"God", zeg ik, "dat is mooi". En Perk: "Nou, dat doet me verschrikkelijk
veel pleizier, want jij bent de eerste, die dat zegt". Ik weer: "Hè,
daar hoor ik van op". En hij: "Ja, overal lachen ze mij er om uit. Ik
had vroeger wel eens versjes geschreven, maar die beteekenden niet veel,
maar nu ik met dit voor den dag kom, zeggen ze allemaal: dat is onzin".
Ik vroeg 'm toen, wat Vosmaer er van zei. Ik hield dien voor een modern
mensch (wat hij ook voor zijn tijd was). Maar 't bleek, dat hij van Perk
niet veel drukte maakte.
Ik heb toen nog lang met Perk omgegaan; hij studeerde in de rechten, ik
in de letteren, en we kwamen veel bij elkaar. Maar hij is gestorven,
1-1/2 jaar later, zonder dat de officieele grootheden hem hadden erkend.
Hij had intusschen al heel wat verzen van zijn "Mathilde"
teruggekregen....