Mevrouw Dashwood hoorde niet zonder ontroering de verdediging aan van
haar voormaligen gunsteling. Het verheugde haar, hem gedeeltelijk van
de hem ten laste gelegde schuld gezuiverd te zien, zij beklaagde hem,
en wenschte, dat hij gelukkig mocht worden. Doch de gevoelens van
voorheen konden niet worden teruggeroepen. Niets kon hem aan Marianne
hergeven met onverbroken trouw,--met onbezoedeld karakter. Niets
kon het besef vernietigen van 't geen de laatste had geleden door
zijn toedoen; noch de schuld uitwisschen van zijn gedrag jegens
Eliza. Niets kon hem dus haar vroegere achting doen herwinnen,
noch afbreuk doen aan hare voorkeur voor Kolonel Brandon.--Had
Mevrouw Dashwood, evenals hare dochter, Willoughby's verhaal van
hemzelf gehoord, was zij getuige geweest van zijne droefheid, en
had zij den invloed ondergaan van zijn gelaat en zijne wijze van
zich te uiten, dan zou waarschijnlijk haar medelijden grooter zijn
geweest. Doch Elinor vermocht, noch wenschte, door haar nauwkeurige
uiteenzetting, in anderen die gevoelens te wekken, welke in den aanvang
bij haarzelve waren wakker geroepen. Door nadenken was haar oordeel
beradener geworden, haar eigen beschouwing van Willoughby's verdienste
gematigder; zij wenschte dus enkel de eenvoudige waarheid te verklaren,
en slechts die feiten te openbaren, welke in overeenstemming waren
met zijn karakter, zonder eenige opsiering door teedere gevoelens,
welke de verbeelding op een dwaalspoor brachten.
Toen zij des avonds bij elkaar zaten, begon Marianne uit eigen
beweging weer over hem te spreken; doch dat dit niet zonder moeite
geschiedde, bewees het rustelooze, weinig kalme van de houding,
waarin zij eenigen tijd van te voren had zitten nadenken, zoowel
als de blos, die hare wangen kleurde, toen zij begon te spreken,
en de onvaste klank harer stem.
"Ik wilde u beiden gaarne verzekeren," zeide zij, "dat ik alles
inzie,--zooals gij dat het liefst zoudt wenschen."
Mevrouw Dashwood had haar dadelijk met eenige teedere woorden willen
geruststellen; doch Elinor, die werkelijk verlangde, haar zuster's
onbevooroordeelde meening te vernemen, legde haar met een dringenden
wenk het zwijgen op. Marianne ging langzaam voort:
"Het is mij een groote verlichting,--wat Elinor mij van morgen
vertelde,--ik heb nu precies gehoord, wat ik wenschte te weten."
Een korte poos had zij hare stem niet in de macht; doch zich
herstellend, voegde zij met meer kalmte erbij: "Ik ben nu geheel
voldaan. Ik verlang geene verandering. Ik zou nooit gelukkig met hem
hebben kunnen zijn, nadat ik dit alles had vernomen, zooals vroeger
of later had moeten gebeuren. Ik zou geen vertrouwen, geen achting
hebben kunnen gevoelen. Niets zou dit voor mijn gevoel hebben kunnen
uitwisschen."
"Dat weet ik,--dat weet ik, riep hare moeder. "Gelukkig met een
losbandigen man? Met iemand, die zóó zich had vergrepen jegens
onzen liefsten vriend, die de beste van alle mannen is? Neen, het
hart van mijne Marianne kon door zulk een man niet gelukkig gemaakt
worden! Haar geweten, haar nauwgezet geweten zou alles hebben gevoeld,
wat haar echtgenoot had behooren te voelen."--