HET ZETTEN VAN DEN VOET.

Nadat de kleine hiel af is, moet het werk weder tot eene ronding

gemaakt worden. De lussen op de zijde van den grooten hiel moeten als

steken worden opgenomen en gebreid. Wij nemen daarvoor de naald met

de steken van den kleinen hiel er op, in de linkerhand, en nemen de

buitenste lussen van al de kantsteken van den enkel naar den kleinen

hiel toe op en trekken die omhoog; daarna wordt de naald er uitgehaald

en de lussen dicht bij elkander in de hand gehouden om de liggende

lussen op te nemen, zooals fig. 15a aangeeft. De dwarse lus achter

den kantsteek wordt hiervoor opgenomen; bij het opnemen van iedere

lus moet men er op letten, dat men door het opnemen van de dwarse of

liggende lussen de buitenste lus van den kantsteek aantrekt. Heeft

men de juiste lus opgenomen, dan moet men beide steken voorbij het

naadje kunnen zien, zooals fig. 15b aangeeft. Aan de eerste zijde

krijgen wij aan den hiel van dit kousje 10 lussen; deze neemt men

op ééne naald op, dan neemt men het werk recht voor zich en breit de

opgenomen lussen als verdraaide steken af, dat wil zeggen: men steekt

zóó tusschen de lus in, dat men de achterste lus recht kan af breien.

De steken, die bij het breien van den hiel onbewerkt zijn gebleven,

worden nu op ééne volgende naald recht afgebreid. Men neemt dan aan

de andere zijde van den hiel de lussen op; aan deze zijde krijgt men

altijd ééne lus minder dan aan de linkerzijde. Om te voorkomen, dat

hierbij eene opening ontstaat, wordt, voordat deze lussen afgebreid

worden, de rechter lus van den tweeden steek, die onder den laatsten

kantsteek van den hiel ligt met den draad, die er door heen gaat,

te zamen opgenomen en verdraaid afgebreid. Deze steek wordt nog bij

de steken van de voornaald gevoegd. Vervolgens worden de opgenomen

lussen als aan de andere zijde afgebreid en hierbij de helft van de

steken, die van den kleinen hiel zijn overgebleven, tot en met den

middensteek recht afgewerkt.

De volgende naald wordt ook nog recht gebreid. Deze laatste twee

naalden vormen nu de achterzijde van den voet, terwijl de steken,

die bij het breien van den hiel onbewerkt zijn gebleven, de voorzijde

vormen. Wij hebben dien steek, die gebreid was ter voorkoming van

de opening, die anders ontstaan zou, weer aan de voorzijde van den

voet gegeven, omdat wij bij het breien van den hiel er eenen steek

van hadden afgenomen, om een oneven aantal steken voor den hiel te

hebben, waardoor we het naadje als middensteek kregen.

Nu breien wij nog een toer recht en zijn dan weder aan de voorzijde

van den voet.

De nuttige handwerken: handboekje ten dienste der lagere school · 第 19 / 35 题