DE GAFFEL.

Om de staafjes, met de daaraan hangende wastafels, nadat zij van de

wanden der woning losgemaakt zijn, naar zich toe te halen, bedient men

zich van het werktuig, in fig. 15 afgebeeld; men noemt het gaffel. Het

wordt van ijzer vervaardigd, dat slechts zoo zwaar behoeft genomen

te worden, dat er geen gevaar voor buigen bestaat. De lengte, het

handvatsel mede gerekend, is ongeveer 10 duim. De beide punten zijn

bij a en b regthoekig omgebogen, en bij c en d zijn blokjes bevestigd,

zoodat de ruimten tusschen a en c en tusschen b en d juist 1 duim

bedragen. De buitenafstand dezer klaauwen moet zoo groot genomen

worden, dat het gedeelte der staafjes, dat 1 duim breed is, er juist

in past. Hunne diepte moet gelijk zijn aan de dikte der staafjes. Men

legt deze gaffel boven op het staafje, zoodat dit juist tusschen

de klaauwen gevat wordt, en haalt het dan naar zich toe; voor in de

groef gekomen, neemt men het met de hand uit de woning. Wil men de

tafels weder in de woning hangen, dan schuift men het staafje voor

in de groef, en duwt het eveneens met de gaffel verder in de woning.

Het voordeel, dat men van dit werktuig heeft, bestaat daarin, dat beide

uiteinden van het staafje gelijkmatig voortbewogen worden, terwijl men

het daarentegen met de hand al ligt een weinig scheef voortschuift,

waardoor het in de groef geklemd zou worden; daarenboven loopt men

veel minder gevaar om de tafels te beschadigen.

Handboek voor Bijenhouders · 第 78 / 109 题