Ik ging toen op de cursus van Steger, bij de stenographische inrichting
van de Staten-Generaal, want ik zocht een bijbaantje.... Keller en Johan
Gram waren ook stenograaf geweest en ik dacht: schrijven en
stenograaf-zijn gaat heel goed samen. Toen de cursus was afgeloopen,
kreeg ik verlof om mij verder te oefenen op de tribune, en terwijl ik
daar zat bedacht ik de schets: "_Een woelige dag in de Kamer_": het
eerste stuk van mij dat de aandacht trok.
Ten Brink werd door minister Heemskerk tot professor benoemd en ook te
Leiden ben ik hem blijven volgen. Samen met Schimmel was hij redacteur
van "Nederland" en toen hij mijn stukje had gelezen, zei hij: "Geef mij
dat voor "Nederland", maar zet er je naam niet bij, anders krijg je last
met de menschen in de Kamer". En het verscheen onder 't pseudoniem _H.
van den Berg_.
In dien tijd, bij Linken, had ik ook Ary Prins leeren kennen en die zei
op een goeie dag: "Hei-je dat gelezen in 't "Amsterdammer Weekblad?""
(dat hiette toen nog niet "De Groene".) Daar stond een stuk in van Van
Deyssel, die met mijn schets in "Nederland" heel ingenomen was.