HOOFDSTUK XLVII

Mevrouw Dashwood hoorde niet zonder ontroering de verdediging aan van

haar voormaligen gunsteling. Het verheugde haar, hem gedeeltelijk van

de hem ten laste gelegde schuld gezuiverd te zien, zij beklaagde hem,

en wenschte, dat hij gelukkig mocht worden. Doch de gevoelens van

voorheen konden niet worden teruggeroepen. Niets kon hem aan Marianne

hergeven met onverbroken trouw,--met onbezoedeld karakter. Niets

kon het besef vernietigen van 't geen de laatste had geleden door

zijn toedoen; noch de schuld uitwisschen van zijn gedrag jegens

Eliza. Niets kon hem dus haar vroegere achting doen herwinnen,

noch afbreuk doen aan hare voorkeur voor Kolonel Brandon.--Had

Mevrouw Dashwood, evenals hare dochter, Willoughby's verhaal van

hemzelf gehoord, was zij getuige geweest van zijne droefheid, en

had zij den invloed ondergaan van zijn gelaat en zijne wijze van

zich te uiten, dan zou waarschijnlijk haar medelijden grooter zijn

geweest. Doch Elinor vermocht, noch wenschte, door haar nauwkeurige

uiteenzetting, in anderen die gevoelens te wekken, welke in den aanvang

bij haarzelve waren wakker geroepen. Door nadenken was haar oordeel

beradener geworden, haar eigen beschouwing van Willoughby's verdienste

gematigder; zij wenschte dus enkel de eenvoudige waarheid te verklaren,

en slechts die feiten te openbaren, welke in overeenstemming waren

met zijn karakter, zonder eenige opsiering door teedere gevoelens,

welke de verbeelding op een dwaalspoor brachten.

Toen zij des avonds bij elkaar zaten, begon Marianne uit eigen

beweging weer over hem te spreken; doch dat dit niet zonder moeite

geschiedde, bewees het rustelooze, weinig kalme van de houding,

waarin zij eenigen tijd van te voren had zitten nadenken, zoowel

als de blos, die hare wangen kleurde, toen zij begon te spreken,

en de onvaste klank harer stem.

"Ik wilde u beiden gaarne verzekeren," zeide zij, "dat ik alles

inzie,--zooals gij dat het liefst zoudt wenschen."

Mevrouw Dashwood had haar dadelijk met eenige teedere woorden willen

geruststellen; doch Elinor, die werkelijk verlangde, haar zuster's

onbevooroordeelde meening te vernemen, legde haar met een dringenden

wenk het zwijgen op. Marianne ging langzaam voort:

"Het is mij een groote verlichting,--wat Elinor mij van morgen

vertelde,--ik heb nu precies gehoord, wat ik wenschte te weten."

Een korte poos had zij hare stem niet in de macht; doch zich

herstellend, voegde zij met meer kalmte erbij: "Ik ben nu geheel

voldaan. Ik verlang geene verandering. Ik zou nooit gelukkig met hem

hebben kunnen zijn, nadat ik dit alles had vernomen, zooals vroeger

of later had moeten gebeuren. Ik zou geen vertrouwen, geen achting

hebben kunnen gevoelen. Niets zou dit voor mijn gevoel hebben kunnen

uitwisschen."

"Dat weet ik,--dat weet ik, riep hare moeder. "Gelukkig met een

losbandigen man? Met iemand, die zóó zich had vergrepen jegens

onzen liefsten vriend, die de beste van alle mannen is? Neen, het

hart van mijne Marianne kon door zulk een man niet gelukkig gemaakt

worden! Haar geweten, haar nauwgezet geweten zou alles hebben gevoeld,

wat haar echtgenoot had behooren te voelen."--

Gevoel en verstand · 第 57 / 61 题