f. De kleine schuine hiel.
Om de ronding aan den hiel te maken, moeten wij steken wegminderen;
men noemt deze ronding den kleinen hiel.
Men begint hiervoor op de averechtsche zijde en breit tot twee steken
voorbij den middensteek (zie fig. 14), dan: averechts minderen, dat is:
twee steken averechts te zamen breien, vervolgens een steek averechts,
het werk omkeeren, den eersten steek afhalen (zie fig. 14b), nu recht
breien tot twee steken voorbij den middensteek, overhalen, dan één
steek recht breien; het werk omkeeren, den eersten steek averechts
afhalen (zie fig. 14c), averechts breien tot drie steken voorbij den
middensteek, dan is men juist vóór den steek, die met den volgenden
steek eene opening vormt. Deze twee steken averechts te zamen breien,
vervolgens een steek averechts, het werk omkeeren, een steek recht
afhalen, recht breien tot drie steken voorbij den middensteek; men
ziet ook hier tusschen de twee volgende steken eene opening.
Deze twee steken worden gebruikt voor de overhaling, dan een steek
recht. Zoo gaat men telkens averechts en recht een steek verder van
den middensteek en daarna minderen op de averechtsche en overhalen op
de rechte zijde, totdat alle steken van de naald verbruikt zijn. Men
zal dan recht eindigen.