Wij hebben vernomen, dat niet anderhalf millioen, maar twee en een
half millioen zich in uwe handen bevindt. Wij zijn bereid, u voor
de uitbetaling van deze som, de verlangde chèque te overhandigen.
„Prachtig”, lachte Raffles, „òf die menschen probeeren mij te
misleiden, òf zij zijn zelf beetgenomen.
„Hoogstwaarschijnlijk is het het laatste. Ik zal dadelijk antwoorden.”
Met de eerste morgenpost ontving mijnheer Stamford den volgenden brief:
„Zeer geëerde heer!
Uw advertentie heeft mij verrast. Als ik twee en een half millioen
bezat, zou ik een grootere som van u verlangd hebben. Ik verzeker u
echter, dat dit niet het geval is. Ik ben van een pijnlijke
nauwgezetheid in zaken. Ik verwacht uw antwoord onder bekend
opschrift.
Hoogachtend,
JOHN RAFFLES.”
Wederom snelde Stamford naar Newton en toen deze den brief gelezen had,
zeide hij:
„Gij kunt op Raffles staat maken, mijnheer Stamford. Deze Hundley
probeert u te bedriegen. Wanneer gij u voor grootere schade wilt
vrijwaren, zendt Raffles dan de chèque, dan kunnen wij met Hundley
onderhandelen.”— —
Den volgenden morgen las Raffles een tweede advertentie: