hanteeren der wapenen. Stelen was hun geoorloofd, mits zij 't op listige
wijze aanlegden; werden zij betrapt, dan kregen zij dubbel straf.
Overigens werd hun bescheidenheid en eerbied voor bejaarde menschen
ingeprent. Teneinde van hen geen praatjesmakers te maken, moesten zij
zich oefenen, om zich zoo kort en bondig mogelijk uit te drukken
(Lakoniek). Van de beoefening van kunsten en wetenschappen was geen
sprake.
Kon het wel anders, of de Spartanen moesten bij zulk eene opvoeding
dappere soldaten worden?
De Atheners hadden in #Solon# een' wetgever, die even edel en
onbaatzuchtig, maar tevens veel beschaafder en menschlievender was. Hij
leefde in de laatste helft der zesde eeuw voor Chr. Op zijne reizen had
hij veel wijsheid opgedaan en werd daarom door zijne medeburgers hoog
vereerd. Zelfs droegen zij hem de waarlijk niet gemakkelijke taak op,
eene nieuwe staatsregeling voor Athene te ontwerpen.
Deze onderscheidde zich al aanstonds van die van Lycurgus, doordat zij
#democratisch#, terwijl gene #aristocratisch# was, m. a. w. bij de eerste
berustte de macht bij 't volk, bij de tweede bij de aanzienlijken.
Solons eerste streven was, de armen van hun' schuldenlast te bevrijden.
Hij deed dit echter op eene veel billijkerwijze dan Lycurgus, zoodat hij
alle standen bevredigde. Om het recht, de veiligheid en de goede zeden
beter te kunnen handhaven, vernieuwde hij weder het aanzien van den
#Areopagus#, een gerechtshof, dat des nachts zijne zittingen had en een
streng toezicht hield over de zeden en handelingen der burgers.
Mocht Lycurgus de beoefening van kunsten en wetenschappen belemmeren,
Solon bevorderde haar met alle macht. Op zoogenoemde gymnasiën werden de
knapen niet alleen bezig gehouden met lichaamsoefeningen, maar ook met
lezen, schrijven, zingen, muziek, teekenen, rekenkunde en vooral met de
kunst, om zich schoon en bevallig uit te drukken.
Met zijn 18de jaar kreeg de jongeling schild en speer en moest aan 't
altaar der goden zweren, zijne wapens nooit oneer aan te doen, maar
desnoods met vreugde voor zijn vaderland te sterven.
Met zijn 20ste jaar trad hij in alle rechten van Atheensch burger en
mocht mede de volksvergadering bezoeken.
Wie zich bijzonder verdienstelijk maakte voor zijn volk, werd op
staatskosten onderhouden, of, wat nog grooter eer was, met een krans van
olijftakken versierd.
Kon het anders, of het Atheensche volk moest beschaafd en ontwikkeld
worden bij zulk eene opvoeding?
Solon genoot tot zijnen dood de achting zijner medeburgers en stierf in
hoogen ouderdom.
Hij werd onder de zeven wijzen van Griekenland opgenomen.
9. MILTIADES.
De opvolgers van Cyrus, den grondvester van het Perzische rijk, zett'en
diens veroveringen voort. Tot de landen, die zij veroverd hadden,
behoorde ook Klein-Azië. Aan de oostkust hadden de Grieken vele koloniën
gesticht, die tot hoogen bloei geraakten. De Aziatische Grieken schenen
echter weldra het Perzische juk moede te wezen, althans zij stonden
tegen hunne onderdrukkers op. Daartoe hadden vooral de Atheners hen
aangezet, en daarom moesten dezen ook de gevolgen daarvan ondervinden.
#Darius Hystaspes#, de toenmalige beheerscher van 't Perzische Rijk, wist
met weinig moeite de opgestane Grieken tot onderwerping te brengen en
hield een vreeselijk strafgericht over de opstandelingen. Ook op de
Europeesche Grieken, en voornamelijk op de Atheners, wilden de Perzen
zich wreken.
Te dien einde zeilde in 493 v. C., een geduchte vloot naar Griekenland,
die echter bij 't voorgebergte #Athos# door een' storm geheel vernield
werd. Toen zond Darius boden naar Griekenland, om van alle staten aarde
en water te vragen ten teeken van onderwerping. Als eenig antwoord,
wierpen de Atheners de boden in een' kuil, terwijl de Spartanen ze in
een put gooiden; daar moesten zij zich zelven maar aarde en water halen.
Woedend over deze bejegening zijnen gezanten aangedaan, rustte Darius
opnieuw een geducht leger ter onderwerping van Griekenland uit. Zoo
zeker meenden de Perzen van de overwinning te zijn, dat zij ketenen
medebrachten voor de Grieken, die zij gevangen zouden nemen, en marmer,
ter vereeuwiging der Perzische dapperheid.
De Perzen landden eerst op 't eiland #Euboea#, thans Negropont genaamd,
richtten aldaar groote verwoestingen aan, koelden hunne woede door de
verdelging van de stad #Eretria# en staken daarna naar het vaste land
over. In de groote vlakte bij #Marathon#, ten noorden van Athene, stelde
het Perzische leger zich in slagorde.
De Atheners hadden zich dadelijk tot de Spartanen om hulp gewend. Dezen
echter schreef een heilig gebruik voor, niet ten strijde te trekken, eer
de volle maan aan den hemel stond. Slechts uit de Grieksche stad Plataea
kwamen 1000 strijders de Atheners te hulp, die zelven nauwelijks 9000
man onder de wapens konden brengen, waaronder nog vele slaven waren. Het
Perzische leger echter telde 100,000 man voetvolk en 10000 ruiters. Zulk
een leger was wel in staat, zelfs den moedigste vrees in te boezemen.
Het kleine Grieksche leger zoude ook zeker de vlucht genomen hebben, had
niet de bezielde taal van een der 10 aanvoerders, #Miltiades#, het met
nieuwen moed bezield en bij ieder der strijders de begeerte doen
ontstaan, om voor vrijheid en vaderland bloed en leven op te offeren.
Onweerstaanbaar is dan ook de aanval der Grieken op de Perzische
scharen. Ontzetting en verbazing over zulk een heldenmoed en opoffering
bevangt de Perzen, en, als door een panischen schrik aangegrepen,
vluchten zij op hunne schepen. Duizenden vluchtelingen worden
achterhaald en gedood; zelfs vallen vele schepen in de handen der
Grieken. Den volgenden dag kwamen de Spartanen op 't slagveld. Na het in
oogenschouw genomen te hebben, prezen zij hoogelijk de dapperheid der
overwinnaars en keerden vervolgens weder huiswaarts.
Miltiades deelde het lot van vele beroemde mannen. Eerst putte men zich
uit in lof- en eerbewijzen; maar, toen hij later in de verovering van
het eiland #Paros# niet slaagde, beschuldigden zijne benijders hem van
verraad, waarop hij voor eene rechtbank werd gedaagd.
Wel werd hij van de doodstraf vrijgesproken, maar toch veroordeeld tot
het betalen van de kosten der onderneming, die op 50 talenten, ongeveer
125,000 gl. werden geschat. Daar hij zulk eene ontzaggelijke som
onmogelijk kon betalen, werd hij in de gevangenis gebracht, waarin hij
weldra stierf als een slachtoffer van de ondankbaarheid zijner
medeburgers.
10. EEN ONGELIJKE STRIJD (LEONIDAS).
Xerxes, de zoon van Darius, wilde het plan, dat zijn vader opgevat, maar
niet volvoerd had, tot een goed einde brengen. Hij wilde dat zóó doen,
dat er aan mislukking niet te denken viel. Een leger van meer dan 1-1/2
millioen soldaten, samengesteld uit al de volken van zijn gebied, zou
daartoe dienen.
Dit reusachtig leger trok ongehinderd door Thracië en Thessalië, maar
vond bij den nauwen bergpas, de #Thermopylae#, den eersten, onverwachten
tegenstand. Hier had de Spartaansche koning #Leonidas# met 300 Spartanen
en eene kleine schaar van bondgenooten, te zamen 8000 man tellende, post
gevat, vast besloten tot den uitersten tegenstand. Xerxes zond eerst een
Perzischen ruiter naar de bergengte, om de sterkte van het Grieksche
leger op te nemen. Met verbazing zag deze, hoe de 300 Spartanen, die de
voorhoede uitmaakten, zich als tot een feest tooiden, hun lang haar
kamden en vlochten en zich met kampspelen den tijd kortten. Xerxes, in
't minst niet vermoedende, dat zulk eene kleine schaar zich tegen zijn
ontzaggelijk leger zoude durven verzetten, wachtte eerst vier dagen
lang, dat zij zich gewillig zouden onderwerpen. Vervolgens zond hij een'
bode naar Leonidas met den eisch, de wapens af te geven. "Kom en haal
ze," is 't Laconisch antwoord van den aanvoerder. Den strijd met zulke
mannen vreezende, zoekt Xerxes den Spartaan door groote beloften tot
zijne belangen over te halen.
Maar 't hooghartige antwoord van Leonidas luidt: "De Spartanen zijn niet
gewoon eer door verraad te koopen."
Eindelijk begint de aanval. Maar ziet, de eene hoop der Perzen vóór, de
andere na, wordt met groot verlies door de Spartanen teruggeworpen.
De Grieken hadden dit voordeel, dat door de nauwte van den bergpas niet
vele troepen tegelijk tegen hen aangevoerd konden worden. Zelfs de 10000
onsterfelijken, de bloem des Perzischen legers, waren niet tegen de
Grieksche dapperheid bestand. Twee dagen lang duurde deze ongelijke
strijd. De Perzische soldaten moesten ten laatste met geweld naar den
bergpas worden gedreven. Een aanval op dit zoo dapper verdedigde punt
stond bij hen bijna met een zeker doodvonnis gelijk.
Dat helaas! ook hier weer verraad in 't spel moest komen. Een zekere
Griek, #Ephialtes#, wees den Perzen een smal voetpad over de bergen, en nu
werden de Grieken ook in den rug aangevallen. Zoodra Leonidas dit
verraad bemerkte, liet hij de bondgenooten vertrekken. Hij en zijne
Spartanen wijdden zich tot den heldendood. Zij vonden dien dood, maar
niet, dan nadat de lijken van honderden vijanden het slagveld bedekten.
(480 j. v. C.)
Een eenvoudig gedenkteeken wees later de plaats aan, waar de Grieksche
dapperheid zich zoo voorbeeldig had getoond.
Leonidas naam leefde voort in liederen en gedichten, als het toonbeeld
van Spartaansche deugd.
11. EEN WELGESLAAGDE LIST (THEMISTOCLES).
Als een stortvloed verspreidden de Perzen zich na de vermeestering van
den bergpas over #Hellas#, het noordelijkste gedeelte van Griekenland, en
rukten naar Athene op.
Dat Athene zich op den duur tegen de aanvallen van het ontzaggelijke
leger niet zoude kunnen staande houden, was duidelijk, te meer, daar de
bondgenooten zich op de Peloponnesus, het zuidelijkste deel van
Griekenland, hadden terug getrokken.
Toen wist een schrander Athener, #Themistocles#, zijne medeburgers te
bewegen, hunne geliefde vaderstad te verlaten, huis en hof aan den
vijand prijs te geven en zich op de schepen te redden. Zijne
overredingskracht zoude hem misschien toch niet gebaat hebben, had niet
het orakel te Delphi zijn plan krachtig ondersteund door de uitspraak
van de priesteres (Pythia), dat men zich achter houten muren moest
verdedigen. Themistocles verzuimde niet deze duistere uitspraak ten
gunste van zijn doel uit te leggen. Met bloedende harten scheidden de
Atheners van de plaatsen, waar zij 't eerste levenslicht zagen, waar zij
als kinderen hadden gespeeld, waar tal van aangename en smartelijke
herinneringen hen boeiden.
Weldra konden zij uit de ten hemel stijgende vlammen het lot hunner
geliefde vaderstad opmerken. Ondertusschen was de Perzische vloot in de
nabijheid der Grieksche kust gekomen. Toen de Atheners dit gewaar
werden, vatt'en velen (zeker niet de moedigsten) het plan op, met hunne
schepen gedurende den nacht te ontvluchten. Themistocles vernam dit en
was dadelijk er op bedacht, dit heilloos ontwerp te verijdelen. De
Perzische vloot moest in de golf van #Salamis# gelokt worden, voor en
aleer een enkel der Atheensche schepen kon ontvluchten. Daarom zond hij
een vertrouwden slaaf met de volgende boodschap aan den Koning: "Groote
Koning! ik ben in 't geheim uw vriend. De Atheners bevinden zich allen
in de golf van Salamis. Zij willen echter dezen nacht ontvluchten. Haast
u, dan kan geen hunner u ontkomen." Xerxes meende hier met een'
Ephialtes te doen te hebben en haastte zich den gegeven raad te volgen.
De Perzische vloot verschijnt weldra in de golf. Zullen die
onbeduidende, kleine Grieksche schepen bestand zijn tegen de veel
talrijker en grooter vaartuigen der Perzen?
Hier moeten wij de scherpzinnigheid bewonderen van dezen Athener.
Volkomen tehuis op 't tooneel van den strijd, wist hij dat de baai van
Salamis eene menigte ondiepten had, den Perzen #niet#, maar den Atheners
#zeer goed# bekend. De Perzen liepen in het net, hun door Themistocles
gespannen; zij konden wegens de vele ondiepten hunne strijdkrachten niet
genoeg ontwikkelen; vele schepen geraakten aan den grond, een nog
grooter aantal werd door de Grieken genomen of verbrand. In 't kort: de
zegepraal der Atheners was volkomen.
Xerxes, die op een hoog rotspunt de geheele vernietiging der Atheners
meende te kunnen waarnemen, zag niets minder dan den ondergang van zijne
eigene, geduchte vloot. Door schrik en vrees geheel verbijsterd, liet
hij zich in eene visschersboot over den Hellespont naar Azië brengen, de
voortzetting van den oorlog aan zijne veldheeren overlatende.
Themistocles was nu de gevierde man; zijn roem werd overal verkondigd,
zijn naam werd overal genoemd, hij werd geprezen als de redder der
vrijheid. 't Ging de toenmalige Grieken echter min of meer als de
tegenwoordige Franschen. De man, die nu de held van den dag is, wordt
misschien morgen verguisd.
Themistocles ondervond dit, zooals velen nog na hem zouden ondervinden.
't Is waar, Themistocles maakte zich door zijne trotschheid, willekeur
en hebzucht vele vijanden, maar eene beschuldiging, door zijne vijanden
ingebracht, dat hij voor de vrijheid gevaarlijk was, miste allen
redelijken grond.
Desniettemin werd hij verbannen, maar was zelfs in zijne ballingschap
niet veilig voor de vervolgingen der Spartanen, die hem haatten, omdat
hij, tegen hun zin, bewerkt had, dat het weder opgebouwde Athene met
muren omringd werd.
Hij vluchtte daarom naar den Perzischen koning, die hem vriendelijk
opnam. Toen deze echter naderhand zijnen dienst inriep tot onderwerping
van zijn vaderland, nam Themistocles vergif in, daar hij geen verrader
wilde worden. Volgens een ander verhaal zou hij van kommer en heimwee
gestorven zijn.
12. ATHENE'S GROOTSTE BLOEI (PERICLES).
Hoe groot ook de macht der Perzen ware, zij bleek niet bestand te zijn
tegen de vaderlandsliefde en dapperheid der Grieken. Nadat in 't jaar
469 v. Chr. de dappere #Cimon#, zoon van den diep verongelijkten
Miltiades, den vijanden aan de #Eurymedon#, een riviertje in Klein-Azië,
eene geduchte nederlaag had toegebracht, werden de vijandelijkheden
gestaakt, zonder dat er eigenlijk vrede werd gesloten.
Athene, dat verreweg het grootste aandeel in den oorlog genomen en de
meeste opofferingen zich getroost had, plukte natuurlijk ook de meeste
vruchten van de overwinning. Het werd de machtigste staat in Griekenland
en verkreeg derhalve de #hegemonie#, (een overwegende invloed over de
andere staten) die Sparta tot hiertoe bezeten had. De bloeitijd van
Athene was tevens de gouden eeuw van kunsten en wetenschappen, en met
beide is de naam van #Pericles# ten nauwste verbonden.
Pericles was een aanzienlijk Athener, die gedurende geruimen tijd den
grootsten invloed op de regeering zijner vaderstad uitoefende, niet door
gewelddadige middelen, maar door zijne persoonlijkheid en vooral door de
macht van het woord. Als redenaar was hij onwederstaanbaar. "'t Schijnt,
dat Pericles den donder op zijne tong draagt, en de godin der overreding
op zijne lippen zetelt," zeiden de Atheners. 't Was Pericles vooral te
doen, door het volk te heerschen, daarom zocht hij het ook te vriend te
houden. Ten einde de macht des adels te fnuiken, verminderde hij den
invloed van den #Areopagus#, eene rechtbank, die het toezicht had op de
zeden der burgers en de schatkist van den staat. De talrijke feesten,
die hij het levenslustige en vroolijke Atheensche volk gaf, deden hem
spoedig een volksman worden. Vooral was dit het geval, toen hij, door
aan 't rechterambt eene bezoldiging te verbinden, ook den minderen man
in staat stelde, dit ambt te bekleeden, iets, waartoe deze vroeger
wegens de vele onkosten niet in staat was.
Athene was ten tijde van Pericles eene schoone, rijke stad, en dat had
het vooral aan dezen merkwaardigen man te danken. Hoog boven Athene
verhief zich de burcht van Athene (Acropolis). Een marmeren poort met
heerlijke zuilen voerde naar den tempel van Minerva, de beschermgodin
van de stad. Deze tempel, het #Parthenon# genoemd, bevatte het standbeeld
van de godin, wonderschoon uit ivoor vervaardigd, omkleed met een'
mantel van 't zuiverste goud. 't Was een meesterstuk van den beroemden
beeldhouwer Phidias.
Op eene andere plaats werd het oog getroffen door het #Odeon#, een gebouw,
ingericht voor muziekuitvoeringen of tooneelvoorstellingen en
vervaardigd naar 't model van de reusachtige tent van Xerxes.
Prachtige tempels, heerlijke paleizen, schoone standbeelden en
gedenkteekenen verrezen op verschillende plaatsen. 't Geld voor deze
kostbare en grootsche werken vond Pericles in de bondskas.
Ten tijde van den oorlog hadden de bondgenooten gelden gestort tot
aanschaffing van oorlogsbehoeften. Daar er voor dat doel geen geld meer
noodig was, dacht Pericles deze gelden niet beter te kunnen besteden dan
door Athene er mede te verfraaien. Toen de bondgenooten zich over deze
eigenmachtige handeling alles behalve tevreden toonden, liet Pericles
hen door de scherpte des zwaards gevoelen, dat macht boven recht gaat.
't Kon niet anders, of de Atheners moesten wel een beschaafd en
kunstlievend volk worden. Hunne geheele opvoeding was er op ingericht,
om hen alzijdig te ontwikkelen. Vandaar ook, dat iemand tegelijkertijd
wijsgeer, wetgever, staatsman, veldheer en redenaar kon zijn. Zoowel
voor de ontwikkeling van het lichaam, als voor de veredeling van den
geest werd in Athene zorg gedragen. Daarvoor dienden de gymnasiën. Zulk
een gymnasium lag in een ruimen tuin; in 't midden stond het groote
gebouw, omgeven door een' zuilengang. Een gymnasium werd niet alleen
bezocht door leerlingen en onderwijzers, maar ieder beschaafd man, die
lust had zijnen geest met kundigheden te verrijken of anderen van den
rijkdom zijner kennis te doen genieten, had er vrijen toegang.
In de gymnasiën werden de leerlingen, behalve in 't worstelen, rennen,
zwemmen en 't hanteeren der wapenen, onderwezen in de wetenschappen,
waaronder vooral de redekunst (de kunst om zich gemakkelijk, juist en
sierlijk uit te drukken) eene eerste plaats innam.
Waren dus de gymnasiën oefenplaatsen voor jong en oud, de markt was het
niet minder. De Athener toch hield niet van een huiselijk, maar van een
openbaar leven. Op de markt spraken de rechters het recht uit, voerden
de beroemdste redenaars het woord, hield het volk zijne vergaderingen,
vertoonden beeldhouwers en schilders de vruchten van hunnen arbeid.
De markt was dus de verzamelplaats van al, wat Athene als schrander,
edel, groot en schitterend had aan te wijzen.
Athene's hegemonie was weldra in eene drukkende tirannie ontaard, en de
door hun voorspoed opgeblazen Atheners meenden, dat alles voor hen
zwichten moest. Deze overmoed verdroot den anderen Griekschen staten, en
zoo kon de oorlog niet lang uitblijven. Eene aanleiding gaf daartoe het
eiland Corcyra (Corfu).
Corcyra, eene volkplanting van het rijke en aanzienlijke Corinthe, was
in oorlog geraakt met de moederstad, en zich zelf niet krachtig genoeg
gevoelende, had het Athene om hulp verzocht. Athene wilde niets liever
dan dit; het was nu in de gelegenheid het aanzienlijke Corinthe te
vernederen. Hierin vonden de meeste andere staten, met Sparta aan het
hoofd, aanleiding om Athene den oorlog te verklaren, ten einde zich zoo
van de gehate tirannie te bevrijden. Pericles, die zelf den oorlog
aangeraden had, beleefde het einde er van niet.
Eene verschrikkelijke pest deed hem in 't jaar 429 v. Chr. ten grave
dalen.
13. SOCRATES.
Onder de wijze en edele mannen, die de oudheid heeft aan te wijzen,
behoort #Socrates# in de eerste plaats genoemd te worden. Hij was de zoon
van een' beeldhouwer en oefende zich in zijne jeugd in 't handwerk zijns
vaders. Doch dit werk kon zijn' dorst naar wijsheid niet bevredigen. Met
alle kracht streefde hij er naar, zich zelven zoo veel mogelijk te
volmaken, en door leer en voorbeeld het toenemende zedenbederf in Athene
te keer te gaan. Door zijn rijken vriend Criton werd hij in de
gelegenheid gesteld, de geschriften der wijzen te beoefenen en het
onderricht der beroemdste leeraars bij te wonen. Hij maakte echter van
zijne wijsheid geene handelszaak, zooals andere geleerden van die dagen,
maar trachtte vooral door zijn voorbeeld de voortreffelijkheid zijner
leer aan te toonen. Dientengevolge onderwees hij niet in 't een of ander
gebouw, maar bevond zich meest op openbare plaatsen, waar gewoonlijk
vele menschen bijeenkwamen en deelde daar zijne lessen uit. Ook was hij
steeds vergezeld van eene schaar jongelieden, die prijs stelden op zijn
onderwijs en geheel met zijne denkbeelden vervuld werden. Onder die
leerlingen tellen wij vele beroemde mannen, die naderhand heerlijke
werken hebben geschreven, welke de bewondering van tijdgenooten en
nageslacht hebben gaande gemaakt. Wij noemen onder velen #Euclides#, die
zooveel prijs stelde op 't onderwijs van Socrates, dat hij er niet tegen
opzag een' weg van 8 uren gaans af te leggen, ten einde gedurende een'
dag het onderwijs van den geliefden meester te kunnen genieten.
Verder #Xenophon#. Deze, een zeer schoon jongeling, ontmoette Socrates op
de straat en werd door dezen staande gehouden met de woorden: "Waar
koopt men meel?" "Wel op de markt," antwoordde de gevraagde. "En olie?"
"Ook daar." "Maar waar gaat men heen, om wijs en deugdzaam te worden,"
vroeg Socrates verder.
Toen Xenophon daarop niet dadelijk wist te antwoorden, zeide Socrates:
"Volg mij, ik zal 't u zeggen." Van stonden aan was Xenophon een der
ijverigste leerlingen van Socrates. Verder hebben #Plato#, #Antisthenes# en
anderen zich door hunne geschriften wereldberoemd gemaakt.
En wat leerde die wijze man dan wel? "Ken u zelven" was zijne zinspreuk.
Zich zelven te beheerschen, zijne hartstochten in toom te houden, met
zoo weinig mogelijk tevreden te zijn: dat waren de hoofdzaken, die hij
leerde niet alleen, maar die hij ook in beoefening bracht. Matigheid
beschouwde hij als den grondslag der deugd. Wie het minste behoeft,
zeide hij, is het meest den goden gelijk. Hij zelf was dan ook een
voorbeeld van matigheid in spijs, drank en kleedij, waardoor hij gehard
werd tegen koude, hitte, honger en dorst. Zijn van nature driftigen aard
wist hij door aanhoudende oplettendheid op zich zelven zoo te bedwingen,
dat hij in alle omstandigheden zijne bedaardheid behield en zelfs bij de
grofste beleedigingen niet toornig werd.
Hij had trouwens wel gelegenheid zich in geduld en lijdzaamheid te
oefenen, want hij bezat eene vrouw, wier naam nu nog dient om een
uiterst lastig en onverdraagzaam humeur aan te wijzen. Zij heette
Xanthippe. Een enkel staaltje uit vele. Eens was zij weder in eene
uiterst kwade bui. Socrates hoorde bedaard en kalm den vloed harer
scheldwoorden en verwijtingen aan, maar toen zijne bedaardheid haar nog
steeds woedender maakte, verliet hij het huis. Nu goot Xanthippe hem
eene kom met water over 't hoofd. Zonder eenigszins boos te worden,
zeide Socrates: "Ik dacht het wel, dat op dat onweder nog regen zoude
volgen."
Zijn geestige en bezielende taal, maar vooral zijn leven en werken,
konden niet nalaten, grooten invloed uit te oefenen op zijne
tijdgenooten. Velen, die zich anders weinig om de deugd bekommerden,
kwamen door hem tot inkeer.
Zelfs de lichtzinnige #Alcibiades# (waarover later) moest van hem
bekennen: "Door Socrates woorden word ik zoo geroerd, dat mij het hart
klopt en de tranen mij in de oogen komen." Een openbaar ambt bekleedde
hij niet, maar niettemin kweet hij zich voortreffelijk van zijne
plichten als burger. Riep het vaderland zijne zonen op ten strijde, dan
vond het Socrates dadelijk bereid, en toonde hij een even dapper
krijgsman als wijs leeraar en voorbeeldig mensch te zijn. Maar streng
was hij, onverbiddelijk streng. De rijken en aanzienlijken moesten
dikwijls harde waarheden van hem hooren, en daarom haatten zij hem en
zochten hem ten val te brengen. En werkelijk wisten zijne vijanden het
zoover te brengen, dat hij beschuldigd werd, de goden beleedigd en de
jeugd bedorven te hebben. Zijne verdediging was waardig en verheven;
toch veroordeelde de rechtbank hem tot het drinken van den giftbeker.