g. De afmindering van den voet.
Op de voornaald breien we nu 2 steken recht, 1 averechtsch, de
steken verder afbreien tot op drie steken na, dan 1 averechtsch, 2
recht. Van de eerste zijnaald breien we 2 steken recht, overhalen,
de steken verder recht van de naald breien. Van de tweede zijnaald
breien we tot op vier steken na alle steken recht, dan minderen,
2 steken recht. De volgende toer wordt geheel recht gebreid.
Deze twee toeren worden zoo dikwijls herhaald, tot men aan de
achterzijde, dat is op de twee zijnaalden, evenveel steken heeft als op
de voornaald of voorzijde van den voet; bij deze kous is dit 24 steken.