--"Nee, dat werkt dieper door. Ik kan de meerderheid van de menschen
niet anders beschouwen dan als kinderen, die geleid moeten worden. Ze
kunnen alleen geleid worden door de opinie van anderen, en dat is heel
noodig. De invloed van Schiller in Duitschland bv. is zeer groot, en
werkt zegenrijk. Dat heb ik kunnen merken. En dat komt alleen, doordat
de menschen, die hem toch niet kunnen waardeeren, zijn meening niet
durven aantasten. Zijn geweldige naam houdt ze in bedwang."
--"M.a.w.: zijn meening wordt gesuggereerd aan...."
--"Aan die menschen, die geen eigen meening kunnen hebben, maar die
zoodoende langzamerhand een eigen meening krijgen. Dit is de groote
winst van mijn laatste levensjaren: dat ik langzamerhand ben gaan
begrijpen, dat de menschen nog niet mondig zijn. Dit is geen reden om op
ze neer te zien. Maar men moet er toch rekening mee houden, en er zijn
handelingen, zijn tactiek naar inrichten, als men het goed met ze meent.
Men moet hun eigenaardigheden trachten te begrijpen, en naar die
eigenaardigheden moet men ze beoordeelen. De bitterheid van Multatuli
vindt zijn oorzaak daarin, dat hij de menschen niet kende en niet
begreep. Als hij ze beter begrepen had, dan was hij ze nooit zoo bitter
te lijf gegaan.... Als ze niet naar mij luisteren, dan is het mijn
schuld. Dan begrijp ik ze niet. Dan stel ik ze te hoog. Mijn meening
daaromtrent heb ik o.a. neergelegd in een "Gids"-artikel, dat het
laatste hoofdstuk is geworden van de Duitsche uitgave van "De Blijde
Wereld". Daarin geef ik de inzichten waartoe ik gekomen ben door mijn
sociologische ervaringen, die hoogst noodig zijn geweest, en waarvan ik
alle ellende en al de verliezen niet betreur. Want zij hebben alle
bitterheid van mijn leven weggenomen."