"Nu is het nog een heel aardige quaestie, hoeverre mijn theoretisch
begrip in de literatuur gewenscht is:--De kunstenaar beweegt zich
volgens mij niet binnen zekere grenzen. Het is mijn idée, dat men b.v.
in de letterkunde evengoed schilderen mag als het er op aankomt. De
beeldhouwer Rodin heeft eens gemaakt een beeld van Balzac, en daarvan
werd gezegd: "Het is geen beeldhouwkunst, want een beeld moet aan alle
kanten afgerond zijn". Dit nu boezemt mij geen belang in. Het werkstuk
van Rodin geeft mij een heerlijken indruk en of het nu beeldhouwwerk is
of niet, dat kan mij niet verder schelen. Het is iets moois en laat het
nu uit 'n oogpunt van theorie een fout zijn, dan beweer ik, dat het is
een allergelukkigste fout".
--"Wat denkt u van onze literatuur op het oogenblik?"
"Dat is zoo gauw niet te zeggen. Ik zie om te beginnen geen afscheiding
tusschen wat men is gaan noemen de generatie van 1880 en die van 1890 of
1900. Het is mij niet duidelijk, dat daar markant verschil tusschen zou
zijn in bedoeling en prestatie".
--"Als ik u dan eens een groep mag opnoemen; wat denkt u van de "Nieuwe
Tijd"-groep."