"Maar, indien ik van mijn werk wil verwachten, dat het anderen genot
verschaft, dan moet ik eerst zèlf van dat werk een groot genot
ondervinden. En is het eenmaal zóó ver, dan zend ik het de wereld in, in
de hoop, dat er zooveel mogelijk anderen zijn, die er evenveel genoegen
aan zullen beleven."
--"Maar voelt u er dan niets voor, den kring van de menschen, die u
begrijpen, wijder te maken, door uw stijl wat eenvoudig te houden, of,
vergeef mij die uitdrukking, een beetje te menageeren?"
"Zeker voel ik daarvoor en ik heb met dat idee zelfs een heel boek
geschreven. Ik bedoel de "Biografie" van mijn vader. Ik meen, dat ieder,
die het leest, ieder woordje zal kunnen begrijpen. Ik wil dat ook wel
altijd doen, voor zoover het overeen zou komen met mijn kunstinzicht.
Maar ik ben overtuigd, dat ik daar niets voor mag opofferen, en mijn
kunstwerk moet overeenkomen met wat ik zou schrijven: indien ik alleen
op de wereld stond.
"In den laatsten tijd heb ik geschreven een menigte schetsen, die men
"Adriaantjes" is gaan noemen. Daar komen geen gewrongen woordvormen in
voor, en toch vinden veel menschen ze verschrikkelijk vervelend. Daarin
geef ik bij voorbeeld bladzijden lang de beschrijving van zoo een tafel.
Dat is de meest volstrekte toepassing van het "De kunst om de kunst", om
zoo te zeggen. Men kan dit werk alleen goedvinden, wanneer men ze uit
een oogpunt van kunst beschouwt.
"Op 'n tentoonstelling van "Arti" heb ik eens gezien een schilderij, dat
voorstelde een stuk hei, met niets er op: Geen tafereelen, geen kind,
dat afscheid neemt van zijn moeder, geen figuren, geen lammetje, geen
koetje, geen herder, geen hondje ... niets. En toch vond ik dat doek het
mooiste van de heele tentoonstelling. Dergelijke ideeën nu heb ik ook,
wanneer ik bladzijden lang zoo een tafel beschrijf."