--"Nee, dat zie ik niet in. Met dien verstande: ik wil niet zeggen, dat
de mannen van de Nieuwe Gids mij per sé hadden moeten afbreken, dat
niet. Maar ik kan niet zeggen, waarom men mij als het ware eenigszins
tot de hunnen heeft gerekend. Ik vind het wel heel aardig! Ik heb er
niets tegen. Ik vond 't toen ook heel aardig. Je hebt natuurlijk liever
dat iemand je bijvalt, dan dat hij vijandig tegenover je staat. Maar
tusschen dat gevoel van aangenaam vinden en ... begrijpen is nogal eenig
verschil. Ja, uit één oogpunt zou ik het kunnen begrijpen: ik heb nl.
een grooten hekel gehad en dien heb ik nog, aan conventioneele taal en
conventioneele woorden. Zoodra ik in een boek vind menschen die met
conventioneele phrasen werken, dan haat ik dat boek zoo hard ik maar
haten kan. Ik heb altijd gestreefd naar het juiste woord. Daar hecht ik
nog aan. Het is mij natuurlijk wel gebeurd dat ik conventioneele woorden
gebruikte en dat ik er niet op lette, maar het streven blijft er toch.
Van elk woord moet ik weten dat ik dat bepaald bedoel. Zij, die in het
begin althans, óók zoo sterk tegen de conventie gekant waren, moeten in
mij een medestander hebben gevoeld, daar kan ik wel in komen."