"Waarschijnlijk zou ik meer dramatisch werk hebben geleverd, als de
theater-directeuren mij beter tegemoet waren gekomen. Maar toen die te
geringe waardeering toonden voor mijn werk, ben ik mij meer gaan bewegen
in epische en lyrische richting. Pas in den laatsten tijd heb ik
getracht dat in te halen. En ik wil daarmee voortgaan."
--"Acht u het dan verdedigbaar, u door uiterlijke omstandigheden zoo te
laten leiden?"
--"Ik heb mij niet laten leiden. Integendeel. Nadat "Don Torribio"
geweigerd was,--een goed stuk, dat toen gespeeld had moeten
worden,--nadat het net zoo was gegaan met "Het Poortje"; ging ik werk
maken als "De Broeders" en "Lioba". Dat voldeed meer aan mijn verlangen.
Een schrander directeur had mij moeten zeggen: Kijk, daarvan is iets te
maken voor het tooneel. In Duitschland is men mij beter tegemoet
gekomen. "De Broeders" heb ik nu omgewerkt voor tooneel, en "Lioba" gá
ik omwerken. Dat mag u gebrek aan doorzettingsvermogen tegenover de
theater-directeuren noemen, ik heb op deze wijze toegegeven aan mijn
hoogsten smaak. Wat ik toen gemaakt heb, vond ik beter, dan wat ik
anders gemaakt zou hebben. Ik erken nu, dat het goed is, iets te maken,
dat tevens speelbaar is. Iets dat zoo mooi is als het beste dat wij in
ons hoofd hebben, maar dat toch door de massa wordt gewaardeerd, dat is
mijn grootste zoeken.--"
--"Denkt u dus, dat de massa zoo hooge uitingen kan waardeeren?"