Mijn moeder vertelde dat Zola zoo gemeen was en mijn neef Kolff sprak
dat tegen. Dat wekte mij op, hem ook eens te gaan lezen.... Toevallig
vond ik zoo den schrijver, die uitte wat ik onbewust ín me had.... Ja,
die collectie brieven, daar heb ik nog eens een gedeelte van willen
publiceeren, met aanteekeningen, in "De Gids"--die waar de geschiedenis
van zijn romans inkomt. Maar Van Hall zei: "Doe 't niet, want Van Hamel
gaat er een studie over schrijven".
Op die wijze, en ook door Ten Brink, ben ik aan 't lezen van Zola gegaan
en van zelf kwam ik toen op Flaubert, Balzac, de Goncourt's, Huysman en
de heele cénâcle van Médan.