"_Godenschemering_" is de strijd--dien je in de wereld ook
ziet--tusschen gevoel en verstand. Ik vind dat in dit opzicht het
intellect zeer verkeerd wordt beschouwd en te veel wordt achteraf gezet,
vooral in de kunst en niet alleen daar, maar in het heele leven.[1] Ik
vind: de heele ontwikkeling van de menschheid is de ontwikkeling van
het intellect. We zijn iets zachter van zeden geworden--ook door het
verstand. Maar overigens zie ik niet in, dat de menschen van duizend
jaar geleden verschillen van de menschen van nu,--àls het niet was door
het verstand. Je hoort redeneeren over "het koude verstand" en vrouwen
spreken over "die vervloekte logica". Welnu, Loki is voor mij
_het_ verstand.
[1] "Wat trof me in de Edda, terwijl de ergernis, waarvan ik sprak, in
mij woelde?--Dat het verstand, in de Noorsche godenwereld belichaamd in
Loki, door de goden al net zoo behandeld werd, als 't in onze
hedendaagsche samenleving behandeld wordt door de menschen.--Verkeren de
goden in nood, Aanstonds roepen ze Loki's hulp aan, begroeten ze hem als
hun redder, smeken en vleien ze hem; maar is het gevaar afgewend en
willen ze weer onbezorgd van het leven gaan genieten, dan doen ze
dadelijk hun best Loki op een afstand te houden. En woedend worden ze
als Loki toont hen te doorzien, als hij tal van misslagen,
ongerechtigdheden, overtredingen van eigen wetten hun meedogenloos voor
de voeten werpt. Dan noemen ze hem lasteraar en zouden ze in hun domheid
hem maar liefst op staande voet vermorzelen en vernietigen. Alsof
daardoor 't kwaad hersteld zou worden en Loki ongelijk zou krijgen!
Levert hij eindelik het bewijs, dat hun onsterfelikheid maar een waan is
en dat zelfs het moederhart, zoo hoog door Odien aangeslagen, niets
vermag tegen het noodlottig verband van oorzaak en gevolg, dan binden ze
hem tot straf met de darmen van zijn zoon aan een rotsblok vast en
bevestigen zij boven zijn hoofd een slang, wier brandend vergift
voortdurend neerdruipt op zijn hoofd." (Uit "_Hoe Loki ontstond_" door
Marc. Emants, Groot Nederland, October 1908.)
"LOKI" GEEN EIGENLIJK SYMBOLISCH GEDICHT.
Hadd' ik een symbolisch gedicht willen maken, dan zou ik alle dingen die
ik over Loki in de Edda's vond er niet bij hebben gehaald. Maar
aangezien ik in Loki vrijwel vond wat ik zocht, heb ik die figuur ook
tamelijk wel onveranderd gelaten. Het heeft mij nooit aangelokt: een
gedicht te maken van geheel nieuwe personen. Ik geloof niet dat ik het
goed zou hebben gedaan. Het is heel wat anders: als je vindt de stof,
daarin de atmosfeer te zoeken of te lèggen, dan van begin af een heel
nieuw verhaal te gaan dichten. Het is te dòen natuurlijk, ik zeg niet
dat anderen het niet moeten doen, maar het werk heeft mij nooit byzonder
aangelokt. En daar heb je nu dezelfde quaestie waar we het straks al
over hadden: ik bedenk nooit iets van dien aard. Het komt zoo van zelf
bij mij op dat ik die of die stof moet gaan bewerken. Ik heb me nog
nooit voorgenomen: nu ga ik dit of dat eens doen. Nee: ineens zie ik de
dingen voor me en dan denk ik: hè dat kon wel eens zoo. Dat doe ik dan.
Ik maak het af, of ik maak het niet af, maar als ik 't doe, dan doe ik
het zóó. En dat ik zou zeggen: nu ga ik eens een gedicht maken van de
wereldschepping of zoo'n abstract onderwerp, dat is mij nooit gebeurd.
Altijd heeft de stof die ik haast klaar voor mij zag zich aan mij
opgedrongen.