Aankomst in Zwitserland en verblijf te Schaffhausen; bevattende
tevens belangrijke opmerkingen omtrent den invloed van een nieuw
schoeisel op lichaam en ziel.
"Zoo zijn wij dan nu waarlijk in Zwitserland!" riep Torteltak uit,
toen de conducteur den grenspaal aanwees, en de reizende heeren met
hem naast de diligence voortstapten.
"Ik moet ronduit zeggen, dat het mij tegenvalt," verklaarde De Morder;
"en schoon ik er mij heel weinig van had voorgesteld, dacht ik niet,
dat de reizigers zoo onbeschaamd konden liegen in het opvijzelen der
schoonheden van dit land."
"Maar het kan immers nog komen," zei Pols; "evenwel moet ik u ook
zeggen, dat het mij zeer verwondert, dat men van den _Mont blanc_
nog niets kan ontdekken."
"Dat zullen allemaal wel praatjes wezen van dien _Mont blanc_,"
zei zijn ontevreden vriend; "ik geloof er ten minste niets van,
voordat ik hem met mijne eigene oogen zie."
"Pas maar op," zei Veervlug, "dat de witte reus niets van uw ongeloof
verneemt. Hij mogt zich anders eens wreken, door u bij gelegenheid
met een _avalanche_ op te frisschen."
"Het moet u een heele studie geweest zijn," zei Van Aartheim
aan De Morder, "om de tevredenheid en opgeruimdheid, die ik mij
verzekerd houd, dat dikwijls in uwe ziel plaats vinden, in termen
van ontevredenheid en wrevel te leeren uitdrukken."
"Hm!" bromde de ander tot antwoord; "ik kan het niet helpen, dat mij
alles in de wereld tegenloopt."
"En dat juist de _Mont blanc_ u tegen_staat_," grinnikte Veervlug.
"Ik ben nu toch benieuwd naar die Arcadische schoonen en hare gracieuse
costumes," zei Torteltak. "Ik hoop toch eens in de gelegenheid te
zullen zijn, om den minnekout van een paar Zwitsersche geliefden af
te luisteren."
Juist ontmoetten zij eene kar, die den berg afreed. Een jonge
Schaffhauser man lag er boven op te slapen; zijne pijp was hem
uit den mond gevallen; zijne bruin verbrande echtgenoote, met wolle
rokken en bloote voeten, hield het paard bij den teugel, om het tegen
het uitglijden te behoeden. Eene gracieuse beweging, die zij met de
lippen maakte, en een zekere dikte aan de linkerwang deden vermoeden,
dat de schoone niet afkeerig was van 't gebruik van pruimtabak.
"Weet je wat mij spijt," zei Pols, "het is, dat ik te Donauëschingen
vergeten heb, het lapje groene zijde uit mijn koffer te krijgen. Dat
is, volgens Ebel, zoo goed voor de oogen, als men in Zwitserland
reist. En wij mogen nu, zoodra wij te Schaffhausen zijn, wel werk
maken van konijnenwollen kousen en schoenen met spijkers; anders kan
men hier in dit land niet loopen."
"En dan mogen wij ook wel terstond voor Alpenstokken zorgen," zei
Torteltak; "want die zullen wij morgen ook wel noodig hebben, als
wij per diligence naar Zurich reizen."
De Engelschman hield terwijl een zeer geanimeerd discours met zijn jong
vrouwtje, dat haar hoofd uit het portier hield; en toen de conducteur
de heeren verzocht weêr in te klimmen, daar men de hoogte had bereikt,
stond een van onze vrienden hem met genoegen zijne plaats in het
rijtuig af, en Hunshow had dus gelegenheid zijn gesprek fluisterend
voort te zetten.
Ten twee ure arriveerde men te Schaffhausen; gelukkig nog met heldere
oogen en gezonde voeten, hoe zich ook Pols over het veronachtzamen
der in Zwitserland noodige voorzorgen had verontrust.
De stad Schaffhausen is omtrent even merkwaardig, als sommige plaatsen
in ons dierbaar Vaderland, met name Kuilenburg, Buren en Montfoort. De
belangstellende vreemdeling kan daar zijne oogen doen weiden over
ouderwetsche gebouwen en vervallen woningen; hij kan struikelen over de
ongelijke keisteenen, die in bevallige wanorde in de straten schijnen
neêrgeworpen; hij kan opmerken, dat onder de takken van nijverheid
het bedelen eene aanzienlijke plaats bekleedt, en ervaren, dat, zoo de
kasteleins de manier niet verstaan om iemand behoorlijk te recipiëren,
zij evenwel in de kunst van declaraties in te leveren aanzienlijke
vorderingen hebben gemaakt. De merkwaardigheden aldaar zijn het
Opvoedingsgesticht voor dienstboden in, en de groote Rijnval buiten
de stad. In het eerste worden de beginselen der brei- en spelkunst
gedoceerd; ook geeft men er grondig onderrigt in het straatschrobben
en vaatwasschen. Weinige vreemdelingen geven zich evenwel de moeite
deze merkwaardige inrigting te gaan opnemen, misschien wel, omdat de
slechte bediening van de in dit gesticht opgevoeden hun geen groote
denkbeelden van deszelfs onontbeerlijkheid inboezemen. De kastelein
uit den _Faucon d'Or_, opmerkende dat onze reizigers veel eetlust
hadden, en voor 's hands nog geen kans ziende om hieraan naar eisch te
voldoen, ried hun aan, van deze oogenblikken gebruik te maken, om het
Dienstboden-instituut te gaan zien, daar het heden Maandag was, en men
dan onderwijs gaf in het stoven van aardappelen. De Engelsche dames
werden hierdoor geanimeerd, en daarom ook de Hollandsche heeren. Pols
bleef te huis; want hij wachtte den schoenmaker, om de schoenen met
spijkers te passen; hij durfde zijn Rotterdamsch schoeisel niet aan
de ongelijke straatsteenen van Schaffhausen wagen.
Zeer voldaan keerde het gezelschap van dien togt terug. Zij hadden van
den _chef_ van het etablissement belangrijke wenken omtrent opvoeding
ontvangen, en waarlijk met bewondering de liefde van den ouden man
voor het dienstbare menschdom opgemerkt, die zelfs zoo ver ging, dat
hij voornemens was, het volgende jaar eenen Almanak voor dienstboden
uit te geven; iets, waartoe hij te meer aangemoedigd werd, omdat
deze klasse in Schaffhausen de talrijkste is. Veervlug merkte aan,
dat dan misschien de uitgave van een Annual voor bedelaars ook niet
onbelangrijk zou zijn, daar, gelijk wij reeds opmerkten, dit vak in
de stad zeer ijverig werd beoefend.
Het _diner_ had niets merkwaardigs, dan dat men voor het eerst
Zwitsersche florellen nuttigde, die ongemeen grondig smaakten. Het
product van eenige nijvere bijen, in den vorm van eene honigraat,
sierde het dessert, en scheen zeer naar den smaak te zijn van een
aantal gonzende vliegen, die, in dit hotel gelogeerd, zware verteringen
schenen te maken, daar zij zich niet ontzagen iederen dag met een
grooter aantal vrienden aan den maaltijd te komen deelnemen. De
familie Hunshow kreeg den inval om den Portwijn van den kastelein te
proeven, en daar hij vrij goed scheen te voldoen, volgden onze vrienden
hun voorbeeld. Pols, dien middag zeer dorstig zijnde, en gewoon den
Duitschen landwijn in groote hoeveelheid te gebruiken, ledigde dikwijls
zijn glas en werd buitengewoon vrolijk; hij gevoelde zich luchtiger
dan ooit, en scheen nu wel lust te gevoelen, om den dans, waarin hij
gisteren zoo uitgemunt had, nog eens te beproeven. Hij schreef deze
luchtigheid toe aan de konijnwollen kousen, die sedert een paar uren
zijne beenen omsloten. Toen hij van tafel opstond, gevoelde hij op eens
de vrijmoedigheid om een Engelsch discours te voeren. Hij wendde zich
daarom tot _Miss_ Mary, en vroeg haar op vrolijken toon: "_How do you
do_?" De dame keek hem verwonderd aan. Zij scheen deze vraag vreemd
te vinden van iemand, met wien zij gedurende meer dan 24 uren bijna
onafgebroken in gezelschap was geweest, en die haar nu voor het eerst
bepaaldelijk toesprak. "_You speak English, Sir!_" vroeg zij hem.--"_A
little_," antwoordde Pols naar waarheid; want toen Mary nog een paar
andere phrases tot hem uitte, kreeg zij geen ander antwoord meer, dan:
"_I cannot understand you._" Van Aartheim, die in de nabijheid was,
nam spoedig het discours over, en spaarde Pols daarna ook de moeite,
om de _Miss_ op den togt naar den Rijnval te geleiden.
Een uur vóór zonneondergang bereikte men dit punt. Men had den raad
van Ebel opgevolgd, om den togt derwaarts niet over Neuhaus te nemen,
maar den overkant van den rivier te houden tot aan het kasteel van
Lauffen. Reeds meer dan een half uur, voordat men aan de plaats kwam,
had men het gedruisch gehoord, door de nederploffing der rivier van
een hoogte van meer dan zestig voet veroorzaakt. In het eerst had
Pols gemeend, dat het kraken zijner nieuwe schoenen dit gedruisch
veroorzaakte; maar toen hij er de ware oorzaak van vernam, gaf hij
zijne verwondering te kennen, daar hij nooit iets dergelijks bij de
watervallen op Hartjesberg of Rozendaal vernomen had.
Het gezigt van den Rijnval bij Schaffhausen, van den kant van
Lauffenburg, is waarlijk indrukwekkend. Wanneer men, op eens voor de
houten balustrade geplaatst, van de hoogte den breeden stortvloed,
door twee rotspunten gebroken, _en profil_ ziet, verdringt de schrik
voor een oogenblik de bewondering, waarmede het heerlijke schouwspel
u vervult; en wanneer men daarna in de diepte nederdaalt en van de
vierkante galerij, die onder de voeten trilt, een oog naar boven
opheft, en men ziet eene onmetelijke massa water met donderend geweld
naar den afgrond storten, en, op de rotsen gebroken, in wolken als van
sneeuw omhoogvliegen, om daarna als schuim weêr in de diepte verzwolgen
te worden, dan is men.... Ja, wie kan zeggen, hoe men dan te moede is?
Van al de belangrijke punten nam ook ons gezelschap den grooten
waterval, die door menschen, welke nooit den Niagara gezien hebben,
dikwijls den Niagara van Europa genaamd wordt, in oogenschouw. Aller
verrukking was groot; maar ieder drukte ze op zijne wijze uit. De
Morder vond het heerlijk, maar miserabel dat het zoo'n barbaarsch
geweld maakte. Holstaff werd opmerkzaam, dat men, zoo men door den
vloed werd weggesleept, een gewissen dood ter prooi zou worden. Pols
wist niet wat hij zeggen zou, maar vond toch, dat die gewast linnen
manteltjes, die men daar, om niet doornat te worden, aantrekt, de
menschen allerkoddigst stonden. Hunshow kocht al de afbeeldingen door
den schilder Bleuler van de verschillende gezigtspunten des watervals,
schoon hij zelf moest bekennen, dat geen een er een flaauw denkbeeld
van uitdrukte. Van Aartheim begon met hem een geleerd discours over het
onvermogen der schilderkunst, daar, waar het treffende in de beweging
en in het gedruisch bestond, en was het ook niet met den Duitscher
eens, waarvan _M. le Comte_ De Walsh spreekt, die meende, dat men
zich door muziek van dit effect een denkbeeld zou kunnen vormen.
Men vond het gepast, na een geruimen tijd in bewondering te hebben
doorgebracht, den Rijn over te varen en zich in het logement een weinig
te verfrisschen. Daar aangekomen, begon Pols over duizeligheid te
klagen, en toen men hem vroeg, of hij daarvan geen reden kon gissen,
schreef hij die geheel toe aan den invloed van den waterval. De
duizeligheid had overigens voor onzen vriend geene gevolgen, dan dat
hij op de terugwandeling moeijelijk regtuit kon loopen, waarvan hij
evenwel de reden meende te zien, dat zijne schoenen scheef gemaakt
waren.
Torteltak, Veervlug en Holstaff hadden het genoegen de dames op dezen
togt te geleiden. Zij hielden het tot Neuhaus uit, met over den Rijnval
te spreken; maar toen dienden de discoursen op iets anders over te
gaan, zoo men niet in herhalingen wilde vallen. Men was wel onvoldaan,
dat men zoo weinig kon zeggen over iets, dat zoo diepen indruk gemaakt
had, maar vond het toch beter over iets anders te praten, dan te
zwijgen. De remplacerende gesprekken waren misschien belangrijk; maar
wij kunnen er niets van meêdeelen, dan dat de namen Grisi, Lablache,
Persiani en Rubini dikwijls door de _Ladies_ werden genoemd.
Hunshow had Van Aartheim onder den arm genomen, en na eerst over
onverschillige zaken gesproken te hebben, zei hij op eens tot hem:
"Mijnheer, ik houd u voor een regtschapen mensch, maar hoe kent
gij Lurgrave?"
Van Aartheim verbleekte en antwoordde niet.
"Ik zag u met hem te Baden-Baden in een druk discours. Ik meen u
tegen hem te moeten waarschuwen."
"Ik dank u voor uw raad," zei de ander; "maar ik ken hem door en door,
en verlang niets vuriger, dan voor altijd van hem ontslagen te zijn;
maar nog ben ik in zijne magt."
"Ik wil niet verder doordringen in uwe geheimen," zei Hunshow,
"maar ik wensch u toe, dat gij spoedig van hem verlost moogt worden."
"Dat geve de Hemel, en tevens, dat ik niet een der heeren, met
wie ik thans reis, door mijne onvoorzigtigheid aan zijne lagen heb
blootgesteld!"
Men arriveerde ten 10 ure in het logement, zeer verfrischt en
aangenaam gestemd door de avondwandeling. Pols evenwel had wat
ligtheid in het hoofd en loomheid in de beenen; hij schreef het toe
aan de konijnenwollen kousen en de schoenen met spijkers.