bouwtrant. Niet zoo indrukwekkend van uiterlijk als de moskeeën van
Serajewo, is het inwendige smaakvol ontworpen, en met het zachte licht
leek het ons een zeer geschikt bedehuis. Toen we het huis bekeken,
hadden we gelegenheid de gemeente te zien bij de godsdienstoefening,
daar juist de roepstem van den muezzin had weerklonken. Het is een
imposant gezicht. Geen houding is beter in staat, het nederige smeeken
en de diepe hulde uit te drukken dan de houding, die de Muzelman
aanneemt bij het gebed. Daar ze vijfmaal per dag hun gebeden en
godsdienstplichten moeten vervullen met de vele kniebuigingen, hebben
ze daardoor alleen al veel gymnastiek te doen, wat misschien mee een
verklaring is van de athletische houdingen en goedgebouwde lichamen
der Mohammedanen, vergeleken bij hun christelijke broederen. Mohammed
wist wel wat hij deed, toen hij dezen eeredienst instelde en ook de
voorafgaande wasschingen voorschreef, zonder welke, verklaarde hij,
het gebed zelfs niet door God zou worden aangehoord. Het gevolg is, dat
de Mohammedanen er zindelijker en knapper uitzien dan de meerderheid
der Christenen.
Na een kijkje in Mostar gingen we naar een turksch koffiehuis met tuin,
over de oude brug, en dronken koffie à la Turque, terwijl muzikanten
vroolijke wijsjes speelden, o. a. het servische volkslied en andere
servische wijzen met karakteristiek kwijnenden maatgang.
Toen keerden we naar het hotel Narenta terug, een geriefelijk modern
gebouw, en aten uitstekende Narentaforellen, besproeid door een goeden
plaatselijken tafelwijn uit Herzegowina, zittend in de breede veranda
van het hotel in een vroolijk gezelschap van oostenrijksche officieren
en hun vrouwen, de élite van de stad. Later zaten we nog te praten en
vergeleken het werkelijke Oosten met dit Oosten van dichtbij, beide
zoo verschillend en toch punten van overeenkomst aanbiedend. In het
echte Oosten merken de man van het Westen en de Oosterling weinig van
elkander; ze wonen ook meestal afzonderlijk in eigen wijken, en het
oostersche leven wordt er min of meer gemaskeerd voor de westersche
nieuwsgierigheid, zoodat het vaak verkeerd begrepen wordt. Hier leven
het Westen en het Oosten vertrouwelijk naast elkaar. De meerderheid der
bevolking is van hetzelfde bloed en spreekt dezelfde taal. Alleen het
geloof verschilt. Een juister inzicht in het mohammedaansche karakter,
het leven en de gewoonten der Muzelmannen kan men hier in een enkele
maand verkrijgen dan door een maand te vertoeven in het ware Oosten.
Iemand van ons gezelschap werd in staat gesteld, door te dringen in
de geheimzinnigheden van een turkschen harem, toebehoorend aan een
hoogen burgerlijken ambtenaar van Mostar, door de vriendelijkheid
en onder de persoonlijke leiding van eenige oostenrijksche dames,
die in Mostar woonden, en ook zagen ze iets van harems, die behoorden
aan de armere klassen der mohammedaansche bevolking.
Het was half drie in den namiddag, het warmste gedeelte van den
dag, toen de vier dames, een Oostenrijksche, een Slavische en twee
Engelschen langzaam zich voortbewogen door de smalle, zondoorgloeide
straat en een zijstraat insloegen in een mohammedaansche wijk. Overal
zag men mohammedaansche vrouwen, want op die warme uren, van twee tot
vijf, als de mannen niet te zien zijn, nemen ze wat beweging en open
lucht. Ze waren allen gekleed in het eenige wandeltoilet, dat door het
schoone geslacht in Mostar de rigueur wordt geacht, de zonderlingste
vermomming, die te bedenken is en die de vormen geheel verbergt.
Stel u voor een lange, zeer dikke overjas, veel gelijkend op die van
de engelsche soldaten, behalve dat er een hooge kraag op is van bijna
een voet hoogte. Dat kleedingstuk wordt over de draagster geworpen,
die erin gehuld wordt met hoofd en al; de haak wordt vastgemaakt
niet aan den hals, maar vlak onder den neus, zoodat de hooge,
stijve kraag ver vooruitsteekt boven en vóór het voorhoofd als een
groote bek. De spleet, die eronder open blijft in de schaduw van den
vooruitstekenden bek, wordt gevuld met een mousselinen masker, dat
ook de oogen van de draagster bedekt. De mantel is over de geheele
lengte dichtgehaakt, terwijl de mouwen achteruit zijn gespeld en
los flapperen als vleugels. Groote, zwarte, of heldergele, lompe,
ongelooide laarzen voltooien het costuum.
De aanblik van deze stille, ingehulde figuren, die met tweeën of
soms alleen of ook wel in rijen verder waggelen, doet denken aan
monsterachtige uitgestorven vogels, laat ons zeggen, een kruising
tusschen een toekan en een pinguïn, of het konden verdwaalde
bewoonsters wezen van een onbekende planeet, of spookachtige
voortbrengselen van het vruchtbare brein van H. G. Wells, alles eerder
dan menschelijke wezens. Arme, verstikte schepsels! Hoe houden ze
zoo'n kleeding uit bij zulk weêr!
Een der vier dames was goed bekend bij de vrouwen van Mostar, maar
op straat mochten die niet met haar praten, en zij mocht haar ook
niet aanspreken. Nu stonden ze echter dadelijk stil bij den drempel
van haar huis, en toen ze zagen, dat er niets anders dan vrouwen in
de nabijheid waren, draaiden ze zich om, en de haken van de zware
kleeding losmakend, begonnen ze druk met ons te praten. De overjassen
gleden uit, de mousselinen sluiers werden naar één kant geschoven,
en we zagen de aangezichten: bleeke, ongezonde gezichten, badend in
het zweet, leelijk, dat was de eerste indruk, maar toch interessant,
al was het alleen omdat ze de eerste vrouwen waren, die het gezelschap
met onbedekt gelaat had aanschouwd.
Ze spraken levendig en waren uiterst vriendelijk tegen de bezoeksters,
waarbij leelijke tanden zich vertoonden. Het algemeene gelaatstype
schijnt nog al lang te zijn en smal, met donkere oogen, niet de
groote, heldere, amandelvormige oogen van het Oosten, maar scherpe
oogen, die voor het oogenblik met intense belangstelling op ons
waren gevestigd. Er brandde nieuwsgierigheid in haar, die algemeene
eigenschap van alle dochters van Eva. Ze overlaadden ons met vragen,
waar onze vertolksters maar met moeite op konden antwoorden. De
deuren van een andere binnenplaats gingen open, en een half dozijn
hoofden van turksche vrouwen en meisjes, die blijkbaar ons gesprek
hadden gehoord, staken naar buiten, gereed om zich terug te trekken
bij het minste onraad. Toen onze vrienden werden herkend, gingen de
deuren wijder open en we werden hartelijk begroet.
Met een afscheidswoord tot de eerste groep gingen we op de tweede
toe. Zij waren rijker dan de anderen en vertoonden vrij wat
kostbaarheden. Daar ze niet uit waren geweest en dus niet ingehuld
waren in de afzichtelijke dracht voor op straat, zagen we duidelijk
de sieraden, die gedragen worden door de getrouwde en ongetrouwde
turksche vrouw. De getrouwde dragen alle een klein kapje, coquet
geplaatst en vastgehouden door een of ander onzichtbaar middel onder
het voorhaar, en boven de lijn van de wenkbrauwen, midden op het
voorhoofd, een soort van klein fluweelen lapje, meest rood, bezet
rondom met gouden munten en gouden filigraanwerk, zich vereenigend
in een hoogere punt in het midden. Hoe rijker de draagster, des te
dichter zijn de gouden munten er op en over elkander genaaid. Het
haar scheen meestal met henna geverfd, lichter of donkerder rood naar
den smaak van de eigenares, en de nagels waren op dezelfde manier
geverfd. De onnatuurlijke helderheid van de roode tint van het haar
doet de buitengewone bleekheid van de gezichten te meer uitkomen. De
figuren waren slank, haast te mager. De ongetrouwde vrouwen dragen
een klein, rond nauwsluitend zwart mutsje op het hoofd en een paar
gouden munten op het voorhoofd, met mogelijk nog enkele om den hals,
ook wel als een halssnoer.
Wij gingen nu den harem zien van iemand uit de armere klasse. Op
het binnenplein liepen zes of acht vrouwen naar voren, om ons
te begroeten. Het waren familieleden of buren, en de vrouwen van
verschillende mannen, want tenminste, wat Bosnië en Herzegowina
betreft, is het eenvoudig een mythe, dat de mannen meer dan één vrouw
in den harem hebben. In het geheele land zijn er niet meer dan een
half dozijn, die er meer hebben. Deze vrouwen waren van hetzelfde type
als die van zooeven, bleek en ziekelijk, met de gelaatskleur en het
voorkomen van diegenen, die in een warm klimaat wonen en zichzelven
buitensluiten van de buitenlucht en gezonde lichaamsoefening. Enkele
hadden zwart haar, andere hadden het hennakleurig; twee of drie waren
geverfd, waarbij het rouge vreemd afstak tegen de ongezonde gele
kleur. Eén had koolzwarte oogen; zij was een veel mooiere vrouw dan
de andere. Evenals te voren kwamen er leelijke tanden te voorschijn,
toen ze begonnen te spreken. Een jonge vrouw scheen maar twee of drie
tanden meer in den mond te hebben.
Wij werden uitgenoodigd om boven te komen en gingen over het kleine
binnenplein langs houten trappen naar twee kamertjes boven. Dit
geheele deel van het huis was alleen voor de vrouwen. Het waren
eenvoudige kamertjes, maar zindelijk en netjes onderhouden; de planken
vloer was zoo wit, als zeep en water dien konden maken. De eenvoudige
meubelen waren een divan aan den muur, een klein karpet in het midden,
een plank, die rondom langs de wanden liep, waar een reeks metalen
schotels en pannen stonden. Wij bleven niet lang, maar gingen toen
nog, na dezen harem van de armere klasse te hebben gezien, naar dien
van een turksch voornaam heer, het hoofddoel van onze expeditie.
Het was een zeer deftig uitziend huis. Toen we het binnenplein
betraden, stonden we tegenover een sierlijk gebouwd huis van twee
verdiepingen. Het middengedeelte van de benedenverdieping stond
open. Het leek een wijde hal, waar de deuren der kamers aan beide
zijden op uitkwamen. Ze bevatte een divan en een breede, bruine,
houten trap, die naar de bovenverdieping leidde. De muren waren
schitterend wit en de vensters waren in donker hout gevat, terwijl
de bovenramen van het huis mooi snijwerk hadden. Het effect was zeer
aangenaam voor het oog.
Onze gastvrouw en haar dochters kwamen ons tegemoet en vatten elkaar
bij de hand, begroetingen uitend in zacht Slavisch. Ze zagen er
bekoorlijk uit tegen het witte huis als achtergrond. Het meisje van
huwbaren leeftijd was groot en slank. Zij was gekleed in turkooisblauwe
zijde, een blauwzijden turksche broek, zeer breed en aan de enkels
ingetrokken, die op een rok leek, en een eenvoudig jakje van dezelfde
stof; een klein zwart mutsje had ze op het hoofd, versierd van voren
en van boven met prachtige diamanten versierselen, die opstonden en
glinsterden en trilden bij iederen stap. Parelsnoeren hingen om haar
hals, zeven of acht strengen, mooie parelen, en daaronder een enorme
streng gouden munten, elk van de grootte van een viershillingstuk,
en zoo dicht op elkaar geschoven, als maar mogelijk was.
Een verbazend lange gouden ketting bengelde van voren en was
weggestoken in een zak dicht bij het middel. Daarin stak een met
juweelen bezet horloge van het beste europeesche maaksel, naar we later
bemerkten. De dame droeg gouden armbanden om de polsen, en gouden
en diamanten sieraden hingen aan het uiteinde van haar lange, dikke
vlecht van roodbruin haar. Het was een bekoorlijk meisje, niet bepaald
mooi misschien, maar toch der schoonheid meer nabijkomend dan wij nog
iemand hadden gezien dien dag, met een verstandig gezicht, zachte,
goed geopende oogen en vlugge, korte bewegingen. Habeeba heette ze.
Habeeba's moeder zag er ook beter uit dan de meeste vrouwen, maar
was meer joodsch van type, met een forschen, krommen neus. Zij droeg
dezelfde soort van turksche broek en jakje als haar dochter, maar van
minder sprekende kleur. Over het jakje droeg ze een smalle bolero van
purper fluweel, met goudband belegd en geboord met rood vossebont,
een versiering, die bij de Turksche vrouwen erg in den smaak valt,
ofschoon naar europeesche zienswijze het smalle boordsel het effect
bedierf. Op het midden van het voorhoofd droeg ze het gewone kleine
kapje, bedekt met gouden munten en edelgesteenten, het teeken van
den getrouwden staat. Maar ze droeg geen andere juweelen.
Twee van ons hadden camera's, maar ze waren pas voor den dag
gehaald, of een gilletje van Habeeba bewees, dat ze het had gezien
en begrepen. Ze vatte haar moeder bij de hand en alle beleefdheid
vergetend, vluchtte het paar in huis, onze vriendin en tolk met zich
meetrekkend. Deze verscheen even later weer en verklaarde, dat Habeeba
en haar moeder zeiden, dat het niet door de wet geoorloofd was, dat
zij werden gephotografeerd, maar dat we het huis mochten nemen. En
daarmee moesten we tevreden wezen!
Toen haar gemoedsrust teruggekeerd was, werden we boven verzocht
en eerst in de ontvangkamer gebracht, en toen we die genoeg hadden
bekeken, naar de eetkamer, die de mooiste tevens was. Dat vertrek
had mooie boogramen, dezelfde, die we van buiten al hadden bewonderd.
Op den grond van de eerste kamer lag een heerlijk turksch tapijt; een
breede divan liep langs drie der wanden, en de kasten aan den vierden
wand waren alle van gesneden hout. Het tweede vertrek was gelijk
aan het andere behalve dan de boogramen, waaronder een divan stond,
een zeer weelderige, met veel zachte kussens in de hoeken. Ons werd
gewezen, hoe men op een turkschen divan plaats neemt naar turkschen
trant, niet liggend noch zittend, maar één knie op den divan plaatsend
en dan daarop neerzinkend, met dien voet en het been onder zich.
Habeeba, die veel genoegen had in haar bezoeksters, bleef, om te zien
dat ze prettig zaten, en verdween toen om ververschingen te halen,
na een minuut weer verschijnend met een blaadje, waarmee ze zelve bij
ons rondging. Het was Mekkawerk van geslagen koper, met een patroon
van wit metaal erin aangebracht en afgezet met puntjes van zwart en
rood email. Op het blaadje stonden kleine kopjes met bleeke, zoete
koffie. Terwijl we die dronken, praatte Habeeba, en onze vriendinnen
vertaalden.
Hoe lang dachten we in Mostar te blijven? Hoe vonden we het? Waar
gingen we daarna heen? Hadden we lang gereisd? Ja? O! Hadden we dan
misschien Konstantinopel gezien? Teleurstelling was in haar oogen
te lezen, toen het ontkennend antwoord haar werd overgebracht;
maar haar gezichtje klaarde weer op, toen wij door de vertolkster
uitlegden, dat we wel in andere mohammedaansche landen waren geweest,
bij voorbeeld in Indië. Toen moest ze wat weten over de gewoonten in
Indië en welk soort van kleederen de vrouwen er dragen, en ze vroeg
naar kleine bijzonderheden, zoodat het ons bijna moeilijk viel, haar
weetgierigheid te voldoen. Toen de koffie gebruikt was, presenteerde
Habeeba sigaretten, ging daarna rond en nam de kopjes weg, om weer te
verschijnen met een dienstmeisje en een ander blaadje, waarop dezen
keer limonade stond in glazen met gouden randjes.
Habeeba haalde ook haar handwerk voor den dag, het mooie haremwerk
van gouddraad, beroemd in het land, werk, waarvan de uitvoering nog
steeds een raadsel is voor de Europeanen, daar het precies gelijk
is aan beide kanten. Habeeba moet in handwerken onovertroffen arbeid
leveren. Het was eenvoudig prachtig.
"Laat ons uw bruidsbed zien, zooals het zal worden opgemaakt, als ge
getrouwd zijt, lieve Habeeba," vroeg onze vertolkster en vriendin.
Dat is een van de bezittingen van een turksch meisje, die ze wel
graag vertoont, en het is de moeite van het bekijken waard. Habeeba
glimlachte en ging heen. Alles stuk voor stuk binnen brengend met
de hulp van een dienstmeisje, maakte ze de legerstede op, waar wij
bij waren. Een lange, zachte matras van dons kwam eerst, die op den
grond wordt gelegd in het midden van de kamer. Dan twee lange, enorm
lange kussens met rose zijden eindstukken, die in positie werden
neergelegd. Toen ontvouwde Habeeba een paar prachtig geborduurde
strepen van glinsterend gouddraadwerk en stopte een aan elken kant
rondom de kussens over de rose zijde, zoodat er maar een klein reepje
rose overbleef.
Vervolgens kwam ze met een grooten lap buitengewoon fijn wit
mousseline, letterlijk bedekt met een overtrek van goudborduursel,
en legde het in de lengte langs de hoofdkussens, waar het juist den
rand bedekte van de reeds aanwezige strooken. Dan nam ze een laken van
fijn geweven linnen en zijde, legde dat over de matras en stopte het
zorgvuldig in. Ten laatste werd de deken gebracht van purperen zijde,
in het midden belegd met een vierkant van bosnische stof van veel
kleuren, en besprenkeld met zilver en goud. Het bruidsbed was gereed.
Wat wij ook wenschten te zien, Habeeba was bereid, het ons te
vertoonen. Op ons verzoek bracht ze ons een turksche broek, zooals
zijzelve droeg, opdat we konden zien hoe die was gemaakt. Ze sprong
op een stoel, zorgvuldig haar mutsje met één hand vasthoudend; en
nam van de hooge gebeeldhouwde plank een van de metalen eetschalen,
dat wij die zouden kunnen bekijken. Het is bosnisch werk, versierd
aan de randen met ingelegd koper.
Er was nu werkelijk niets meer te zien. Het leven van alle turksche
vrouwen in Herzegowina en Bosnië is zeer enkelvoudig; ze borduren
met goud- of zilverdraad, slurpen zoete koffie en limonade, rooken,
rusten op divans, ontvangen bezoeken van andere vrouwen of gaan uit
op die afgrijselijke wandelingen, zwaar ingepakt en in gedwongen
stilzwijgen; zoo brengen ze het leven door. Inderdaad vanaf den
tijd dat ze volwassen zijn, tot het tijdstip waarop ze trouwen,
missen ze zelfs het laatste nommer van het simpele programma. Vanaf
het oogenblik, dat ze beschouwd wordt als oud genoeg om te trouwen,
tot den tijd van haar huwelijk gaat geen aanzienlijk turksch meisje
buiten het binnenplein van haar vaders harem.
Kleine turksche meisjes, die nog niet den huwbaren leeftijd hebben
bereikt, loopen vrij rond met onbedekte gezichtjes; maar ook zij doen
de ouderen na, en als een vreemdeling haar te lang of te nauwlettend
aanziet, trekken ze de bedekkende shawl dicht om het gezicht of gaan
met den rug naar u toe staan, tot de onbescheidene voorbij is. Het
is hopeloos er een toe te krijgen te poseeren voor een kiekje. Het
eenige middel is, ze onverwacht te snappen.
Bij een zekere gelegenheid wilden we bijzonder graag een buitengewoon
mooi meisje kieken. Dadelijk echter als we nader kwamen, keerde
ze zich om en liep hard weg. Eenige Turken, die het hadden gezien
en er veel pret in hadden, riepen haar toe, dat het wel mocht. Het
hielp niet, ze liep nog harder weg; haar blauw doekje fladderde op
den wind en ze hield eerst stil in de nabijheid van haar huis. En de
kleine Juffrouw Behoorlijkheid kwam dien dag niet weer voor den dag,
daar zijn we zeker van!
De turksche vrouwen in Herzegowina zijn wonderlijk onwetend,
zooals wel het geval moet wezen, als men nagaat, dat ze geheel
zonder opvoeding worden gelaten, dat ze zelfs geen lezen leeren en
schrijven. Een Turk uit Mostar, dien we onder het oog brachten, dat
de vrouwen ook behoorden te worden opgevoed, luisterde aandachtig,
terwijl het pleidooi werd gehouden, en toen schoof hij het met een
beweging van zijn hand van zich af. "Mijn vrouw lezen en schrijven
laten leeren!" merkte hij koel op. "Waartoe? Opdat ze minnebrieven
zou kunnen schrijven aan andere mannen of hen ontvangen?"
Toch ontkomt Mostar niet aan den invloed der moderne tijden. De
oostenrijksche regeering heeft vooral in de steden de beschaving
en de verhelderde denkbeelden verspreid. Zoo is een staatsschool
voor meisjes in Mostar een inrichting, waar iedere stad trotsch op
zou mogen zijn. De meisjes leeren er allerlei nuttige kundigheden,
ook huishoudelijk werk. Trouwens ook thans zijn de christelijke
boerenvrouwen in Herzegowina de vlijtigste wezens, die men zich kan
voorstellen. We kwamen ze herhaaldelijk tegen, terwijl ze ijverig
breiden. Dat doen ze onder het gaan naar het veld en ook wel onder
het dragen van zware lasten.
Er is te Mostar een kleine tabaksfabriek, waar sigaretten en pijptabak
worden gemaakt uit de bladeren die de boeren zelf verbouwen en aan
de regeering verkoopen, nl. aan de ambtenaren van de regio, die een
vasten prijs betalen voor een overeengekomen hoeveelheid en soort,
waardoor de boeren een aardige winst hebben. De grootste fabriek
is echter te Serajewo, en daarheen worden de meeste tabaksbladeren,
die in het land gekweekt worden, overgebracht.
Men kan in de maand Mei in Mostar al niet veel anders doen dan tennis
spelen en visschen. De jaarlijksche tenniswedstrijd tusschen Mostar en
Serajewo had plaats even vóór onze aankomst. Er waren een groot aantal
bezoekers uit Serajewo, die het hotel in Mostar vulden, en ons werd
aangeraden, ons bezoek uit te stellen tot ze vertrokken zouden zijn. De
beste tijd voor Mostar is April of begin Mei. Het eind van Augustus,
als de jacht wordt geopend, zou ook gaan tot October, als de bora, de
koude wind, begint te waaien. Gemzen, reeën, hazen, patrijzen kan men
in de buurt schieten, en snippen en eenden misschien in latere maanden.
Omstreeks acht mijlen van Mostar begint op den weg naar Serajewo de
kloof, waar de Narenta door loopt, en een imposant berglandschap was
het, waar de trein ons door voerde. Sedert de bezetting door Oostenrijk
is Serajewo een aanzienlijke stad geworden. Er zijn meer dan veertig
duizend inwoners, waarvan de helft Mohammedanen zijn, een vierde is
Roomsch-katholiek, terwijl de aanhangers van de Grieksch-katholieke
kerk zoo wat zes duizend in aantal zijn. Niet minder dan vier duizend
zijn Joden, drie duizend Spaansche Joden, afstammelingen van hen, die,
uit Spanje verdreven door de Inquisitie, in Bosnië een toevluchtsoord
vonden drie-en-een halve eeuw geleden.
Serajewo is een stad met een bonte mengeling van rassen en
godsdiensten, want behalve de gezeten bevolking is er een wisselende
militaire en ambtenaarsbevolking, afkomstig uit alle deelen der
Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie. Duitschers, Hongaren, Tsjechen,
Polen, Croaten en Slovenen zijn vertegenwoordigd. De stad ligt in
een dal met steile heuvels aan weerszijden, die naar het Oosten een
nauwe kloof insluiten en in het Westen uiteenwijken tot een vlakte, de
Serajevsko Polje in de richting van Ilidze. De kleine Miljackarivier
stroomt door de stad, en haar oevers zijn verbonden door talrijke
bruggen van hout of ijzer of steen. Er is maar een enkel plekje
in de stad, dat werkelijk oud mag heeten, de Carsija of Turksche
bazar, waar ook in de buurt de baden zijn, de medresseh of turksche
theologische school, en een paar van de grootste van Serajewo's
tweehonderd en zooveel moskeeën. De woningen, die daar aan Turken
behooren, zijn voor een groot deel verhuurd aan Oostenrijkers, en de
mohammedaansche bevolking heeft zich teruggetrokken op de bergen aan
weerskanten van de rivier, waar ze beter de intimiteit van hun huizen
kunnen bewaren. De zonderling gebouwde witte, turksche huizen met
de puntdaken, dicht getraliede vensters, overhangende verdiepingen
en vooruitstekende loggia's liggen in menigte boven elkander op de
hellingen, met ertusschen de vele slanke witte zuilen der minarets,
waaruit men vijf keeren per dag de stem van den muezzin kan hooren,
die de geloovigen ten gebede roept.