De voornaamste moskee is een goed staaltje van mohammedaanschen

bouwtrant. Niet zoo indrukwekkend van uiterlijk als de moskeeën van

Serajewo, is het inwendige smaakvol ontworpen, en met het zachte licht

leek het ons een zeer geschikt bedehuis. Toen we het huis bekeken,

hadden we gelegenheid de gemeente te zien bij de godsdienstoefening,

daar juist de roepstem van den muezzin had weerklonken. Het is een

imposant gezicht. Geen houding is beter in staat, het nederige smeeken

en de diepe hulde uit te drukken dan de houding, die de Muzelman

aanneemt bij het gebed. Daar ze vijfmaal per dag hun gebeden en

godsdienstplichten moeten vervullen met de vele kniebuigingen, hebben

ze daardoor alleen al veel gymnastiek te doen, wat misschien mee een

verklaring is van de athletische houdingen en goedgebouwde lichamen

der Mohammedanen, vergeleken bij hun christelijke broederen. Mohammed

wist wel wat hij deed, toen hij dezen eeredienst instelde en ook de

voorafgaande wasschingen voorschreef, zonder welke, verklaarde hij,

het gebed zelfs niet door God zou worden aangehoord. Het gevolg is, dat

de Mohammedanen er zindelijker en knapper uitzien dan de meerderheid

der Christenen.

Na een kijkje in Mostar gingen we naar een turksch koffiehuis met tuin,

over de oude brug, en dronken koffie à la Turque, terwijl muzikanten

vroolijke wijsjes speelden, o. a. het servische volkslied en andere

servische wijzen met karakteristiek kwijnenden maatgang.

Toen keerden we naar het hotel Narenta terug, een geriefelijk modern

gebouw, en aten uitstekende Narentaforellen, besproeid door een goeden

plaatselijken tafelwijn uit Herzegowina, zittend in de breede veranda

van het hotel in een vroolijk gezelschap van oostenrijksche officieren

en hun vrouwen, de élite van de stad. Later zaten we nog te praten en

vergeleken het werkelijke Oosten met dit Oosten van dichtbij, beide

zoo verschillend en toch punten van overeenkomst aanbiedend. In het

echte Oosten merken de man van het Westen en de Oosterling weinig van

elkander; ze wonen ook meestal afzonderlijk in eigen wijken, en het

oostersche leven wordt er min of meer gemaskeerd voor de westersche

nieuwsgierigheid, zoodat het vaak verkeerd begrepen wordt. Hier leven

het Westen en het Oosten vertrouwelijk naast elkaar. De meerderheid der

bevolking is van hetzelfde bloed en spreekt dezelfde taal. Alleen het

geloof verschilt. Een juister inzicht in het mohammedaansche karakter,

het leven en de gewoonten der Muzelmannen kan men hier in een enkele

maand verkrijgen dan door een maand te vertoeven in het ware Oosten.

Iemand van ons gezelschap werd in staat gesteld, door te dringen in

de geheimzinnigheden van een turkschen harem, toebehoorend aan een

hoogen burgerlijken ambtenaar van Mostar, door de vriendelijkheid

en onder de persoonlijke leiding van eenige oostenrijksche dames,

die in Mostar woonden, en ook zagen ze iets van harems, die behoorden

aan de armere klassen der mohammedaansche bevolking.

Het was half drie in den namiddag, het warmste gedeelte van den

dag, toen de vier dames, een Oostenrijksche, een Slavische en twee

Engelschen langzaam zich voortbewogen door de smalle, zondoorgloeide

straat en een zijstraat insloegen in een mohammedaansche wijk. Overal

zag men mohammedaansche vrouwen, want op die warme uren, van twee tot

vijf, als de mannen niet te zien zijn, nemen ze wat beweging en open

lucht. Ze waren allen gekleed in het eenige wandeltoilet, dat door het

schoone geslacht in Mostar de rigueur wordt geacht, de zonderlingste

vermomming, die te bedenken is en die de vormen geheel verbergt.

Stel u voor een lange, zeer dikke overjas, veel gelijkend op die van

de engelsche soldaten, behalve dat er een hooge kraag op is van bijna

een voet hoogte. Dat kleedingstuk wordt over de draagster geworpen,

die erin gehuld wordt met hoofd en al; de haak wordt vastgemaakt

niet aan den hals, maar vlak onder den neus, zoodat de hooge,

stijve kraag ver vooruitsteekt boven en vóór het voorhoofd als een

groote bek. De spleet, die eronder open blijft in de schaduw van den

vooruitstekenden bek, wordt gevuld met een mousselinen masker, dat

ook de oogen van de draagster bedekt. De mantel is over de geheele

lengte dichtgehaakt, terwijl de mouwen achteruit zijn gespeld en

los flapperen als vleugels. Groote, zwarte, of heldergele, lompe,

ongelooide laarzen voltooien het costuum.

De aanblik van deze stille, ingehulde figuren, die met tweeën of

soms alleen of ook wel in rijen verder waggelen, doet denken aan

monsterachtige uitgestorven vogels, laat ons zeggen, een kruising

tusschen een toekan en een pinguïn, of het konden verdwaalde

bewoonsters wezen van een onbekende planeet, of spookachtige

voortbrengselen van het vruchtbare brein van H. G. Wells, alles eerder

dan menschelijke wezens. Arme, verstikte schepsels! Hoe houden ze

zoo'n kleeding uit bij zulk weêr!

Een der vier dames was goed bekend bij de vrouwen van Mostar, maar

op straat mochten die niet met haar praten, en zij mocht haar ook

niet aanspreken. Nu stonden ze echter dadelijk stil bij den drempel

van haar huis, en toen ze zagen, dat er niets anders dan vrouwen in

de nabijheid waren, draaiden ze zich om, en de haken van de zware

kleeding losmakend, begonnen ze druk met ons te praten. De overjassen

gleden uit, de mousselinen sluiers werden naar één kant geschoven,

en we zagen de aangezichten: bleeke, ongezonde gezichten, badend in

het zweet, leelijk, dat was de eerste indruk, maar toch interessant,

al was het alleen omdat ze de eerste vrouwen waren, die het gezelschap

met onbedekt gelaat had aanschouwd.

Ze spraken levendig en waren uiterst vriendelijk tegen de bezoeksters,

waarbij leelijke tanden zich vertoonden. Het algemeene gelaatstype

schijnt nog al lang te zijn en smal, met donkere oogen, niet de

groote, heldere, amandelvormige oogen van het Oosten, maar scherpe

oogen, die voor het oogenblik met intense belangstelling op ons

waren gevestigd. Er brandde nieuwsgierigheid in haar, die algemeene

eigenschap van alle dochters van Eva. Ze overlaadden ons met vragen,

waar onze vertolksters maar met moeite op konden antwoorden. De

deuren van een andere binnenplaats gingen open, en een half dozijn

hoofden van turksche vrouwen en meisjes, die blijkbaar ons gesprek

hadden gehoord, staken naar buiten, gereed om zich terug te trekken

bij het minste onraad. Toen onze vrienden werden herkend, gingen de

deuren wijder open en we werden hartelijk begroet.

Met een afscheidswoord tot de eerste groep gingen we op de tweede

toe. Zij waren rijker dan de anderen en vertoonden vrij wat

kostbaarheden. Daar ze niet uit waren geweest en dus niet ingehuld

waren in de afzichtelijke dracht voor op straat, zagen we duidelijk

de sieraden, die gedragen worden door de getrouwde en ongetrouwde

turksche vrouw. De getrouwde dragen alle een klein kapje, coquet

geplaatst en vastgehouden door een of ander onzichtbaar middel onder

het voorhaar, en boven de lijn van de wenkbrauwen, midden op het

voorhoofd, een soort van klein fluweelen lapje, meest rood, bezet

rondom met gouden munten en gouden filigraanwerk, zich vereenigend

in een hoogere punt in het midden. Hoe rijker de draagster, des te

dichter zijn de gouden munten er op en over elkander genaaid. Het

haar scheen meestal met henna geverfd, lichter of donkerder rood naar

den smaak van de eigenares, en de nagels waren op dezelfde manier

geverfd. De onnatuurlijke helderheid van de roode tint van het haar

doet de buitengewone bleekheid van de gezichten te meer uitkomen. De

figuren waren slank, haast te mager. De ongetrouwde vrouwen dragen

een klein, rond nauwsluitend zwart mutsje op het hoofd en een paar

gouden munten op het voorhoofd, met mogelijk nog enkele om den hals,

ook wel als een halssnoer.

Wij gingen nu den harem zien van iemand uit de armere klasse. Op

het binnenplein liepen zes of acht vrouwen naar voren, om ons

te begroeten. Het waren familieleden of buren, en de vrouwen van

verschillende mannen, want tenminste, wat Bosnië en Herzegowina

betreft, is het eenvoudig een mythe, dat de mannen meer dan één vrouw

in den harem hebben. In het geheele land zijn er niet meer dan een

half dozijn, die er meer hebben. Deze vrouwen waren van hetzelfde type

als die van zooeven, bleek en ziekelijk, met de gelaatskleur en het

voorkomen van diegenen, die in een warm klimaat wonen en zichzelven

buitensluiten van de buitenlucht en gezonde lichaamsoefening. Enkele

hadden zwart haar, andere hadden het hennakleurig; twee of drie waren

geverfd, waarbij het rouge vreemd afstak tegen de ongezonde gele

kleur. Eén had koolzwarte oogen; zij was een veel mooiere vrouw dan

de andere. Evenals te voren kwamen er leelijke tanden te voorschijn,

toen ze begonnen te spreken. Een jonge vrouw scheen maar twee of drie

tanden meer in den mond te hebben.

Wij werden uitgenoodigd om boven te komen en gingen over het kleine

binnenplein langs houten trappen naar twee kamertjes boven. Dit

geheele deel van het huis was alleen voor de vrouwen. Het waren

eenvoudige kamertjes, maar zindelijk en netjes onderhouden; de planken

vloer was zoo wit, als zeep en water dien konden maken. De eenvoudige

meubelen waren een divan aan den muur, een klein karpet in het midden,

een plank, die rondom langs de wanden liep, waar een reeks metalen

schotels en pannen stonden. Wij bleven niet lang, maar gingen toen

nog, na dezen harem van de armere klasse te hebben gezien, naar dien

van een turksch voornaam heer, het hoofddoel van onze expeditie.

Het was een zeer deftig uitziend huis. Toen we het binnenplein

betraden, stonden we tegenover een sierlijk gebouwd huis van twee

verdiepingen. Het middengedeelte van de benedenverdieping stond

open. Het leek een wijde hal, waar de deuren der kamers aan beide

zijden op uitkwamen. Ze bevatte een divan en een breede, bruine,

houten trap, die naar de bovenverdieping leidde. De muren waren

schitterend wit en de vensters waren in donker hout gevat, terwijl

de bovenramen van het huis mooi snijwerk hadden. Het effect was zeer

aangenaam voor het oog.

Onze gastvrouw en haar dochters kwamen ons tegemoet en vatten elkaar

bij de hand, begroetingen uitend in zacht Slavisch. Ze zagen er

bekoorlijk uit tegen het witte huis als achtergrond. Het meisje van

huwbaren leeftijd was groot en slank. Zij was gekleed in turkooisblauwe

zijde, een blauwzijden turksche broek, zeer breed en aan de enkels

ingetrokken, die op een rok leek, en een eenvoudig jakje van dezelfde

stof; een klein zwart mutsje had ze op het hoofd, versierd van voren

en van boven met prachtige diamanten versierselen, die opstonden en

glinsterden en trilden bij iederen stap. Parelsnoeren hingen om haar

hals, zeven of acht strengen, mooie parelen, en daaronder een enorme

streng gouden munten, elk van de grootte van een viershillingstuk,

en zoo dicht op elkaar geschoven, als maar mogelijk was.

Een verbazend lange gouden ketting bengelde van voren en was

weggestoken in een zak dicht bij het middel. Daarin stak een met

juweelen bezet horloge van het beste europeesche maaksel, naar we later

bemerkten. De dame droeg gouden armbanden om de polsen, en gouden

en diamanten sieraden hingen aan het uiteinde van haar lange, dikke

vlecht van roodbruin haar. Het was een bekoorlijk meisje, niet bepaald

mooi misschien, maar toch der schoonheid meer nabijkomend dan wij nog

iemand hadden gezien dien dag, met een verstandig gezicht, zachte,

goed geopende oogen en vlugge, korte bewegingen. Habeeba heette ze.

Habeeba's moeder zag er ook beter uit dan de meeste vrouwen, maar

was meer joodsch van type, met een forschen, krommen neus. Zij droeg

dezelfde soort van turksche broek en jakje als haar dochter, maar van

minder sprekende kleur. Over het jakje droeg ze een smalle bolero van

purper fluweel, met goudband belegd en geboord met rood vossebont,

een versiering, die bij de Turksche vrouwen erg in den smaak valt,

ofschoon naar europeesche zienswijze het smalle boordsel het effect

bedierf. Op het midden van het voorhoofd droeg ze het gewone kleine

kapje, bedekt met gouden munten en edelgesteenten, het teeken van

den getrouwden staat. Maar ze droeg geen andere juweelen.

Twee van ons hadden camera's, maar ze waren pas voor den dag

gehaald, of een gilletje van Habeeba bewees, dat ze het had gezien

en begrepen. Ze vatte haar moeder bij de hand en alle beleefdheid

vergetend, vluchtte het paar in huis, onze vriendin en tolk met zich

meetrekkend. Deze verscheen even later weer en verklaarde, dat Habeeba

en haar moeder zeiden, dat het niet door de wet geoorloofd was, dat

zij werden gephotografeerd, maar dat we het huis mochten nemen. En

daarmee moesten we tevreden wezen!

Toen haar gemoedsrust teruggekeerd was, werden we boven verzocht

en eerst in de ontvangkamer gebracht, en toen we die genoeg hadden

bekeken, naar de eetkamer, die de mooiste tevens was. Dat vertrek

had mooie boogramen, dezelfde, die we van buiten al hadden bewonderd.

Op den grond van de eerste kamer lag een heerlijk turksch tapijt; een

breede divan liep langs drie der wanden, en de kasten aan den vierden

wand waren alle van gesneden hout. Het tweede vertrek was gelijk

aan het andere behalve dan de boogramen, waaronder een divan stond,

een zeer weelderige, met veel zachte kussens in de hoeken. Ons werd

gewezen, hoe men op een turkschen divan plaats neemt naar turkschen

trant, niet liggend noch zittend, maar één knie op den divan plaatsend

en dan daarop neerzinkend, met dien voet en het been onder zich.

Habeeba, die veel genoegen had in haar bezoeksters, bleef, om te zien

dat ze prettig zaten, en verdween toen om ververschingen te halen,

na een minuut weer verschijnend met een blaadje, waarmee ze zelve bij

ons rondging. Het was Mekkawerk van geslagen koper, met een patroon

van wit metaal erin aangebracht en afgezet met puntjes van zwart en

rood email. Op het blaadje stonden kleine kopjes met bleeke, zoete

koffie. Terwijl we die dronken, praatte Habeeba, en onze vriendinnen

vertaalden.

Hoe lang dachten we in Mostar te blijven? Hoe vonden we het? Waar

gingen we daarna heen? Hadden we lang gereisd? Ja? O! Hadden we dan

misschien Konstantinopel gezien? Teleurstelling was in haar oogen

te lezen, toen het ontkennend antwoord haar werd overgebracht;

maar haar gezichtje klaarde weer op, toen wij door de vertolkster

uitlegden, dat we wel in andere mohammedaansche landen waren geweest,

bij voorbeeld in Indië. Toen moest ze wat weten over de gewoonten in

Indië en welk soort van kleederen de vrouwen er dragen, en ze vroeg

naar kleine bijzonderheden, zoodat het ons bijna moeilijk viel, haar

weetgierigheid te voldoen. Toen de koffie gebruikt was, presenteerde

Habeeba sigaretten, ging daarna rond en nam de kopjes weg, om weer te

verschijnen met een dienstmeisje en een ander blaadje, waarop dezen

keer limonade stond in glazen met gouden randjes.

Habeeba haalde ook haar handwerk voor den dag, het mooie haremwerk

van gouddraad, beroemd in het land, werk, waarvan de uitvoering nog

steeds een raadsel is voor de Europeanen, daar het precies gelijk

is aan beide kanten. Habeeba moet in handwerken onovertroffen arbeid

leveren. Het was eenvoudig prachtig.

"Laat ons uw bruidsbed zien, zooals het zal worden opgemaakt, als ge

getrouwd zijt, lieve Habeeba," vroeg onze vertolkster en vriendin.

Dat is een van de bezittingen van een turksch meisje, die ze wel

graag vertoont, en het is de moeite van het bekijken waard. Habeeba

glimlachte en ging heen. Alles stuk voor stuk binnen brengend met

de hulp van een dienstmeisje, maakte ze de legerstede op, waar wij

bij waren. Een lange, zachte matras van dons kwam eerst, die op den

grond wordt gelegd in het midden van de kamer. Dan twee lange, enorm

lange kussens met rose zijden eindstukken, die in positie werden

neergelegd. Toen ontvouwde Habeeba een paar prachtig geborduurde

strepen van glinsterend gouddraadwerk en stopte een aan elken kant

rondom de kussens over de rose zijde, zoodat er maar een klein reepje

rose overbleef.

Vervolgens kwam ze met een grooten lap buitengewoon fijn wit

mousseline, letterlijk bedekt met een overtrek van goudborduursel,

en legde het in de lengte langs de hoofdkussens, waar het juist den

rand bedekte van de reeds aanwezige strooken. Dan nam ze een laken van

fijn geweven linnen en zijde, legde dat over de matras en stopte het

zorgvuldig in. Ten laatste werd de deken gebracht van purperen zijde,

in het midden belegd met een vierkant van bosnische stof van veel

kleuren, en besprenkeld met zilver en goud. Het bruidsbed was gereed.

Wat wij ook wenschten te zien, Habeeba was bereid, het ons te

vertoonen. Op ons verzoek bracht ze ons een turksche broek, zooals

zijzelve droeg, opdat we konden zien hoe die was gemaakt. Ze sprong

op een stoel, zorgvuldig haar mutsje met één hand vasthoudend; en

nam van de hooge gebeeldhouwde plank een van de metalen eetschalen,

dat wij die zouden kunnen bekijken. Het is bosnisch werk, versierd

aan de randen met ingelegd koper.

Er was nu werkelijk niets meer te zien. Het leven van alle turksche

vrouwen in Herzegowina en Bosnië is zeer enkelvoudig; ze borduren

met goud- of zilverdraad, slurpen zoete koffie en limonade, rooken,

rusten op divans, ontvangen bezoeken van andere vrouwen of gaan uit

op die afgrijselijke wandelingen, zwaar ingepakt en in gedwongen

stilzwijgen; zoo brengen ze het leven door. Inderdaad vanaf den

tijd dat ze volwassen zijn, tot het tijdstip waarop ze trouwen,

missen ze zelfs het laatste nommer van het simpele programma. Vanaf

het oogenblik, dat ze beschouwd wordt als oud genoeg om te trouwen,

tot den tijd van haar huwelijk gaat geen aanzienlijk turksch meisje

buiten het binnenplein van haar vaders harem.

Kleine turksche meisjes, die nog niet den huwbaren leeftijd hebben

bereikt, loopen vrij rond met onbedekte gezichtjes; maar ook zij doen

de ouderen na, en als een vreemdeling haar te lang of te nauwlettend

aanziet, trekken ze de bedekkende shawl dicht om het gezicht of gaan

met den rug naar u toe staan, tot de onbescheidene voorbij is. Het

is hopeloos er een toe te krijgen te poseeren voor een kiekje. Het

eenige middel is, ze onverwacht te snappen.

Bij een zekere gelegenheid wilden we bijzonder graag een buitengewoon

mooi meisje kieken. Dadelijk echter als we nader kwamen, keerde

ze zich om en liep hard weg. Eenige Turken, die het hadden gezien

en er veel pret in hadden, riepen haar toe, dat het wel mocht. Het

hielp niet, ze liep nog harder weg; haar blauw doekje fladderde op

den wind en ze hield eerst stil in de nabijheid van haar huis. En de

kleine Juffrouw Behoorlijkheid kwam dien dag niet weer voor den dag,

daar zijn we zeker van!

De turksche vrouwen in Herzegowina zijn wonderlijk onwetend,

zooals wel het geval moet wezen, als men nagaat, dat ze geheel

zonder opvoeding worden gelaten, dat ze zelfs geen lezen leeren en

schrijven. Een Turk uit Mostar, dien we onder het oog brachten, dat

de vrouwen ook behoorden te worden opgevoed, luisterde aandachtig,

terwijl het pleidooi werd gehouden, en toen schoof hij het met een

beweging van zijn hand van zich af. "Mijn vrouw lezen en schrijven

laten leeren!" merkte hij koel op. "Waartoe? Opdat ze minnebrieven

zou kunnen schrijven aan andere mannen of hen ontvangen?"

Toch ontkomt Mostar niet aan den invloed der moderne tijden. De

oostenrijksche regeering heeft vooral in de steden de beschaving

en de verhelderde denkbeelden verspreid. Zoo is een staatsschool

voor meisjes in Mostar een inrichting, waar iedere stad trotsch op

zou mogen zijn. De meisjes leeren er allerlei nuttige kundigheden,

ook huishoudelijk werk. Trouwens ook thans zijn de christelijke

boerenvrouwen in Herzegowina de vlijtigste wezens, die men zich kan

voorstellen. We kwamen ze herhaaldelijk tegen, terwijl ze ijverig

breiden. Dat doen ze onder het gaan naar het veld en ook wel onder

het dragen van zware lasten.

Er is te Mostar een kleine tabaksfabriek, waar sigaretten en pijptabak

worden gemaakt uit de bladeren die de boeren zelf verbouwen en aan

de regeering verkoopen, nl. aan de ambtenaren van de regio, die een

vasten prijs betalen voor een overeengekomen hoeveelheid en soort,

waardoor de boeren een aardige winst hebben. De grootste fabriek

is echter te Serajewo, en daarheen worden de meeste tabaksbladeren,

die in het land gekweekt worden, overgebracht.

Men kan in de maand Mei in Mostar al niet veel anders doen dan tennis

spelen en visschen. De jaarlijksche tenniswedstrijd tusschen Mostar en

Serajewo had plaats even vóór onze aankomst. Er waren een groot aantal

bezoekers uit Serajewo, die het hotel in Mostar vulden, en ons werd

aangeraden, ons bezoek uit te stellen tot ze vertrokken zouden zijn. De

beste tijd voor Mostar is April of begin Mei. Het eind van Augustus,

als de jacht wordt geopend, zou ook gaan tot October, als de bora, de

koude wind, begint te waaien. Gemzen, reeën, hazen, patrijzen kan men

in de buurt schieten, en snippen en eenden misschien in latere maanden.

Omstreeks acht mijlen van Mostar begint op den weg naar Serajewo de

kloof, waar de Narenta door loopt, en een imposant berglandschap was

het, waar de trein ons door voerde. Sedert de bezetting door Oostenrijk

is Serajewo een aanzienlijke stad geworden. Er zijn meer dan veertig

duizend inwoners, waarvan de helft Mohammedanen zijn, een vierde is

Roomsch-katholiek, terwijl de aanhangers van de Grieksch-katholieke

kerk zoo wat zes duizend in aantal zijn. Niet minder dan vier duizend

zijn Joden, drie duizend Spaansche Joden, afstammelingen van hen, die,

uit Spanje verdreven door de Inquisitie, in Bosnië een toevluchtsoord

vonden drie-en-een halve eeuw geleden.

Serajewo is een stad met een bonte mengeling van rassen en

godsdiensten, want behalve de gezeten bevolking is er een wisselende

militaire en ambtenaarsbevolking, afkomstig uit alle deelen der

Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie. Duitschers, Hongaren, Tsjechen,

Polen, Croaten en Slovenen zijn vertegenwoordigd. De stad ligt in

een dal met steile heuvels aan weerszijden, die naar het Oosten een

nauwe kloof insluiten en in het Westen uiteenwijken tot een vlakte, de

Serajevsko Polje in de richting van Ilidze. De kleine Miljackarivier

stroomt door de stad, en haar oevers zijn verbonden door talrijke

bruggen van hout of ijzer of steen. Er is maar een enkel plekje

in de stad, dat werkelijk oud mag heeten, de Carsija of Turksche

bazar, waar ook in de buurt de baden zijn, de medresseh of turksche

theologische school, en een paar van de grootste van Serajewo's

tweehonderd en zooveel moskeeën. De woningen, die daar aan Turken

behooren, zijn voor een groot deel verhuurd aan Oostenrijkers, en de

mohammedaansche bevolking heeft zich teruggetrokken op de bergen aan

weerskanten van de rivier, waar ze beter de intimiteit van hun huizen

kunnen bewaren. De zonderling gebouwde witte, turksche huizen met

de puntdaken, dicht getraliede vensters, overhangende verdiepingen

en vooruitstekende loggia's liggen in menigte boven elkander op de

hellingen, met ertusschen de vele slanke witte zuilen der minarets,

waaruit men vijf keeren per dag de stem van den muezzin kan hooren,

die de geloovigen ten gebede roept.

Op het Balkan-schiereiland De Aarde en haar Volken, 1909 · 第 3 / 8 段