Marco Polo was de eerste Europeaan die Japan in het Westen bekend
maakte. Hij noemt het Tschipangoe en vertelt, dat het een groot, rijk
eiland is in de Oostelijk van China liggende zee. Daarom noemden de
Chineezen het ook het „land van de opgaande zon”, en Nippon, zooals de
Japanneezen zelf hun eilanden noemen, heeft dezelfde poëtische
beteekenis, die aan het opgaan der zon uit de golven van de Stille Zee
herinnert. De vlag van Japan vertoont een roode zon op een wit veld;
maar als ze aan de masten der oorlogschepen wappert, dan heeft de
zonnebal zestien roode stralen.
De Japanners hadden mij in 1908 uitgenoodigd hun eilanden te bezoeken,
en ik zou zoowel te land als te water hun gast zijn. Den 6den November
1908 begaf ik mij dus van Shanghai aan boord van de groote stoomboot,
die naar Japan ging. De „Tenjo Maroe” heeft zes dekken en men verbeeldt
zich in een huis van verscheiden verdiepingen te zijn, als men van het
onderste platform naar de kajuiten klimt. Een geheele woning van
prachtig gemeubileerde kajuiten was te mijner beschikking gesteld en ik
reisde zoo weelderig, als anders slechts Amerikaansche millionairs
doen. Mijn salon was voorzien van schrijftafel, sofa, ligstoelen en
kasten. In de slaapkajuit stond een heerlijk, gemakkelijk bed van
glimmend metaal, met dikke zijden gordijnen, in de badkamer een
porceleinen badkuip. Aan de wanden en het plafond waren electrische
lampen bevestigd, op den vloer lagen dikke tapijten en alle monteering
was van zilver. Ik behoefde slechts op een knop te drukken en een lange
Chinees trad binnen, gekleed in zwart en wit, zijn staart op den rug,
die beleefd mijn bevelen vroeg.
Mijn kajuiten lagen aan stuurboordzijde op twee na op het bovenste dek,
en door vijf ronde vensters kon ik de, in de zon schitterende, zee
zien. Hier was men voor den wind beschut; de noord-oostmoesson blies
tegen bakboordzijde, en het was nu, in November, zeer koel. De zee had
een sterke deining, maar onze stoomboot was zulk een kolos, dat men het
ternauwernood bemerkte.
De „Tenjo Maroe” maakt regelmatig reizen dwars over den Stillen Oceaan
naar San Francisco. Onderweg worden de Sandwicheilanden aangedaan, die
in het midden van de Noordelijke helft van den Oceaan liggen en aan
gene zijde van Japan stoomt het schip dwars door den geweldigen
zeestroom, die Kurosiwo, „het zwarte zout”, heet. Hij komt uit de
streken ten Noorden van den aequator en loopt noordelijk, waarbij hij
met zijn 22 graden warm en 400 meter diep water de kusten van Japan
even liefkoozend aanraakt, als de golfstroom de kusten van Engeland en
Noorwegen. Aan gene zijde van Japan is de zee zeer diep; daar daalt het
peillood zelfs tot 8500 meter en nog dieper.—
Van Shanghai over de Chineesche Oostzee naar Nagasaki, een aanzienlijke
stad op Kioesjioe, het zuidelijkste der vier groote Japansche eilanden,
is 830 kilometer. Midden in zee kreeg ik reeds een draadloos telegram
uit Kioto en gedurende de gansche vaart naar Jokohama stond het schip
in onafgebroken verbinding met het land. In Nagasaki staat de
vreemdeling verbaasd over de grootsche scheepwerven en dokken; de
grootste in geheel Azië; ook de „Tenjo Maroe” en eenige andere even
groote schepen zijn voor het grootste deel in Nagasaki gebouwd. Het is
werkelijk moeilijk om te gelooven, dat pas vijftig jaren zijn
verloopen, sedert de Japanners begonnen zijn zich de beschaving van
Europa en de uitvindingen van het Westen eigen te maken. In veel
opzichten heeft het zijn leermeesters reeds overtroffen!
Na een dag oponthoud in Nagasaki ging het noordwaarts om Kioesjioe heen
naar de schoone, smalle zeeëngte bij Sjimonoseki, welke naar een
binnenzee voert. Helaas was het reeds stikdonker, toen ik de vloot van
Admiraal Togo voorbijvoer. Met 85 van de 200 moderne oorlogschepen van
Japan hield hij juist een eskader-oefening. De manoeuvres van het
landleger stonden er mee in verbinding. Japan is de vijfde zeemacht der
wereld en wordt slechts overtroffen door Engeland, Duitschland, Amerika
en Frankrijk. Het bezit dertien slagschepen en laat er nog twee bouwen.
Een geheele reeks zijner oorlogschepen heeft het den Russen ontnomen,
hersteld en een anderen naam gegeven.
Het landleger bestaat in vredestijd uit 250.000 man met 11.000
officieren. In oorlogstijd, als alle reservetroepen opgeroepen
worden—en ook de landweer onder de wapenen komt—bedraagt de legermacht
misschien anderhalf millioen. Jaarlijks worden 120.000 recruten in
actieven dienst gesteld. De Japanners schrikken voor geen offers terug,
wanneer het de verdediging van hun vaderland betreft. Bij hun is de
liefde voor hun geboorteland een godsdienst.
Wat de oppervlakte betreft, is Japan een vijfde kleiner dan
Duitschland; zijn bevolkingscijfer echter slechts een achtste minder.
Telt men evenwel de kort geleden veroverde deelen op het vasteland
mede, Korea en Kwantung, dan moet men nog 200.000 vierkante meter er
aan toevoegen en de bevolking van Japan op 63 millioen brengen! Dit
nieuwe Japan is dus een vijfde grooter dan Duitschland en heeft slechts
800.000 inwoners minder dan dit land.