HET BEDWELMEN.

Er bestaan verscheidene middelen om de bijen geheel of gedeeltelijk

te bedwelmen, waarna men haar zoo kan behandelen als men goedvindt,

zonder dat men voor hare steken behoeft te vreezen. Na ongeveer een

kwartier aan de buitenlucht blootgesteld te zijn geweest, ontwaken zij

weder, en vliegen naar haar stok terug, om daar hare gewone bezigheden

te hervatten. De bedwelming zal haar volstrekt niet benadeeld hebben,

wanneer zij maar niet is aangewend gedurende eene goede dragt; dan

zouden vele bijen, die vol honig zijn, er door stikken. Er wordt

daarom alleen vroeg in het voorjaar en in het najaar gebruik van

gemaakt, om de bijen uit uitgebroken korven, aan andere stokken

toe te voegen. Bij Dzierzon'sche woningen komt het minder te pas,

want daarbij kan men den geheelen bouw uitnemen, de moederbij op de

tafels vangen, en de bijen met eene veêr of een vegertje afstrijken,

waarna zij met den schepper bij den te versterken stok gevoegd worden.

Het meest algemeen en van ouds her bedwelmt men de bijen door middel

van bovist of stuifzwam. Men maakt in den grond een kuil, van een

voet diep en zoo wijd, dat de korf hem geheel kan bedekken. In den

kuil legt men een doek, zet daarop eene test, met een weinig vuur er

in, en legt op het vuur drie of vier stukjes bovist, ter grootte van

eene okkernoot. De test wordt met eene potscherf gedeeltelijk bedekt,

en hierop plaatst men een stuk blik of zink, dat tot een scherpen rug

gebogen is, opdat de bijen niet op de verhitte scherf zouden vallen,

maar langs het metaal afglijden. Het vuur mag niet zoo bedekt worden,

dat het zou kunnen uitdooven, en rond de test moet nog iets geplaatst

worden, opdat de bijen zich ook daaraan niet kunnen branden. De korf

wordt nu terstond op den kuil geplaatst, en langs den rand wordt zand

of iets dergelijks gestrooid, om den rook niet te doen ontwijken. Na

een paar minuten hoort men de bijen sterk bruisen, waarop spoedig

alles stil zal worden. Legt men nu het oor tegen den korf, dan hoort

men de bijen vallen. Om dit te bevorderen klopt men met de hand tegen

den korf. Hoort men geene bijen meer vallen, dan is de bedwelming

afgeloopen. Nu ligt men den korf op, en vindt meest alle bijen op den

grond gevallen; de weinige, die nog tusschen de tafels zijn blijven

hangen, worden met eene veêr weggestreken, waartoe de tafels een weinig

van een gebogen worden. De test wordt weggenomen, en de bijen ligt men,

met den doek, in eens uit den kuil, en zoekt er de moederbij uit, welke

gewoonlijk met de laatsten gevallen is, en dus bovenop zal liggen. De

bedwelmde bijen worden nu met een weinig verdunden honig besprenkeld,

en in een strooring gelegd. Op den ring zet men nu den korf, waarin

de zwerm, dien men versterken wil, geplaatst is, en bindt de reet,

tusschen den korf en den ring, met een doek digt. Moeten de bijen in

eene Dzierzon'sche woning geplaatst worden, dan legt men haar op den

bodem neder. De bedwelmde bijen beginnen spoedig te ontwaken; de andere

komen op den honigreuk naar beneden, lekken de ontwakende bijen af,

en beiden vereenigen zich gewoonlijk vreedzaam. Vijandelijke aanvallen

hebben daarbij zelden plaats, en den volgenden morgen zullen bijna

alle bijen opgeklommen zijn, zoodat men slechts enkele dooden vindt.

In plaats van een kuil in den grond te graven, kan men ook een lossen

strooring gebruiken, wanneer men slechts zorgt dat de reet, tusschen

dezen en den korf, goed gesloten wordt.

Wil men de bijen in Dzierzon'sche woningen bedwelmen, dan neemt men

daar eenige der onderste tafels uit, en zet de test op den bodem

der woning.

In plaats van bovist kan men ook buskruid gebruiken. Men neemt daar

een halven pijpekop van, maakt het met water tot een zoogenoemden

sisser, en legt daar een stukje brandend zwam op; er wordt iets over

geplaatst, opdat de vonken de bijen niet zouden raken. De bedwelming

zal even goed, en naar men wil, zelfs meer volkomen geschieden, dan

met bovist. Een bezwaar is evenwel dat het moeijelijk is, om het kruid

juist vochtig genoeg te maken. Is het te nat dan brandt het niet;

is het te droog dan ontploft het te snel.

Men geeft thans op dat het beter zijn zou een half jagtschot kruid,

even als een poeder, in een papier te vouwen, op den rug daarvan een

gaatje te maken, en daarin een stuk zwam te steken. Een ledige korf

wordt met den kop in een ring vastgezet, het papier met kruid er in

gelegd, en na het zwam aangestoken te hebben, wordt daar eene potscherf

over gelegd. Nu zet men den korf met de te bedwelmen bijen dadelijk op

den ledigen korf, en sluit de reet niet, voordat het kruid ontploft

is, opdat de lucht, die weggedreven wordt door de bij de ontploffing

gevormde gassen, zou kunnen ontwijken. Is de reet dadelijk na de

ontploffing gesloten, dan klopt men nog wat tegen den korf, en spoedig

zal alles stil worden, en de bedwelming is volbragt. De ontploffing

doet de bijen, die haar gedeeltelijk ondervinden, schrikken, zij laten

dan los en vallen gelijktijdig neêr. Branden kunnen zij zich niet,

want zij vallen eerst na de ontploffing, en de vlam kan de hoogte,

waarop zij te voren zaten, niet bereiken.

In Dzierzon'sche woningen kan men het kruid op de zelfde wijze

aanwenden, doch men moet dan de deur, tot na de ontploffing, los

aanzetten, en haar daarna sluiten.

Met zwavelether en ook met chloroform, kan men de bijen bedwelmen. Men

giet een half Ned. lood van deze stoffen op een sponsje, en bevestigt

dit op een stokje, dat in den korf gestoken wordt, of legt het op

een paar stokjes, om de verdamping vrij te laten, op den bodem der

Dzierzon'sche woningen. Alle openingen worden daarna zorgvuldig

gesloten. De ether bedwelmt niet volkomen; de bijen vallen wel

neder, maar zij blijven zich toch nog eenigzins bewegen; men kan er

evenwel goed mede omgaan, daar zij buiten staat zijn om te steken. De

chloroform bedwelmt volkomen, maar is te kostbaar.

Indien men slechts eene gedeeltelijke bedwelming beoogt, om de bijen

gedwee te maken, en haar steken tegen te gaan, dan kan men eene kleine

hoeveelheid bovist door den tabak in de rookpijp doen, en den rook er

van matig over de bijen blazen. Het geheele jaar door kan dit zonder

gevaar geschieden.

Handboek voor Bijenhouders · 第 102 / 109 题