Maar zijn prestige is gevestigd. Er is geen mensch, die op hem durft
neerzien. Als hij werkelijk iets beters te zeggen hadd' gehad, dan was
hij een kracht geworden in de samenleving. Hij is een naam. En als hij
iets te verkondigen hadd' gehad, dat het groote publiek gelukkig hadd'
gemaakt, dan was die naam enorm geworden, en had enorm ook kunnen
wèrken. Dat is niet gebeurd, omdat hij een zwakke levensbeschouwing
verkondigde: het pessimisme. Maar zijn dramatisch vermogen had van
buitengewoon groote beteekenis kunnen worden.... Wat geeft 't of
driekwart van de menschen, die er bij zitten hem niet begrijpt! Zij
weten, dat is die-of-die, een groot man, en we mogen er niet om
lachen.... Denkt u, dat iemand bij een Wagner-voorstelling durft lachen?
Ik heb het nooit gezien, hoewel er honderden zijn, die het wel
zouden willen.
--"Ik moet u wel slecht begrepen hebben. Zooals ik u nu begrijp wordt
het prestige van den dichter een soort waarschuwing, die de menschen in
bedwang houdt."