HIJ WILDE ZICH ZELF BLIJVEN.

Op een goeie dag heb ik iets gemerkt van de beweging van '80. Die

interesseerde me in het begin niet heel erg. Wat ik er van las ... nu,

het meeste lokte me al heel weinig. Maar naarmate ik er in kwam, trof ik

er enkele dingen aan die ik heel mooi vond. Het afbrekende vond ik

mooier dan het opbouwende. En daar las ik me opeens dat ik was de

_Johannes de Dooper_ van de nieuwere literatuur. Toen heb ik verbaasder

gestaan dan ooit. Ik was mij niet bewust, iets nieuws te hebben

geprofeteerd of ingeleid. Ik heb doodeenvoudig geschreven wat zich aan

mij opdrong. Nooit aan nieuwe richting, zelfs niet aan richting gedacht.

Het kan wel zijn dat ze gelijk hadden. Maar bij mij was het dan toch

heelemaal onbewust. Naderhand heb ik een gevoel gehad,--en dat heb ik

bij alle mogelijke dingen in mijn leven,--dat ik me niet van mij zelf

wil laten afbrengen. Ik wil wel uit mij zelf tot een ander gevoelen

komen, maar ik wil mij niet laten leiden door den geest van een ander.

Ik heb altijd sterk de neiging gehad om mijn eigen zin te volgen, in wat

dan ook. Jawel, mijn ideeën zweven ook maar niet vrij op me af, ze

ontstaan ook door aanraking met de wereld, maar ze moeten dan ongemerkt

die invloeden ondergaan. Ik wil daarom nooit meedoen met een of andere

kliek. Wanneer twee, drie, vier, vijf heeren in die kliek een beetje

anders denken dan ik, dan moet ik toch weer uit die kliek gaan òf mij

laten lijmen tot iets dat me niet lokt. Ik heb mij zelf willen blijven

ook op het gebied van de literatuur en dat was geen verstandelijke

overweging, maar iets dat uit mijn persoonlijkheid opkwam.... Maar één

keer van mijn leven heb ik mij werkelijk laten overtuigen, en dat was

met de nieuwe spelling. Kollewijn kwam eens bij me, en vroeg me of ik

daaraan mee wou doen. Ik bedankte natuurlijk, maar toen heeft hij net

zoolang gepraat dat ik volkomen was omgeslagen. Als iemand me ompraat,

ziet u, dat is mij wel, maar dan moet ik ten slotte sterk het gevoel

hebben dat ik het zelf heelemaal meen, en dat ik die gedachte

niet overneem.

--"Maar dan ziet u nu, achteraf, toch wel beter dan toen, wat uw

beteekenis is geweest?"

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 122 / 162 题