DE BOK.

De stommeknecht kan alleen dienen om de tafels, die men uit eene

woning neemt, te dragen; om haar naauwkeurig te kunnen bezien, moet

men nog een bok hebben, waarop de tafels een voor een gehangen, en

dan aan beide zijden beschouwd kunnen worden. Dezen bok, die een der

onmisbaarste gereedschappen is, ziet men afgebeeld in fig. 16. Het

gedeelte ab is lang 15, breed 3 en dik 1 1/4 duim. De latjes cd en

ef, die er met pen en gat in bevestigd zijn, worden 2 duim breed,

1 1/4 duim dik en ongeveer 8 duim lang genomen. Aan den binnenkant

is in deze latjes eene groef geschaafd, van ruim 1/4 duim breed en

diep, en zij worden zoo ver van elkander geplaatst, dat de staafjes

gemakkelijk in deze groeven geschoven kunnen worden, zonder daaruit

te kunnen vallen. Zij mogen daarom niet zwakker genomen worden,

dan ik hier opgaf, anders liep men gevaar dat zij van een weken;

zij moeten ook zuiver evenwijdig en volkomen onbewegelijk in het

stuk ab bevestigd zijn. In het midden van ab en aan de uiteinden der

stukken cd en ef, worden aan de onderzijde gaten geboord, waarin de

drie pooten h, i en k gestoken worden, die minstens 10 duim hoog zijn.

Bij het gebruik stelt men den bok in een zinken bak, waarin de van

de tafels vallende bijen worden opgevangen, die men dan later in de

woning schept.

Handboek voor Bijenhouders · 第 80 / 109 题