DE SOCIALISTISCHE DICHTERS.

"Ik geloof, dat daar uitstekende talenten bij zijn. Neem b.v. Gorter. Of

neem een nieuwen bundel van mevrouw Roland Holst, die ik juist bezig ben

te bestudeeren: "Opwaartsche wegen". Dat is werkelijk heel mooi. En ik

voel verschrikkelijk veel voor de dichters van de "Nieuwe Tijd". Niet,

dat ik socialist zou zijn. Ik ben niets van dien aard, en allerminst een

socialist. U herinnert u, dat ik daar indertijd een groote polemiek

over had met Van der Goes. Nu, ik denk er nòg zoo over. Ik bewonder in

hooge mate de dichtkunst van Gorter en zijn vrienden.[1] Maar ik ben van

meening, dat zij even mooie poëzie zouden geven als ze hun leven aan

iets anders hadden geschonken. Ik geloof, dat ze ons altijd poëzie, en

even goede poëzie, zouden voortbrengen, in welke beweging ze zich ook

zouden bevinden. De keuze van hun onderwerp zou anders zijn, de aard van

de uitbeelding dezelfde."

--"Wat denkt u van die schrijvers, die in de gewone woorden van het

dagelijksche leven, de menschen en toestanden beschrijven, die zij

hebben waargenomen? zonder de bedoeling iets moois te maken, en dikwijls

met het uitdrukkelijk voornemen niet "literair" of "artistiek" te zijn."

[1] Zie blz. 89.

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 18 / 162 题