SCHRIJVER EN PUBLIEK.

Het blijkt mij, dat men mij leest om de vreemdste redenen. Als ze een

roman niet lezen om de tendenz, dat komt het meeste voor, dan doen ze

het om eens te verifieeren of sommige plekken in ons land, waar ze ook

geweest zijn, overeenstemmen met mijn beschrijvingen. Of het uitkomt,

begrijpt u? Net als de menschen, die een museum bezoeken om te kijken of

de beenen van een figuur op een schilderij te lang zijn, en of de

kostuums wel overeenkomen met een opgave, die ze in een geschiedenisboek

hebben gevonden. Zoo heeft een criticus van mijn werk "Een Liefde"

opgemerkt, dat ik daarin vermeld een kind, dat ik liet spreken toen het

pas een maand of zes was. U moet goed begrijpen, wat ik nu zeggen ga:

Ik acht het niet wenschelijk, dat zoo iets voorkomt in een roman. Maar

ik vind, dat het er uit een oogpunt van kunst heelemaal niet toe doet.

Zoo iets kan ik een zeer oppervlakkige fout noemen, een kleine

onjuistheid. Maar het is er heelemaal niet om te doen, een zoo correct

mogelijk samenstel van dergelijke feiten te geven. Het is mij er om te

doen, den lezer een reeks tafereelen te vertellen, die hem als

voorstelling in zijn verbeelding aangenaam moeten aandoen. Het is

natuurlijk ook wel heel aardig als er geen drukfouten voorkomen in een

roman, maar ik vraag u, doet een drukfout, of doen hònderd drukfouten in

een boek iets af of toe aan de kunstwaarde er van? Ik schrijf om de

menschen hoog genoegen te verschaffen. En wanneer ik nu wel eens heel

moeilijke dingen schrijf, met vreemde, wellicht verwròngen

woordverbindingen dan moet men daar niet uit afleiden, dat het publiek

mij niet kan schelen en dat ik dat alles maar voor mij zelf en alleen

voor mij zelf doe, of uitsluitend voor de literatoren.

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 15 / 162 题