HIJ ZIET OOK THANS NIET IN, WELKE NIEUWE RICHTING HIJ HEEFT INGELEID.

--"Nee, dat zie ik niet in. Met dien verstande: ik wil niet zeggen, dat

de mannen van de Nieuwe Gids mij per sé hadden moeten afbreken, dat

niet. Maar ik kan niet zeggen, waarom men mij als het ware eenigszins

tot de hunnen heeft gerekend. Ik vind het wel heel aardig! Ik heb er

niets tegen. Ik vond 't toen ook heel aardig. Je hebt natuurlijk liever

dat iemand je bijvalt, dan dat hij vijandig tegenover je staat. Maar

tusschen dat gevoel van aangenaam vinden en ... begrijpen is nogal eenig

verschil. Ja, uit één oogpunt zou ik het kunnen begrijpen: ik heb nl.

een grooten hekel gehad en dien heb ik nog, aan conventioneele taal en

conventioneele woorden. Zoodra ik in een boek vind menschen die met

conventioneele phrasen werken, dan haat ik dat boek zoo hard ik maar

haten kan. Ik heb altijd gestreefd naar het juiste woord. Daar hecht ik

nog aan. Het is mij natuurlijk wel gebeurd dat ik conventioneele woorden

gebruikte en dat ik er niet op lette, maar het streven blijft er toch.

Van elk woord moet ik weten dat ik dat bepaald bedoel. Zij, die in het

begin althans, óók zoo sterk tegen de conventie gekant waren, moeten in

mij een medestander hebben gevoeld, daar kan ik wel in komen."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 123 / 162 题