--"Tegenover de literatuur van uw tijd rekent men uw werk als van een
nieuwe richting, niet waar? Hoe zou' u de verhouding tusschen die twee
richtingen omschrijven?"
--"_Niets heeft mij meer verwonderd dan dat_. 't Ging zoo. Ik zette mij
aan 't schrijven vooral op aandringen van Smit Kleine. Die wou een nieuw
tijdschrift stichten. Ik voelde niet de minste behoefte aan wat nieuws.
Ik genoot van dit en van dat, van sommige dingen die ik las, maar ik had
heelemaal geen behoefte om zelf iets nieuws te maken. Maar er kwamen
dingen die zich aan mij opdrongen. Het eerste wat ik schreef was
_Bergkristal_ van Oberammergau. Ik was daar geweest, had rondgekeken,
maar ik was er niet heengegaan met het idée dat ik er later iets van zou
maken. En toen zeiden de menschen tot mijn verbazing: _dit is iets
nieuws_. Het trok de aandacht. Ik vond het zoo byzonder niet. Een nieuwe
gedachtegang of iets dat zou frappeeren, dat vond ik er niet in Ik zei
tegen Smit Kleine: "Ja, god, als zich wat aan me voordoet dan wil ik met
alle plezier schrijven, maar om nu zoo'n tijdschrift te gaan vullen ...
ik heb heelemaal geen lust om geregeld te gaan zitten schrijven." "Da's
niets", zei hij, "dat zal ik wel doen. Als jij maar nu en dan een stukje
geeft."--Toen ben ik naar Monte-Carlo gegaan en daar heb ik drie
novellen van gemaakt--en toen was het weer uit voor een heele poos."