twintigtal nog werkende vulkanen en het land
wordt ook voortdurend door aardbevingen geteisterd. Men rekent
gemiddeld 1200 aardbevingen in het jaar, van welke de meeste echter
slechts onbeduidend zijn! Maar van tijd tot tijd treden zij verwoestend
op en eischen duizenden slachtoffers, en als de aardbevingen op den
bodem der zee plaats vinden, dan veroorzaken zij stortvloeden, die
geheele steden en dorpen wegspoelen. Om de aardbevingen bouwen de
Japanners hun huizen van hout en zeer laag.
In den morgen gleed de „Tenjo Maroe” de groote bocht binnen, aan welker
oever Jokohama en Tokio liggen. Een groot aantal Japanners verschijnen
om mij te ontvangen, en de Zweedsche gezant brengt mij naar zijn paleis
in Chineeschen stijl gebouwd. Boven roode, uit hout gesneden daken
wappert de blauw-gele vlag.
Jokohama is een belangrijke handelsstad, die door een menigte
stoomvaartlijnen uit vier werelddeelen wordt aangedaan. Ze is zoo groot
als Stockholm, en 800 Europeërs, kooplieden, consuls en zendelingen,
hebben hier hun vaste woonplaats. Gezantschappen en generaal-consulaten
zijn naar Tokio verlegd, de hoofdstad van het rijk, die twee millioen
inwoners heeft. De meeste menschen wonen in aardige houten huizen, met
kleine voor- en achtertuinen; maar Tokio heeft ook veel paleizen te
midden van heerlijke parken, die kunstwerken zijn van smaakvollen
aanleg.
Uit het geraas en het stof der straten vlucht men naar deze vreedzame
tuinen, waar kleine kanalen en beekjes tusschen grauwe steenbrokken
kabbelen, en de kruinen der boomen zich over gewelfde bruggen nijgen.
Tokio, vroeger Yedo, is rijk aan bezienswaardigheden van oud en nieuw
Japan. Het heeft musea van allerhande soort, schilderijengalerijen,
scholen en een hoogeschool, welker natuurwetenschappelijke inrichting
naar Europeesch voorbeeld heeft plaats gehad. Hier is ook een
geologisch instituut, dat geologische kaarten van het geheele land
heeft vervaardigd en vooral alle verschijnselen onderzoekt, welke met
aardbevingen en vulkanen samenhangen. In wetenschappelijk onderzoek
staan de Japanners bijna even hoog als de Europeanen. In de krijgskunst
overtreffen zij misschien reeds de blanke naties! Alle industrieele
uitvindingen van onzen tijd hebben zij zich ten nutte weten te maken en
hun handel dreigt de Westersche uit Azië te verdringen. Zoo is het, om
een voorbeeld te noemen, nog niet lang geleden, dat zich eenige
Japansche ingenieurs in Jönköping ophielden om het vervaardigen van
Zweedsche lucifers te bestudeeren. Nu vervaardigen zij zelf hun
veiligheidslucifers en voorzien er niet alleen Japan, maar bijna geheel
Azië van. In Kobe stonden bergen kisten opgestapeld, die doozen
lucifers bevatten welke op bevrachting naar China en Korea wachtten.
Precies zoo is het op ieder ander gebied. De Japanners bereizen Europa
en bestudeeren daar met hun scherp verstand de turbines, de
spoorlijnen, telefonen enz. Spoedig zullen zij Europa geheel kunnen
missen en alles, wat zij noodig hebben, zelf vervaardigen!