Op een goeden dag wandelde ik eens in de Kalverstraat bij de
Halvemaansteeg, en een lang, blond jongmensch kwam lachend op mij toe.
"Dag Kloos", zei hij, en hij stak zijn hand uit. "Ga jij met me
mee!"--Ik dacht: die vergist zich, ik ken 'm niet....
"Ken je me niet?" vroeg 't jongmensch. Ik zeg "Neen". "Wel", antwoordde
hij, "ik ben Jacques Perk. We zijn samen op de H.B.S. geweest; ik zat in
3b en jij in 3a". Toen begon 't wat in me te dagen, ik herkende hem
zoo'n beetje. Hij wou graag kennis met mij maken, want hij had 't een en
ander van mij gelezen, en schreef zelf ook verzen, naar hij vertelde. Ik
praatte dan met hem, ging met 'm mee, en hij las mij voor zijn
"Mathilde". Daar werd ik geweldig door getroffen. Wat blikkie! dacht ik,
dáár heb je nou een Hollandsch dichter, dàt zijn mooie verzen. Heel wat
anders dan wat je gewoonlijk las in boeken, tijdschriften, couranten.
Dàt was 't nieuwe. En ik zei 'm dat ook.