In September 1903 woedde er een zeer hevige brand, die het grootste

deel van de stad op den linker rivieroever verwoestte. Toen wij er

bijna een jaar later een bezoek brachten, waren de werklieden overal

bezig aan het herstellen en nieuw opbouwen. Het schilderachtige oude

kasteel is de hoofdbezienswaardigheid van Travnik, gelegen als het

is op een vooruitspringende rots, geeft het den indruk van het heele

dal af te sluiten. Het moet gebouwd zijn door koning Turtko I van

Bosnië en werd in de laatste helft van de vijftiende eeuw ingenomen

door de Turken, in wier handen het bleef en die hun stempel eraan

gegeven hebben in den vorm van een moskee binnen de muren. Een ravijn,

die de met het kasteel gekroonde rots van de stad scheidt, vormt een

natuurlijke gracht, waarover een brug is geslagen, die toegang geeft

tot de stad.

We gingen die brug over naar het kasteel, waarvan de poort open

stond, en traden binnen. Onze voorpost stond opeens van aangezicht

tot aangezicht met een jonge turksche vrouw, die ongesluierd

was. Als blikken hem hadden kunnen dooden, zou hij op de plek zelve

vernietigd zijn. Hiermee niet tevreden, siste de dame de eene of

andere beleediging in het Slavisch, en haar door boosheid verwrongen

gelaatstrekken sluierend, vluchtte ze in een hut. Het leek amusant

veel op een ontmoeting tusschen een kat en een hond; eerst kijken,

dan blazen en dan wegijlen. De voorpost van ons gezelschap kwam

verschrikt terug, en de vrouwelijke helft deed een hernieuwde poging

om binnen te komen, maar kreeg geen betere ontvangst van een aantal

oude turksche vrouwen in het fort. Er was intusschen niet veel te

zien, behalve dat het uitzicht zeer mooi was. Het bleek ons bij nader

onderzoek, dat de regeering aan eenige turksche dames de vergunning

had geschonken, om in de verlaten ruimten van het kasteel te wonen,

die ze nu blijkbaar beschouwden als voor haar alleen bestemd.

In Bosnië wordt op allerlei manieren het stroomende water gebruikt

voor practische doeleinden, wat pleit voor de vindingrijkheid

van het volk. Men zaagt er het hout door en laat het koren malen,

bezigt het in ijzerfabrieken, laat de huiden van het haar ontdoen en

leder zacht maken en zelfs het spit wordt erdoor gedraaid, vooral

op feestdagen, wanneer geheele lammeren zoo worden gebraden. De

mechanische inrichtingen zijn veelal primitief en van hout gemaakt,

maar ingenieus gevonden en geschikt, om aan de eenvoudige behoeften

van de inboorlingen te voldoen.

We probeerden een wandeling langs den rivieroever, maar waren nog niet

ver, of we stieten op een aantal mohammedaansche kinderen, die op een

grasveld aan het spelen waren. De jongens vlogen onder het maken van

allerlei bewegingen naar den weg en vormden een soort van barricade,

om onzen voortgang te beletten. Toen zagen we, dat ze als een scherm

moesten dienen voor een groep turksche vrouwen, die haar doeken vast

om haar gezicht trekkend, op de hielen waren gaan zitten en het hoofd

in den schoot lieten hangen. Tegenover dit zonderlinge protest van

de gehurkte groep voelden wij ons genoodzaakt terug te keeren. Het

is dwaas, op te merken, hoe zelfs het kleinste turksche jongetje

dadelijk tusschenbeide komt, als er iemand onwillens te dicht in de

buurt van vrouwen komt.

Wij keerden naar den bazar terug en liepen door de hoofdstraat, die

naar de nieuwe oostenrijksche wijk leidt, waar ook het hotel Vlasic

staat. Onderweg zagen we nog een bezienswaardigheid van Travnik, de

graven van de vroegere viziers. Het waren mooie, schilderachtige

bouwwerken, vijf-, zes- of achtkantig, met koepeldaken, iets als

pagoden. De graven liggen in het midden en doen in grootte niet onder

voor de turksche huizen voor de levenden, terwijl sommige met fraai

gekleurde deviezen waren getooid.

Een groot Jezuïetencollege, het eenige in Bosnië, is onlangs te Travnik

gebouwd. Het is voor die secte moeilijk geweest, er zich te vestigen

tegenover de oppositie van de Franciskanen, die Bosnië als speciaal hun

toekomend beschouwden. De overste en directeur was een zeer ontwikkeld

en aangenaam man, die veel belang stelde in antiquiteiten, verband

houdend met de romeinsche en turksche overheersching. Hij had er een

eigen kleine collectie van.

Wij vonden Travnik een koeler plaats in de warme maanden dan Jajce,

daar de ligging meer open is, en men er dus meer wind heeft. Wij

vertrokken met een namiddagtrein naar Serajewo en reden een heerlijk

dal binnen, open en breed, de Travnik Polje, waar de oude Romeinen

eens belangrijke vestingen hadden. De trein gaat over de Bila en volgt

de Lasva tot waar ze zich in de Bosna stort. Bij de samenvloeiing der

beide rivieren begint een romantische kloof vol rotsen van grillige

vormen met watervallen en stroomversnellingen ertusschen, waarop men

een goed gezicht kreeg, toen de spoorweg langs den rechteroever reed

van Lasva naar Gora.

Er zijn twee gemakkelijk te bereiken zomerverblijven voor het vreemde

element in Serajewo, één in het Oosten Palé, en één in het Zuidwesten,

Ilidze. Het eerste is tot heden nog zeer weinig ontwikkeld, maar zal

ten slotte zeker populair worden. Het ligt ongeveer twaalf mijlen

van Serajewo en op een hoogte van zoowat 1000 voet boven het niveau

der zee. Het is het eerste station op de nieuwe lijn naar Plevlje in

de turksche provincie Novibazar, die op het laatst van 1904 pas voor

den handel is opengesteld.

Als zomerverblijf werd Palé het eerst onder de aandacht gebracht door

den engelschen consul-generaal, die negen of tien jaren geleden zich

er een villa bouwde te midden van zijn eigen bosschen. De villa,

stevig gebouwd van steen, met hout overdekt, ziet er min of meer

uit als een zwitsersch châlet. Zij staat op een hoogte in het hart

van het dennenbosch, waar de weg dwars doorheen is aangelegd. In de

buurt zijn nog een paar villa's en de kazerne van een oostenrijksche

troepenafdeeling. Het dorp zelf, een jonge geschiedenis, meest

koffiehuizen of kafana's voor de Mohammedanen en gostiona's of

eethuizen voor de Christenen, die aan den spoorweg werken, ligt in

het wijde dal beneden in de nabijheid der lijn, die den loop der

Miljacka volgt.

De rijweg van Serajewo komt in de Miljackakloof dadelijk na het

verlaten van de stad. De spoorlijn is te zien op den tegenoverliggenden

oever en is aangelegd aan den rand van een steile klip, die voor

een deel uit hard gesteente en voor een ander uit zacht mergel

bestaat. Waar dat laatste voorkomt, is ieder meter van den weg

versterkt, om het afglijden te voorkomen, en in het harde gesteente

heeft men tunnels moeten boren, waarvan er wel vier korte te vinden

zijn over een afstand van achthonderd yards.

Toen wij Palé bezochten, was de weg erheen druk, wat wel een verschil

opleverde met de bijna verlaten andere wegen, door al het verkeer,

dat de spoorlijn meebracht, en men kon er een studie maken van de

vervoermiddelen, in gebruik in Bosnië. Groote wagens, door spannen

getrokken van acht en zelfs twaalf paarden, wisselden af met primitieve

ossenkarren, die eigenlijk noch kar, noch wagen zijn. Ze bestaan

eenvoudig uit vier ruwe, zware wielen, waarvan de twee achterste ver

van de beide voorste zijn geplaatst, en daartusschen bevindt zich

niets anders dan een lange balk of boomstam, waaraan de te vervoeren

artikelen worden vastgebonden; juist een wagen voor een land zonder

wegen. De voerlieden van die langzaam zich bewegende vehikels zijn

bijna geregeld vast in slaap en liggen in hun volle lengte op den

boom, zich op raadselachtige wijze in evenwicht houdend met het hoofd

rustend op den eenen arm.

Dan waren er reeksen van pakpaarden, zwaar beladen met steenen,

dakpannen, houten balken en gras; arme beestjes, die er uitzagen

als kikvorschen uit het land van Brodignac, doordat de vracht zoo

om hen was opgestapeld, dat er niets dan de kop en de hoeven te zien

waren. Nooit heb ik in het Oosten pakpaarden zoo zwaar beladen gezien

als de paardjes van Bosnië. Palé ligt aan den weg naar Gorazda aan de

Drina, waar het voornaamste hengstendepot van Bosnië is te vinden, een

plaats, die een zeer gelijkmatig klimaat heeft, dat voor het beste van

Bosnië door gaat. Van Gorazda vervolgt de weg zijn loop haar Cajnica,

waarheen tweemaal in het jaar, aan het eind van Augustus en weer een

paar weken later, een groote pelgrimstocht wordt gehouden met het doel

smeekbeden op te zenden voor een zeker beroemd schilderij in een kerk.

De pelgrims, die voor het meerendeel uit Serajewo komen, reizen

veelal in de lichte manden wagentjes uit de streek, die voor de

gelegenheid bedekt worden met een dak van ronde hoepels, bekleed met

matwerk of linnen. Elke wagen houdt een groote familie in van beide

seksen, wier voornaamste uitrusting wel kussens schijnen te zijn,

om op te rusten onder de reis. De armste pelgrims loopen, de rijken

gaan te paard of per rijtuig. Gedurende de drie of vier dagen van

den pelgrimstocht stroomt er een geregelde optocht door Palé op den

heen- en op den terugweg. Te Cajnica kampeeren ze in hun wagens op

het plein vóór de kerk, en het moet een indrukwekkend gezicht wezen,

naar ons werd verteld, daar er soms wel vier duizend bedevaartgangers

zijn. Het lijkt op den trek van de Boeren naar de naastbijzijnde stad,

om het avondmaal te gebruiken, waarbij ze ook op het plein tegenover

de kerk hun kamp opsloegen.

Van Mokro, een aardig dorpje omstreeks drie uren rijden over een

goeden weg van Palé, bezochten we te voet een zeer merkwaardige

natuurlijke grot tusschen de heuvels, waaruit Serajewo in den zomer

het grootste deel van het benoodigde ijs betrekt. In de warmste jaren

was er daar altijd nog te vinden. Als gids hadden we een turkschen

beg van voorname, oude bosnische familie, die door de regeering als

boschwachter was aangesteld. De weg voert ook langs een houtzaagmolen,

door water gedreven, en wordt daar niet meer dan een voetpad, dat

met veel andere samenloopt door mooie weiden van lang dik gras,

waar we door liepen met de lage beboschte heuvels om ons heen.

Een eind bezijden het pad gingen we ook nog de bron van de Miljacka

zien, die te voorschijn komt uit een grot aan den voet van een steilen

heuvel. We hadden over de steenen in de bedding van het riviertje te

gaan, om den mond der grot te bereiken, waar men een eind ver in kan

oploopen. Het water was heerlijk koel en de geelachtige kleur in de

holten van de grot werd gitzwart dichtbij den ingang. Van dit punt

hadden we een steilen klim tegen den met bosch begroeiden heuvel op,

aan welks voet de Miljacka ontspringt. Uit het bosch kwamen we op

een open plek tusschen reuzenpijnboomen, waar een hutje was gebouwd

ten gebruike van de boeren, die het ijs vervoeren.

Een ruw pad voert naar den ingang der grot, die steil afdaalt in het

diepste der aarde. Het pad was heel nat en glibberig van het druipwater

van het uitgedragen ijs. Het licht werd flauwer en flauwer, en de

atmosfeer kouder en kouder. Het was, of we waren neergedaald in een

onderaardsche gevangenis, kil als een graf. Groote platen ijs kon men

zien, dat de wanden bekleedden; maar het meeste was te krijgen uit een

hol aan onze linkerhand, ingang tot een nog dieper schacht, die, naar

onze gids vertelde, 300 voet naar beneden gaat en met ijs is gevuld.

Bij gelegenheid van ons bezoek was de ingang tot die schacht

geblokkeerd door een massa steenpuin, dat door een hevigen storm

van eenige dagen geleden daar was heengespoeld. We moesten ons

tevreden stellen met naar beneden te gluren in den donkeren afgrond

en keerden toen in de bovenlucht terug, een groot stuk ijs als een

zegeteeken met ons mee dragend. Het werd in stukken gebroken en

onder het rusten laafden we er ons mee, want de wandeling had ons

dorstig gemaakt. Anderhalf uur brachten ons terug naar den molen,

buitengewoon hongerig en bereid, om uitstekende eer te bewijzen aan

een uitstekend maal, dat onze gastheer en zijn dochter er als bij

een pic-nic heen hadden laten brengen. We waren om zoowat elf uur

uit Mokro gegaan en we waren voor het donker te Palé terug. Daar

er nog niet gemakkelijk een goed onderkomen te krijgen was in Palé,

logeerden we namelijk bij den engelschen consul-generaal en zijn vrouw,

die voor ons de gastvrijheid zelve waren.

Men kan ook aardige ritjes van Palé uit maken, vooral in Augustus,

nadat de hooioogst heeft plaats gehad. Het hooi werd, naar wij

opmerkten, niet in een enkelen grooten hoop bijeengebracht, maar

in kleine hooioppers, die over de verschillende velden verspreid

stonden. Dit leek ons geen al te best plan, maar weldra vernamen we de

reden. Op een morgen leek het, of een der hooioppers zich bewoog. We

wreven onze oogen uit en keken opnieuw. Ja, er was stellig beweging

in. We gingen de zaak onderzoeken en vonden, dat een span ossen,

die ervoor waren gespannen, den hoop voort trokken naar een hoek van

het veld, waar andere hooibulten stonden. Daarheen moesten ze alle

worden gereden, om van daar te worden opgeborgen in de schuren. Om

dat vervoer te vergemakkelijken, worden de massa's opgebouwd op een

onderstel van takken, die stevig aan elkaar vastgebonden zijn, terwijl

twee takken naar buiten uitsteken naar den kant, waarheen de hoop moet

worden vervoerd. Ze kunnen dus ieder oogenblik voortgetrokken worden,

door een span te plaatsen tusschen de naar voren komende takken.

Gedurende ons verblijf te Palé speelden we golf op geïmproviseerde

"links", die begonnen aan het smalle eind van het dal en liepen langs

de hellingen van de lage heuvels eromheen. In het midden van het dal

en in de onmiddellijke nabijheid van het dorp is er overvloed van

open grond, waar golf, polo of tennis kan gespeeld of zelfs wedrennen

zouden kunnen worden gehouden.

Ilidze, dat omstreeks drie kwartier per tram of trein van Serajewo is

verwijderd, is het voornaamste gezondheidsoord en toeristencentrum van

Bosnië. Het ligt in een mooie vlakte aan den voet van den berg Igman

en op dezelfde hoogte als Serajewo. Het is de beschermelinge van de

regeering, die in de laatste tien jaren groote sommen heeft uitgegeven,

om de plaats aantrekkelijk te maken. De geneeskrachtige bronnen waren

reeds aan de Romeinen bekend, en de beroemde heete zwavelbron geniet

een groote reputatie als genezingbrengend bij verschillende ziekten,

vooral bij rheumatiek. De temperatuur is 136 graden Fahrenheit. De

kosten van de baden zijn uiterst matig. Het park is aardig aangelegd,

en drie moderne hotels, van alle comfort voorzien en bestuurd met de

speciale bedoeling, om aan de badgasten rust te verschaffen, staan in

gemeenschap met een centraal restaurant door een overdekte gang. Een

gang van dien aard leidt ook van het restaurant naar het station.

In den zomer staan de groote veranda van dit restaurant en het grasveld

ervoor vol tafeltjes, waar den geheelen middag en avond bezoekers

samenkomen, koffie drinken, dineeren en naar de muziek luisteren. Het

zijn meest bezoekers uit Serajewo; ze brengen een paar uren er door

en gaan dan weer naar huis.

Op de tennisvelden in het park zijn tot nu toe de jaarlijksche

tenniswedstrijden van Bosnië gehouden. En ook de voornaamste wedrennen

zijn er, waarbij zich in Juni groote menigten verzamelen, om het

concours hippique bij te wonen. In het begin bood de plaatselijke

regeering zeer aanzienlijke geldprijzen aan met het doel, bezoekers

naar de streek te lokken, maar daar al de uitgeloofde prijzen door

vreemdelingen werden gewonnen, die alleen voor die gelegenheid

overkwamen, werd hieraan spoedig een eind gemaakt. Nu mogen alleen

in Bosnië gefokte paarden of paarden van de militairen meedoen.

Toen schreef de regeering ook nog wedstrijden uit in het duivenschieten

om geldprijzen. Dit werd opgegeven, naar ons werd verteld, omdat de

Turken tegenwerpingen maakten. We konden dat haast niet begrijpen,

want ofschoon de duif een heilige vogel is voor de Hindoes, is ze dat

niet voor de Mohammedanen; maar het feit kan als een bewijs dienen

voor den eerbied, dien men in Bosnië bewijst aan de vooroordeelen of

inzichten van de mohammedaansche inboorlingen.

Aan Ilidze is al te veel geld ten koste gelegd, dan dat men kan

verwachten, dat het zijn rente zal opbrengen. Oostenrijkers kunnen

kiezen tusschen veel badplaatsen dichter bij honk en willen niet

zoo ver reizen voor hun badkuur. Dus wordt Ilidze weinig begunstigd,

behalve door de plaatselijke bevolking.

Ofschoon we nooit te Ilidze hebben gelogeerd, gingen we er dikwijls

per trein en per rijtuig heen en zagen al, wat er te zien viel,

maar we hadden geen tijd, om er baden te nemen en we hadden ze ook

niet noodig. Het land in de buurt was zeer aantrekkelijk, en in onze

oogen interessanter dan Ilidze zelf. Er is een kleine modelboerderij

dichtbij, een instelling van het plaatselijk bestuur, waar de zoons

van boeren worden onderwezen, zoowel in de praktijk als in de theorie

van het eenvoudige boeren- en veehoudersbedrijf. Het stelsel van

onderwijs leek ons bijzonder geschikt, om aan de conservatieve en

achterlijke boeren te leeren, hoe ze hun tegenwoordige ouderwetsche

gewoonten van landbouw kunnen verbeteren.

Het doel, waarnaar gestreefd wordt, is den jongen boerenleerling op te

voeden, zoodat hij een goede kleine landbouwer kan worden met eenige

kennis van zuivelbereiding en kippenhouderij. Niets buitenissigs

wordt onderwezen, noch iets, dat de eenvoudigste boerenhersenkas

niet kan opnemen. Voor de leerlingen, die in de inrichting wonen,

zijn eenvoudige vertrekken beschikbaar, een ziertje beter, dan die,

waaraan de jongens gewend zijn. Zindelijkheid en gezondheid staan

op den voorgrond. De boerenhoeve heeft verscheiden acres grond voor

practisch onderwijs ter beschikking.

De melk, die op de hoeve gewonnen wordt, zendt men naar Ilidze en

Serajewo en ze wordt daar verkocht evenals de andere voortbrengselen

van het bedrijf, waardoor de kosten van de onderneming, die niet

heel hoog kunnen zijn, worden bestreden. Het personeel bestaat uit

den directeur van de hoeve en één of twee opzichters. Dergelijke

instellingen zouden niet te onpas zijn in onze nieuw verkregen

zuid-afrikaansche koloniën, waar slechts weinige van de boeren en

kolonisten weten, wat ze uit den grond kunnen halen.

Tot nu toe hadden onze tochten in Bosnië zich bepaald tot de nabijheid

van de spoorlijn of tot min of meer bekende wegen, maar nu besloten

we, eenige toeren te doen in die gedeelten van Bosnië, die nog terra

incognita zijn, ook voor den toerist van het continent.

Bosnië heeft zooveel natuurschoon en zooveel belangwekkende plekjes,

dat de moeite lag in de rijke keus, waarheen te gaan. De voornaamste

glorie van Bosnië zijn de prachtige bosschen en het aantal groote

rivieren, die het land besproeien. Wij besloten daarom, eerst de

woudpracht der Zelengorabergen te gaan zien en later een korte reis

te maken langs de Drina stroomaf, als er voldoende water in de rivier

was gekomen.

Om tochten van dien aard te ondernemen in dit nog wat onontwikkelde

land, moet men liefst op officiëele hulp kunnen rekenen. De vereischten

zijn gidsen, transportpaarden met zadels en reistasschen en gelegenheid

voor nachtverblijf. Wat dat laatste betreft, moet men wel hulp hebben

van de officiëele personen, tenzij men tenten wil meenemen, want al

bestaan er op sommige plaatsen herbergen, elders zijn de posten van

de politie of de wachthuizen de eenige bewoonbare verblijven en om

de vergunning te erlangen, er nachtverblijf te vragen, moet men een

permissiekaart kunnen vertoonen.

Wanneer men van paarden of gidsen moet veranderen, kan men

regeeringshulp ook noode ontberen. In ons geval vereenvoudigden

we de zaak, door het zoo te schikken, dat we dezelfde paarden en

denzelfden gids op de heele reis behielden. Wat de quaestie der zadels

betreft, werd alle bezwaar overwonnen door de bereidwilligheid van het

vrouwelijk element om op een heerenzadel te rijden. Het was haar eerste

ervaring van deze manier van rijden, en het resultaat is geweest,

dat voor vermoeiend werk van dien aard, waarbij er lange uren moet

worden gereden over heuvelachtig en bergachtig terrein, ze haar sterk

kan aanbevelen aan alle dames, die zulk een reis mochten ondernemen. Er

zijn geen aparte rokken voor noodig. Een rok van wandellengte, die wat

wijd is, met laarzen en slobkousen tot de knieën was de gewone dracht.

Behalve dat ze ons droegen, waren de paarden ook met onze bagage

beladen, namelijk twee reistasschen, een paar turksche zadelzakken

en een rol waterproofstof, een overjas en een paar parapluies.

Dat lijkt weinig voor twee personen, maar inderdaad was er meer, dan

we noodig hadden. Een reiszak, eigenlijk zadelholster, werd geheel

in beslag genomen door toiletartikelen en nachtgoed, één voor ieder

van ons. De twee zakken van het turksche zadel hielden een compleet

stel ondergoed in, dan de dagboeken, schrijfpapier, een spirituslamp,

keteltje, methylalcohol, een flesch whisky, thee en een paar messen,

vorken en lepels. In de dan nog aanwezige kokers hadden we wat

draagbare eetwaar voor geval van nood, en aan den anderen kant een

aantal benoodigdheden voor de camera's, kaarten en touw. Elk van ons

had bovendien een camera altijd over den schouder hangen.

We verlieten Palé den 17den Augustus en vertrokken van Serajewo

den 18den, een gewichtigen dag daar en in geheel Oostenrijk, omdat

het de verjaardag is van keizer Frans Jozef, en een dag, waarnaar

de sportliefhebber met verlangen uitziet, daar dan de jacht weer

wordt geopend.

De engelsche consul-generaal en zijn dochter zouden ons den volgenden

dag onderweg ontmoeten, terwijl wij te paard reden en zij in het

rijtuig zaten. De rijweg gaat om de renbaan van Ilidze en volgt den

loop van de Zeljeznica. Het is een mooier weg dan het rijpad, dat

wij volgden en dat ons eerst door een niet interessant land voerde

langs enkele kleine dorpjes. Na een uur rijdens hielden we stil om

te drinken, maar niet terwille van de arme paarden, want ofschoon het

ruwe en vaak steile pad de dieren erg moet hebben ingespannen op zulk

een warmen dag, weigerde Ibro, hun meester, beslist, hun zelfs maar

een druppel water te geven. Gedurende de rustpoos gingen rijen beladen

paarden voorbij, die hout of planken droegen. Een had een heel bosch

van heele boomen te dragen, waarvan de bebladerde takken op den grond

hingen, een leelijke cavalcade, om op een smallen weg te ontmoeten,

vooral, als men een schrikachtig paardje bereed.

Er volgde een steile helling over een buitengewoon steenachtig pad. Dit

was de oude turksche weg, en blijkbaar was er eens een poging gedaan,

om hem te bestraten, maar daar was zoo goed als niets meer van te

merken; de aarde was weggespoeld, en de naakte rots was overgebleven,

scherp en puntig op sommige plaatsen, glad en vuil op andere en lastig

voor de paardjes, om er staande te blijven.

Ibro, de gids, een groote, ruwe Mohammedaan, nam onze parapluies,

deed ze open en bood ze ons aan. Daar de zon brandend heet was,

werd die attentie door ons zeer gewaardeerd, maar niet door een

van de paarden, die waarschijnlijk nooit zoo iets als een geopende

parapluie vroeger had gezien en bij na op zijn hoofd ging staan van

angst. Na de stijging kwam een daling. Afgestegen, en wandelend,

kwamen we bij een hoek niet ver van een dorp drie turksche vrouwen

tegen. Die dames hadden blijkbaar aan de winden des hemels vergund,

haar damasten wangen te streelen, want ze meenden zich volkomen veilig

voor de blikken van eenigen man. Zoodra ze ons in het vizier kregen,

was er een haastig ophalen van doeken en sluiers, niet alleen over

de gezichten, maar over het geheele hoofd. Toch was dat nog niet

voldoende, om blijk te geven van haar zeer bijzondere zedigheid. De

schoonen presenteerden ons haar ruggen, hoogst onbeleefd, en liepen

ons in die houding voorbij, op zij gaande op de manier van de krabben!

Wat verder was er een han of herberg, waar Ibro, tuk op een

verkwikking, stil had gehouden met de paarden. Driepootige stoeltjes

waren naar buiten gebracht, en ook uitstekende zwarte koffie

in kleine koperen koffiepotjes. De eigenaar van de herberg bracht

met een trotsche houding ook een lepeltje te voorschijn, zijn eenig

exemplaar, misschien een familiestuk, om de koffie mee om te roeren

en leek zeer teleurgesteld, toen Ibro na een nauwkeurige inspectie

het met minachting afsloeg en twee twijgjes van de haag brak, die

voor het bedoelde gebruik moesten dienen.

Op het Balkan-schiereiland De Aarde en haar Volken, 1909 · 第 6 / 8 段