Barton Park was ongeveer een halve mijl van hun huis gelegen. De dames
waren er langs gekomen op hun weg door het dal; maar van uit Barton
Cottage kon men het goed niet zien liggen, daar een vooruitstekende
heuvel het vrije uitzicht erop belette. Het huis was groot en mooi;
en de Middletons wisten in hun levenswijze gastvrijheid te paren aan
weeldevertoon. De eerste schonk voldoening aan Sir John, het tweede
aan zijne echtgenoote. Zij waren bijna nooit zonder logeergasten, en
zij zagen meer menschen van allerlei slag, dan eenige andere familie
in den omtrek. Voor beider geluk was dit noodzakelijk; want hoezeer
zij ook verschilden in hun geaardheid en hun wijze van optreden,
zij geleken sterk op elkander in dat volslagen gebrek aan talent en
smaak, dat hunne bezigheden, buiten die, welke samenhingen met het
gezelschapsleven, binnen een zeer engen kring beperkte. Sir John
was liefhebber van sport, Lady Middleton was moeder. Hij jaagde en
schoot; zij verwende haar kinderen; en op die genoegens waren zij, wat
henzelf betrof, aangewezen. Lady Middleton had dit op haar man vóór,
dat zij hare kinderen het geheele jaar door kon bederven, terwijl Sir
John's zelfstandige bedrijvigheid slechts de helft van dien tijd in
beslag nam. Een aanhoudend "bezet zijn," echter, in hun eigen huis
en daarbuiten, vulde alle leemten aan van natuur en opvoeding; hield
Sir John in een goed humeur, en schonk zijn vrouw gelegenheid uit te
blinken door haar beschaafde omgangsvormen. Lady Middleton was zeer
trotsch op de onberispelijkheid van haar diners, en op de geheele
inrichting van haar huishouding, en uit die soort van ijdelheid
sproot haar grootste genoegen voort in de partijen, die zij plachten
te geven. Maar Sir John's behagen in gezelligen omgang was èchter;
hij deed niets liever dan meer jongelui om zich heen verzamelen, dan
zijn huis bergen kon, en hoe meer leven ze maakten, hoe beter het hem
aanstond. Hij was een zegen voor de heele jeugd in den omtrek; want
in den zomer beraamde hij altoos uitstapjes, waarbij in de open lucht
veel koude kip en ham werd verorberd, en in den winter was het aantal
danspartijen dat hij gaf, voldoende om elke jonge dame te bevredigen,
die niet leed aan den onverzadelijken danshonger der vijftienjarigen.
De komst van een nieuwe familie in den omtrek was voor hem altijd een
groot genoegen, en hij was in ieder opzicht verrukt van de bewoners,
die hij voor zijn huisje te Barton gewonnen had. De meisjes Dashwood
waren jong, mooi, en eenvoudig. Dat was genoeg om zijn goede meening
te verwerven, want eenvoudigheid was al wat een mooi meisje behoefde,
om haar geest even bekoorlijk te doen zijn als haar persoon. Zijn
welwillende inborst deed hem een genoegen erin vinden juist hun
van dienst te zijn, wier omstandigheden, vergeleken bij vroeger, als
betrekkelijk minder gunstig mochten beschouwd worden. Hij smaakte dus,
door zijnen nichten vriendelijkheid te bewijzen, de oprechte voldoening
van een goed hart; en dat hij een gezin, uit enkel vrouwen bestaande,
in zijn huisje had geïnstalleerd, bevredigde hem in zijn kwaliteit
van jachtliefhebber; want een beoefenaar van die sport moge dan al
enkel dien leden zijner eigen sekse achting toedragen, die eveneens
jagers zijn, hij zal niet licht verlangen hen aan te moedigen in hun
liefhebberij, door hun een vaste woonplaats te verschaffen op zijn
eigen grondgebied.
Mevrouw Dashwood en hare dochters werden reeds aan de voordeur door
Sir John begroet, die hen met ongekunstelde hartelijkheid welkom
heette op Barton Park, en terwijl hij hen naar den salon geleidde,
den jongen dames opnieuw zijn spijt betuigde, zooals hij den dag te
voren ook reeds had gedaan, dat hij geen aardige jongelui had kunnen
inviteeren, om kennis met hen te maken. Ze zouden, behalve hemzelf,
hier maar één heer aantreffen; een goeden vriend van hem, die bij hen
logeerde, maar die noch heel jong, noch heel vroolijk was. Hij hoopte
dat zij het met hun klein kringetje zouden voor lief nemen, en kon hun
verzekeren, dat het nooit weer zoo zou treffen. Hij had dien morgen
verschillende families opgezocht, in de hoop om het aantal gasten met
enkele te vermeerderen; maar het was lichte maan; en dan had iedereen
invitaties te kust en te keur. Gelukkig was Lady Middleton's moeder
voor een uurtje aangekomen, en daar zij een heel vroolijke en lieve
vrouw was, hoopte hij, dat de jonge dames zich niet zoo erg zouden
vervelen als zij nu wel moesten verwachten. De jonge dames, zoowel
als hare moeder, waren volkomen tevreden met het vooruitzicht twee
geheel onbekenden te zullen ontmoeten, en verlangden niet naar meer.
Mevrouw Jennings, Lady Middleton's moeder, was een guitige, vroolijke,
dikke, bejaarde dame, die veel praatte, blijkbaar pleizier in haar
leven had, en wier beschaving wel iets te wenschen overliet. Zij deed
niets dan grappen maken en lachen, en had eer het diner was afgeloopen,
al veel geestigheden ten beste gegeven over het onderwerp minnaars en
echtgenooten; zij hoopte dat de meisjes haar harten niet in Sussex
hadden achtergelaten, en beweerde dat ze hen zag blozen, of ze dat
deden of niet. Marianne ergerde zich terwille van haar zuster, en
keek naar Elinor, om te zien hoe zij zich hield onder die plagerij,
met een bezorgdheid, die Elinor veel meer pijn deed, dan Mevrouw
Jennings' banale aardigheden haar hadden kunnen veroorzaken.
Kolonel Brandon, de vriend van Sir John, scheen, naar zijn manier van
doen te oordeelen, al even weinig geschikt om diens vriend te zijn,
als Lady Middleton paste als zijn vrouw, of Mevrouw Jennings als Lady
Middleton's moeder. Hij was ernstig en stil. Zijn uiterlijk was echter
niet afstootend; hoewel hij in de oogen van Marianne en Margaret een
echte oude vrijer was, die de vijf en dertig al achter den rug had;
maar al was hij dan niet bepaald mooi, hij had een verstandig gezicht,
en bijzonder aangename en beschaafde manieren.
Er was niemand onder het gezelschap, die de Dashwoods bijzonder
aantrok; maar de koele onbeduidendheid van Lady Middleton was zoo
buitengewoon afstootend, dat daarbij vergeleken de ernst van Kolonel
Brandon en zelfs de luidruchtige vroolijkheid van Sir John en zijn
schoonmoeder bijna boeiend mochten genoemd worden. Lady Middleton
scheen eerst op dreef te komen, toen aan het dessert haar vier drukke
kinderen binnenkwamen, die op haar hingen, haar kleeren bedierven en
verder elk gesprek onmogelijk maakten, dat niet henzelf betrof. Toen
het later in den avond bleek, dat Marianne aan muziek deed, werd haar
verzocht om iets vóór te spelen. De piano werd opengesloten, ieder
maakte zich gereed om verrukt te zijn, en Marianne, die heel goed zong,
nam op hun verzoek de meeste liederen door, die Lady Middleton bij
haar huwelijk in de familie had meegebracht, en die misschien al dien
tijd onaangeroerd op de piano hadden gelegen; want de bewuste dame
had ter eere van die heugelijke gebeurtenis de muziek laten varen,
hoewel zij, naar haar moeder beweerde, prachtig te spelen placht,
en er, volgens haar eigen verklaring veel van hield.
Marianne's voordrachten werden zeer toegejuicht. Sir John betuigde
even luidruchtig zijn bewondering aan 't slot van elk lied, als hij
gepraat had met de anderen, zoolang het duurde. Lady Middleton riep
hem herhaaldelijk tot de orde; kon maar niet begrijpen, hoe iemands
aandacht één oogenblik van muziek kon afdwalen, en vroeg Marianne een
geliefdkoosd lied van haar te zingen, dat de laatste juist geëindigd
had. Kolonel Brandon was de eenige van het gezelschap, die haar
aanhoorde zonder nu juist zoo verrukt te schijnen. Het eenig compliment
dat hij haar maakte was zijn aandachtig luisteren; en zij voelde
bij die gelegenheid een eerbied voor hem, waarop de anderen waarlijk
alle aanspraak hadden verloren, door dat zonder eenige schaamte aan
den dag leggen van hun gebrek aan smaak. Zijn genoegen in muziek,
hoewel niet in de verte gelijkend op de enthousiaste verrukking, die
zij alleen als gelijkwaardig kon beschouwen aan haar eigen gevoel,
viel te waardeeren, wanneer men het vergeleek bij de afgrijselijke
ongevoeligheid van de anderen, en zij was redelijk genoeg, om toe
te geven dat een man van vijf en dertig jaar allicht te oud was
geworden om nog vatbaar te zijn voor intense gemoedsbeweging of een
verfijnd vermogen tot genieten. Zij was volkomen bereid, den kolonel
te beschouwen met al de toegevendheid voor zijn gevorderden leeftijd,
die haar menschelijk rechtvaardigheidsgevoel van haar eischte.