Het eerste gedeelte van de reis werd afgelegd in een al te treurige
stemming, om anders dan vervelend en onaangenaam te zijn. Doch toen zij
het eind ervan naderden, won hun belangstelling in het voorkomen van de
streek, waar zij thans zouden wonen, het van hunne neerslachtigheid,
en het uitzicht op Barton Valley stemde hen bijna vroolijk. Het was
een mooie, vruchtbare plek, met veel bosschen en weiland. Na den loop
van het dal meer dan een mijl lang gevolgd te hebben, kwamen zij aan
hun eigen huis. Een klein omheind grasveld was al wat er bij behoorde
aan de voorzijde, en een eenvoudig hekje verleende hun toegang.
Als huis beschouwd, was Barton Cottage, hoewel klein, toch geriefelijk
en beknopt; maar als landelijk buitenhuisje liet het te wenschen
over; daar het regelmatig van bouw en met pannen gedekt was,
terwijl noch de luiken groen waren geverfd, noch de muren begroeid
met kamperfoelie. Een smalle gang leidde recht door het huis naar
den daarachter gelegen tuin. Ter weerszijden van de voordeur was
een zitkamer van ruim vijf meter in het vierkant; daarachter lagen
de keuken met bijkeukens, en de trap. Verder waren er nog vier
slaapvertrekken en twee zolderkamers. Het was nog niet zeer lang
geleden gebouwd en goed onderhouden. Vergeleken bij Norland was het
wel héél nederig en klein!--doch de tranen, door die herinnering te
voorschijn geroepen bij hun binnentreden, waren spoedig gedroogd. De
blijdschap van de dienstboden over hunne komst vroolijkte hen een
weinig op, en ieder besloot terwille van de anderen zich verheugd
te toonen. Het was in 't begin van September; de mooiste tijd van
het jaar, en door de omgeving voor het eerst te zien bij goed weer,
ontvingen zij een gunstigen indruk, die belangrijk medewerkte om
hun blijvende goede meening er omtrent te bevestigen. Het huis was
aangenaam gelegen. Vlak er achter, en op geringen afstand aan beide
zijden, rezen hooge heuvels op; sommige vrij en open, met glooiende
hellingen, andere bebouwd en bedekt met bosch. Het dorp Barton lag
grootendeels op een dier heuvels, en leverde een aardig uitkijkje van
uit de vensters van het huis. Aan de voorzijde was het uitzicht ruimer;
men overzag van hier de geheele vallei, en zelfs een gedeelte van de
streek die eraan grensde. De heuvels, die het huisje omringden, sloten
het dal aan die zijde af; onder een anderen naam en in een andere
richting vertakte het zich weer, waar twee der hoogste samenkwamen.
Over de grootte van het huis en over de meubileering was Mevrouw
Dashwood over 't geheel wel voldaan; want ofschoon haar vorige
levenswijze menige toevoeging aan het meubilair onontbeerlijk deed
schijnen, juist in dat aanschaffen en verfraaien had zij veel plezier;
en voor het oogenblik had zij genoeg gereed geld, om zich alles te
kunnen veroorloven wat vereischt werd, om haar vertrekken smaakvol
in te richten. "Wat het huis zelf betreft," zeide zij, "het is te
klein voor ons gezin; maar we kunnen ons voorloopig er vrij goed in
bewegen, en het is nu te laat in het jaar om verbeteringen aan te
brengen. Misschien kunnen we in 't voorjaar, als ik ruim bij kas ben,
zooals ik wel denk dat 't geval zal zijn, aan bouwen gaan denken. De
voorkamers zijn beide te klein voor het aantal gasten, dat ik hier
dikwijls hoop bijeen te zien, en ik denk erover om de gang met de eene
kamer te laten samenvallen, en misschien ook nog een gedeelte van
de andere, zoodat de overblijvende ruimte als vestibule kan dienen;
als daar dan een nieuwe salon wordt aangebouwd, wat gemakkelijk kan,
met nog een slaap- en zolderkamer erboven, dan wordt het werkelijk een
gezellig huisje. Als de trap nu maar mooier was. Maar men kan niet
alles verwachten; hoewel ik denk dat het niet moeilijk zou zijn die
te verbreeden. Ik zal eens zien hoe florissant het er uitziet met mijn
financiën in het voorjaar, en daarvan onze bouwplannen laten afhangen."
Intusschen waren zij, totdat al die veranderingen zouden worden
bekostigd uit wat er gespaard kon worden op een inkomen van vijfhonderd
pond, door iemand, die nooit in haar leven sparen geleerd had, wel
zoo wijs om tevreden te zijn met het huis zooals het was, en ieder
van haar was druk bezig haar eigen zaakjes in orde te brengen, en te
pogen zich tusschen haar boeken en andere bezittingen een klein eigen
thuis te vormen. Marianne's piano werd uitgepakt en op de geschiktste
plaats gezet, en Elinor's teekeningen werden aan den wand gehangen
van hun zitkamer.
In deze en dergelijke bezigheden werden zij den volgenden dag spoedig
na het ontbijt reeds gestoord door de komst van den huiseigenaar,
die hen kwam opzoeken om hen welkom te heeten te Baron en om hun
alles aan te bieden, wat _zijn_ huis en tuin opleverden, en waaraan
in de hunne voorloopig misschien gebrek was. Sir John Middleton was
een knap man van omstreeks veertig jaar. Hij was vroeger wel eens
te Stanhill gelogeerd geweest; maar dat was te lang geleden, dan dat
zijne nichtjes zich hem nog konden herinneren. Hij had een vroolijk,
vriendelijk gezicht, en zijn manieren waren even hartelijk als de
toon van zijn brief. Hun komst scheen hem werkelijk veel plezier te
doen en hun welzijn ging hem blijkbaar oprecht ter harte. Hij had
het druk over zijn welgemeenden wensch naar een prettigen gezelligen
omgang onder elkaar, en drong er zoo gul op aan, dat zij elken dag
op Barton Park zouden komen dineeren tot hun huis beter op orde
was, dat zij hem zijn dringend aanhouden niet kwalijk nemen konden,
zelfs waar het de grenzen der beleefdheid bijna overschreed. Zijn
vriendelijkheid bleef niet beperkt tot woorden; want nog geen uur
nadat hij was heengegaan kwam er een groote mand vol groente en fruit
van het Park; nog eer de dag voorbij was, gevolgd door een bezending
gevogelte. Hij verkoos volstrekt al hun brieven voor hen af te halen
en op de post te bezorgen, en wilde zich het genoegen niet laten
ontzeggen, hun elken dag zijn courant te sturen.
Lady Middleton had door haar man een beleefde boodschap laten
zenden, waarin zij haar voornemen te kennen gaf, Mevrouw Dashwood een
bezoek te brengen, zoodra zij zeker was, dat dit haar geen last zou
veroorzaken, en daar die boodschap met een even beleefde uitnoodiging
werd beantwoord, werd de bewuste dame reeds den volgenden dag aan
hen voorgesteld.
Zij waren natuurlijk zeer benieuwd iemand te leeren kennen, van wie
veel van hun genoegen te Barton zou afhangen; en het bevredigde
hun gespannen verwachtingen, te zien, dat zij er zeer elegant
uitzag. Lady Middleton was niet ouder dan zes- of zeven en twintig;
haar gezicht was knap; haar figuur imposant en forsch, en zij bewoog
zich gemakkelijk. Haar manieren bezaten al de bevalligheid, die
haar echtgenoot miste. Maar zij zouden toch hebben gewonnen door een
weinigje van zijn rondborstigheid en warmte, en haar bezoek duurde lang
genoeg om hun aanvankelijke bewondering eenigszins te doen verminderen,
toen zij bespeurden dat zij, ofschoon zeer beschaafde vormen bezittend,
teruggetrokken en koel was, en niets ten beste had te geven dan de
meest banale vragen en opmerkingen.
Aan conversatie was overigens geen gebrek; want Sir John was uiterst
spraakzaam; en Lady Middleton had de wijze voorzorg genomen, haar
oudste kind mede te brengen, een mooi jongetje van omstreeks zes jaar;
zoodat er altijd één onderwerp overbleef, waartoe de dames in geval
van nood hare toevlucht konden nemen; want zij moesten natuurlijk
informeeren naar zijn naam en leeftijd, zijn aardig gezichtje
bewonderen, en hem vragen doen, die zijn moeder voor hem beantwoordde,
terwijl hij zich aan haar vastklemde en zijn hoofdje liet hangen, tot
groote verbazing van zijn mama, die niet kon begrijpen, waarom hij zoo
verlegen was in gezelschap, daar hij leven genoeg kon maken tehuis. Bij
elk officieel bezoek moest er eigenlijk een kind van de partij zijn,
bij wijze van reserve-onderwerp van gesprek. In het onderhavige geval
werden tien minuten besteed aan de vraag of de jongen het meest op zijn
vader of op zijn moeder geleek, en wààrin de bijzondere gelijkenis
op beiden bestond; want natuurlijk verschilden allen van meening,
en ieder was over de zienswijze der anderen zeer verbaasd.
Weldra zouden de Dashwoods gelegenheid krijgen om ook over de andere
kinderen van meening te wisselen; daar Sir John niet wilde heengaan,
eer zij hem hadden beloofd den volgenden dag te komen eten op het Park.