b. Het kniedeel.
Het kniedeel (zie fig. 7b) is tweemaal zoo lang als de boord, dus 2 x
24 toeren = 48 toeren. Dit deel wordt bijna geheel recht gebreid; aan
de achterzijde alleen breien wij om den anderen toer een averechtschen
steek, om den naad van de kous aan te geven, waardoor we gemakkelijk
de toeren kunnen tellen. Bij elken averechtschen steek telt men dus
twee toeren.
Daar we met elk paar toeren één naadje werken, kunnen we ook zeggen,
dat we 24 naadjes moeten breien.