KUNSTENAAR EN "DE MASSA."

--"Ik acht het mogelijk, dat een groot dichter iets maakt, dat zoo

speelbaar is als het werk van Ibsen, en lyrisch en dramatisch zoo hoog

staat als 't werk van Shelley. Shakespeare is daarvan het beste

voorbeeld. Literair mooi, en toch altijd pakkend. Ik vind Ibsen als

literair dichter niet hoog staan, absoluut niet, maar zijn groote

verdienste is, dat hij een manier heeft gevonden, om het publiek iets te

zeggen van af het tooneel. Menschen als Verwey en Van Deyssel mogen op

Ibsen neerzien ... maar ondertusschen! ze mochten willen, dat ze zijn

bekwaamheid hadden om het publiek te treffen. Een dichter die niet kan

spreken tot het groote volk, die ... die is niets!"

--"Ik moet nog eens terug komen op mijn vraag: Denkt u, dat het mooie,

diepe in Ibsen kàn begrepen worden door de groote massa? Als een heele

zaal, zooals ik ergens beschreven heb, "klok-klok" roept, op het

oogenblik, dat Oswald in "Spoken" zijn moeder om champagne smeekt,... en

dat is nog niet eens het grootste moment van het drama ... dan kan men

toch moeilijk zeggen...."

--"Ja, de engelebak."

... Als ik de engelebak bedoelde, dan zou ik aan die vraag niet zooveel

beteekenis hechten. Neen, ik bedoel in dit geval, en in honderd andere

gevallen: het grootste deel van het gewone publiek.

--"Dat doet er niets toe. Het zal dikwijls gebeuren, dat de aanschouwers

van het stuk niets terecht brengen. Wij kunnen aannemen, dat van de

menschen, die Ibsen zien, niet een derde de diepere waarde van de

stukken snapt."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 74 / 162 题