DE UITGAVE VAN "MATHILDE."

Uit gewoonte bleef ik nog van tijd tot tijd bezoeken afleggen, bij zijn

familie, en eens zei ik tegen z'n vader, een heel goeden, vriendelijken

man: "Dominee", zei ik, "weet u wel, dat Jacques verzen heeft

nagelaten?"--"Jawel", zei de vader,... "maar wàs dat wel

veel?"--"Zeker", meende ik, "'t was prachtig, en 't moet worden

uitgegeven".--"Zou je denken?"--"Ja zéker!"--"Nu, mij is't goed, maar

hoe zullen we dat gedaan krijgen?"

De oude heer Perk meende, dat wij een man van naam moesten opduiken, die

zich er voor wilde spannen. En wij wendden ons tot Vosmaer. Die had er

eigenlijk gezegd niet veel zin in, zag er een beetje tegen op ... hij

meldde ons, dat hij 't te druk had. Dominee Perk meende toen, dat 't

misschien goed zou zijn, den ouden heer Alberdingk Thijm in den arm te

nemen, maar ik vond, dat er dan heelemaal niets van terecht zou komen.

En nogmaals ging ik naar Vosmaer en verzocht hem, 't toch in Godsnaam

maar te doen omdat ik anders vreesde, dat Alberdingk Thijm 't in handen

zou krijgen. Ik wist 't: Vosmaer was niet gesteld op de Katholieken. En:

't lukte. Vosmaer wilde 't dan wel doen, mits hij geheel mocht

vertrouwen op mij, m.a.w. mits hij er eigenlijk geen verderen last mede

had. Ik deed dan ook al 't werk. Ik kreeg een grooten koffer vol met

handschriften van Jacques Perk, en die heb ik allemaal doorgekeken, om

te weten, of er iets bruikbaars bij was, met het resultaat, dat ik uit

zijn vroegere leven niets kon doen verschijnen. U zult wel de

bloemlezing kennen, die Betsy Perk later heeft uitgegeven. Welnu, dat is

allemaal rijmelarij zonder kunstwaarde. Daar kwam nog bij, dat de

uitgever had gezegd: "'t Mag niet te groot worden, en 't mag' niet te

veel kosten," en de man was blij, dat er niets voor den dag kwam buiten

"Mathilde", "Iris" en enkele losse verzen.

Van "Mathilde" bestonden verschillende lezingen, en die heb ik

nauwkeurig vergeleken. Dat was het eigenlijke practische werk. Vosmaer

maakte de inleiding en zoo kwam de bundel tot stand. Het boekje vond

algemeene afkeuring. Alleen de "Spectator" vond 't mooi. 't Publiek

wilde er heelemaal niet aan. De eerste editie verscheen in '82, maar in

'97 kwam pas de tweede druk. Daarna ging 't in stormpas en wij houden nu

aan den zevenden druk. Zes edities in tien jaar! Men meent wel eens, dat

Perk aanstonds in triomf werd binnengehaald, maar u ziet: daar is

heelemaal niets van aan....

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 26 / 162 题